Kleynigheyts Lof komt voor in het IIe Bedrijf van den Ithys (1e druk in 1615, zie deze uitg. bl. 98), vervolgens in den dichtbundel Apollo of Ghesangh der Musen (Amst. 1615) en eindelijk in het tweede deel der ‘Verscheyde Nederduytsche Gedichten’ (Amst. 1653). Uit laatstgenoemden bundel is de tekst hierboven afgedrukt.