De droevige geruchten, die nu van Troyae val inde omlegghende plaatsen, voornameliick in Phrygia, drie dagen geloopen hadden, bevvegen Polymnestor, Coning van Tracien, om eender, die ziin vverck van voorseggen maackten, by hem te ontbieden, om ziin meeninghe van 't volcks mompelingh te vveten: en verstaat vvt den vervvaanden tekenbeduyder dat Ilion van de trotse Griecken over-rompelt vvas: vvaar over de Thrax beraat Polydorum, (door zyne onversadeliicke begeerte daar toe ghedrongen ziinde,) te vermoorden, om 't ghelt, dat hem de Troyaensche Vorst met ziin soon in bevvaring ghesonden hadde, dieffeliick te eyghenen, gheliick hy doet, en laat het lichaam des jonghsten soons van Priamo, om de schandeliicke moort te heelen, door ziin dienaars, in Zee smacken.
De Griecken op het landt getreden ziinde, die, als den voorsegger vvel geseyt hadde, de seylen streken, om het matte volck te vervarschen, bestemmen Marti, de God des oorlooghs, een aangenamen offer. Dan Vlysses (een onversoenliicken haat den Troyanen dragende, geliick als bleeck aan de onmenscheliicke moort, die hy in 't overvallen van Troyen, aan Astianax, sone van Hector, vvt Andromache geboren, hadde bedreven) misnoegden an 't leven van Polyxena, die met haar moeder, Coninginne van Troyen, door Agamemnon gevanckeliick na Griecken gevveest soude ziin, ten vvaar 't de schalcke Grieck, die de
overgeblevenen vvt Troyen (hoevvel 't haar niet dan een al te svvaren plaach vvas) sulcks noch als een gheluck vvan-gunnet hadde. VVaar over hy (geen vverelts middel siende, om 't Griecksche leger te bevvegen tot het vermoorden van de bedroefde Princes, eensdeels om dat het een gevangen vvas, die men na kriigs gevvoonte (die na den eersten aanval vvat bedaart, en spaart die, die hy in ziin onghebonden raserny niet en verscheurt) ghemeenliicken behoedt: anderdeels om dat het een vrouvve vvas, die altiidt in sulcken geval verschoont bekoorde te vvorden) ghebruyckt een versierde Godsdienst tot een deckmantel van ziin bitterheyt, en bootst een molick van een Achilles die hy 't volck bedriechelick doet verschynen, als komende door kracht der verstoorde Goden, om 't bloet van Polyxena tot vvraack te eyschen van ziin doot. Het Griecksche leger, dat desen helt, meer als yemant, besint hadde, heeft gevvillich door liefd', die 't den sone Thetis droech, door schiin van godsdienst bedrogen ziinde, Polyxenam genomen, en haar op 't graf van Achilles geslachtet. Na dat de heylige Eenvoudicheyt, (laat ick veel liever seggen het botte volck, dat toch niet anders en doet, dan dat het op de schaduvve van ziin God, oft afgod leyt en staar-ooght) den goden, (als die vvel ghesvvoren soude hebben) desen aanghenamen dienst met den bloede van Polyxena ghedaan hadde, vergunden Agamemnon de moeder dat zijt doode lichaam van haar onnosel dochterken naar haar mochte nemen. Hecuba, de leden van haar aan stucken gesneden kint in 't bloet gevventelt vindende, karmt, en stuurt haar maachden aan strant om vvater te halen, daarmese 'tgheronnen slibberich bloedt van haar kindts sneeu vvitte leden af-spoelen mochte. Dan laas! de Troyaansche vrouvven haar kruycken vullende, sien den verschen vermoorden Polydoor (dies schaduvve sich ziin moeder nu al verscheyden malen geopenbaart hadde) van de stortende Zeebaren te lande gedreven vvorde, dien sy de droeve Coningin (nu alreede met drucks ghenoech beladen, en op haar doode Polyxena als ademloos verslaghen lach) in plaats van vvater, met jammerliick ghevveen, noch op den hoop komen brenghen.
De mistroostighe Princes, door alle dese onvervvachte svvaricheden als vvtsinnich vvordende, begheeft haar, (toch haar vvraackgiericheyt veynsende) na den Coning Polymnestor, (die, alsose lichteliick vvt het voorspoken konde ramen, godlooseliick desen moort (door gulsighe giericheyt daar toe gedreven ziinde) aan haar onnosel soontjen ghedaan
hadde,) en scheurt hem tot vvedervvraack, door hulp van haar verstoorde sleep van vrouvven, de oogen vvt de kop. Op vvelck gerucht, de vervloeckte dienaars des ongeluckigen Conings aankomende, vinden de dode romp haars recht ghestraften Vorstes, vvaar over sy vveder met hout, steenen, en sulcx alsse by de vvech vonden, de Coninginne van Troyen doot sloeghen.
Over al t'huys.
S. COSTER.
(Op de volgende bladzijde staat in I het wapen der Academie met het Omschrift: FERVET. OPVS, REDOLENTQVE. THYMO. FRAGRANTIA. MELLA. 1617; en het onderschrift: YVER).