[p. 343]
Grafschrift.
aant.
De Roomsche Themis treurt op 't stille graf des braven:
't Is
van der keessel
, wiens gebeent' hier ligt begraven!
Gy, wie ge ook zijn moogt, die dees tombe naadren zult,
Is 't meer dan zucht voor 't aardsch, wat u het hart vervult,
En is 't gevoelig voor vernuft, voor kundigheden,
Voor onvervalschte deugd, en zuiverheid van zeden;
Zoo eer hier, met den naam der Godspraak van de Wet,
De nagedachtenis eens leeftijds zonder smet!