[p. 126]
Aan mijn zoon Abraham, bij zijne aanneming tot lid der Waalsche gemeente, met een bijbel.
aant.
Mijn zoon! van d' eeuw'gen God werd deze schat gegeven
Aan 's werelds volkren t' zaam met Jacobs nageslacht.
Heb in dat woord ook gy uw heul, uw heil, uw leven.
Geen zilver of geen goud haalt by zijn duur en kracht.
Zoo vestig oog en hart steeds op dat Boek der boeken,
Doorgrond zijn diepen zin in eenvoud en gebeên,
En leer' der vaadren God u dáár Hem zelven zoeken,
Die 't eerst
ons
heeft gezocht in Zijn barmhartigheên.
U laat ons ouderhart voor schat of kostbaarheden
Het somber uitzicht slechts op een geschokten tijd!
Is Jesus en
Zijn
liefde het uwe eens ingetreden,
Zoo zegge u, o mijn zoon!
dit
Boek, hoe rijk gy zijt.
Uit mijn eigen Fransch
.