Soo wie dan wel spelen, over die is hy als een milde:
Maer die qualijck speelt, ghelijck als Tijsjen vander Schilde,
Die krijght oock sulck quaet loon, of dierghelijcke:
1695.
Nu ick mach t'huys gaen, en morghen weer komen kijcken
EYNDE.
1663. I 'T BSLUYT.
1671. III Personagien.
1694. II, III of dierghelijcken.
De laatste bladzijde van III vertoont een vignet, voorstellende een bijenkorf, gedragen door een schildpad en omgeven door een eglantier. Het onderschrift luidt: ‘Door YĆ«er in liefde Bloiende’. - Dááronder het wapen van Amsterdam.