terug  begin  verderprepost
[p. 142]

Aan jonkvrouwe Hanna Belmonte, op haar verjaarfeest. Met een afdruk van het eerste deel mijner ‘Poëzy.’aant.

 
Een en twintig jaar vervlogen
 
Sints den heuchelijken dag,
 
Die uw dierbre levensloopbaan
 
Op deze aard beginnen zag!
 
Lieve, wier toekomstig leven
 
Zich ineensmelt met het mijn,
 
En wier heil voortaan en vreugde
 
Ook de mijne moeten zijn!
 
Kransjens, aan uw onschuld voegend,
 
Strikten zich by ieder jaar,
 
Dat uw jonkheid kwam volmaken,
 
Heil verkondend, in uw hair!
[p. 143]
 
In die lieflijke schakeering
 
Mengde een hooger noodlot thands
 
Een welriekender, een zachter,
 
Een gewijder bloemenkrans!
 
't Is de aandoenelijke bruidskroon,
 
Die uw minlijk hoofd versiert,
 
Pand der trouw, die wy ons zwoeren,
 
En die dra ons echtfeest viert!
 
Kroon, u door mijn hand gevlochten,
 
En met wie zich heel mijn hart
 
Aan het uw heeft toegeheiligd,
 
Tot ondeelbre vreugd en smart!
 
Van dat albeslissend tijdstip,
 
Van dien onvergeetbren dag,
 
Is 't uw eigendom geworden
 
Wat dit hart omvatten mag;
 
En op 't feest van uw verjaring
 
Vinde ik naauwelijks nog iets,
 
Dat ik u op nieuw kan schenken
 
Tot verbreiding uws gebieds!
 
Doch kan 't aanbod u behagen
 
Van de trouwe beeldtenis,
 
Van dat zelfde vurig harte,
 
Dat door u gekluisterd is;
[p. 144]
 
Beeldtnis, trouwer dan ooit schilder
 
Overbracht op zijn paneel,
 
Door mijn eigen hand geteekend
 
Met het dichterlijk penseel?
 
Zoo aanvaard dit handvol verzen,
 
Tot een ruiker zaamgesnoerd,
 
En gy zult de zucht doorkennen,
 
Die mijn ziel steeds heeft vervoerd!
 
Lieve, ja! neem deze bladen
 
Als een klein verjaargift aan!
 
Dring' hun inhoud door uw harte!
 
En gy zult het mijn verstaan!

1821.

prepostterug  begin  verder