terug  begin  verderprepost
[p. 131]

Napoleon.

 
God riep Napoleon, om 't Ondier te verdelgen,
 
Dat, zwellende van roof, en rood van Koningsbloed,
 
Met d' opgesparden muil Europa in ging zwelgen,
 
Daar 't machtloos nederviel voor 't Fransche helgebroed!
 
Napoleon verrijst. Hy temt dien schrik der aarde,
 
't Omwentlings-wangedrocht, dat voor zijn blikken zwicht!
 
Maar, dwaas als Isrels Vorst, die vloekbren Agag spaarde,
 
Doorrijgt zijn lans hem niet, maar laat hem 't levenslicht!
 
Het monster biedt den held zijn scherp gewette dolken
 
En aardbedwelmend gif, die weldaad tot een loon!
 
Ja! 't gaat met hem ter jacht op koningen en volken,
 
En rust in schaduw van den keizerlijken troon!
 
Gods Almacht spoedt ter wraak. De schittrende viktorie
 
Verlaat hem. Juich! Euroop! onthef u aan den schrik!
 
Aan uw tyran ontviel zijn kroon, zijn macht, zijn glorie -
 
Maar, wraakgeschreeuw der aard! zwijg by zijn laatsten snik!
prepostterug  begin  verder