Gaat het ulieden niet aan, gy allen, die over weg gaat? Schouwt het aan, en ziet, of er eene smart zij, gelijk mijne smart die my aangedaan is, waarmede de Heer my bedroefd heeft ten dage der hitligheid zijns toorns.
Klaagl. 1. 12.
(Wijze: Fr. Cant. 13.)
En op den Sabbath rusteden zy naar het gebod.
Luc. XXIII. 56.
(Wijze: Psalm 66.)
God zal ze helpen in 't aanbreken des morgenstonds.
Ps. XLVI. 6.
(Wijze: Gez. 39.)
Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging.
Openb. V. 12.
(Wijze: Gez. 1.)