terug  begin  verderprepost
[p. 23]

By het graf van Mr. Dirk Graaf van Hogendorp, 22 maart 1845.aant.

 
Onze dooden zullen leven,
 
Deze graven opengaan,
 
En de rechterstoel van Christus
 
Op des hemels wolken staan.
 
 
 
Zalig, wie dien Rechter wachten,
 
Zich Zijn vrijspraak reeds bewust,
 
Door 't geloof in Zijn beloften,
 
In Zijn offerdood gerust.
 
 
 
Deze mond, die by het leven
 
Zich niet roekloos opensloot,
 
Heeft Hem tot den dood beleden,
 
Spreekt van Hem nog na den dood.
[p. 24]
 
Tot ons allen roept hy zwijgend:
 
‘Grijpt het heden aan van 't heil!
 
In gerechtigheid en vrede,
 
Slechts voor 't bloed eens Goëls veil.’
 
 
 
Tot de weduw die hem nastaart,
 
Tot de weezen aan haar zij':
 
‘God is Man! en God is Vader!
 
Een getrouwe God is Hy.’
 
 
 
En tot u, der zonen oudste!
 
Heeft hy nog een plechtig woord,
 
Dat by de erfelijke plichten
 
Eens u op te laden, hoort:
 
 
 
Dirk van Hogendorp! Uw vader
 
Liet u na een eedlen naam,
 
Naam in Neêrland onvergeetbaar, -
 
Dat hy nooit zich uwer schaam!
 
 
 
Naam, door hem als niets gerekend
 
By dien hoogen nieuwen naam,
 
Die in 't oog van deze wereld
 
Vaak met smaadheid gaat te zaam.
[p. 25]
 
Ja, voor allen die zich schaarden
 
Om dit opgedolven graf,
 
Legt zijn afgelegde loopbaan
 
Dit getuignis blinkend af:
 
 
 
Onberispt door medemenschen,
 
Trouw in ampt en huis en plicht,
 
Wist hy zich verloren zondaar
 
Voor des Heilgen aangezicht.
 
 
 
Hoort de vastheid Zijner hope:
 
't Heil, voor zondaars weggeleid!
 
Hoort den rijkdom Zijner erfnis:
 
Christus, mijn Gerechtigheid.
 
 
 
En nu! - Zalig zijn de dooden
 
In den Heer gestorven! Ja!
 
Want zy rusten van hun arbeid,
 
En hun werken volgen na.
prepostterug  begin  verder