terug  begin  verderprepost
[p. 127]

De leeuw uit Juda. Kruislied.aant.

 
O Hoofd, om 's werelds zonden
 
Met bloed en zweet gesprengd!
 
Hoofd, overdekt van wonden,
 
Die U een spotkroon brengt!
 
Om onze schuld gebonden,
 
Aan 't kruis geöfferd Lam!
 
Hoe zijt ge ook daar bevonden
 
De Leeuw uit Koningsstam!
 
 
 
Hoe blonk, by al die smarten,
 
By al dien smaad en spot,
 
By 't breken zelfs Uws harten,
 
En 't verr' zijn van Uw God,1
[p. 128]
 
Uw zalving en Uw krooning,
 
Uw hoogheid en Uw eer,
 
Als Gods verkoren Koning,
 
Als aller schepslen Heer!
 
 
 
In diepten neêrgezonken
 
Van waatren zonder grond,
 
Aan 't vloekhout vastgeklonken -
 
Dáár heeft Uw bleeke mond
 
Van Gods heropend Eden
 
Vrijmachtelijk beschikt,
 
En Uw: ‘Voorwaar, nog heden!’
 
Des boetlings ziel verkwikt1.
 
 
 
O Liefde zonder gade,
 
Die, daar Gy 't al volbrengt2,
 
Den moordenaar genade,
 
Den vriend Uw moeder schenkt3!
 
Die, waar ze Uw lippen laven
 
Met snerpend edikvocht,
 
Des Geestes levensgaven
 
Voor Uwe haters zocht4!
[p. 129]
 
Die in der moordren midden,
 
En aan des kruises voet,
 
Voor Israël blijft bidden,
 
De schuld zijns gruwels boet1!
 
O Hoofd, bedekt met wonden!
 
O Hoofd, van 't doodzweet klam!
 
Hoe zijt Ge ook dus bevonden
 
De L eeuw uit Judaas stam!
 
 
 
Dat Koningshoofd - het boog zich!
 
Het leî zijn leven neêr2!
 
Gebergte en rots bewoog zich.
 
't Graf gaf zijn dooden weêr.
 
Hergeeft ook gy uw dooden,
 
O Isrel, op Zijn stem!
 
En val, o zaad der Joden!
 
Aanbiddend neêr voor Hem.
 
 
 
Hosanna! all' gy volken,
 
Met Israël! te zaam!
 
Tot boven 's hemels wolken
 
Roept uit dien wondernaam:
[p. 130]
 
De Leeuw, die overmocht heeft,
 
Uit Jesse voortgebracht1!
 
Het Lam, dat ons gekocht heeft,
 
Voor onze schuld geslacht!

1848.

1Matth. XXVII: 46.
1Luc. XXIII: 40.
2Joh. XIX: 30.
3Joh. XIX : 26, 27.
4Joh. XIX: 28.
1Luc. XXIII: 34.
2Luc. XXIII: 46.
1Openb. V: 5, 6.
prepostterug  begin  verder