De Heer heeft tot mijnen Heer gesproken: Zit aan mijne rechterhand, tot dat ik Uwe vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.
Ps. CX: 1.
Nadat Hy de reinigmaking onzer zonden door zich zelven te weeg gebracht heeft, is Hy gezeten aan de rechter der Majesteit Gods in den hoogen. - Voorts verwachtende tot dat Zijne vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.
Heb. I: 3. X: 13.
1848.