[p. 216]
Bidden.
Des harten binnenst overleg,
Gezegd, gezucht, gedacht!
Het trillen van een stille vlam
Die naar de wolken tracht.
Het slaken van een ademtocht,
Het vallen van een traan,
De blik naar boven van een oog
Door God alléén verstaan.
De eenvoudigheid, het kunstloos waar
Der kinderlijke taal,
Maar aan wie plaats gegeven wordt
By 't Englenlofkoraal.
[p. 217]
Des Christens kracht, des Christens lust,
Des Christens levenslucht,
Zijn levenskracht in 't uur des doods,
By dood en hel geducht.
Des zondaars eerste stemgeluid,
Die Jesus valt te voet.
By aller heemlen vreugdgejuich
Door 't:
ziet hy bidt
! begroet.
1
Tot 's Vaders eer, tot lof des Zoons,
In zin en wil en woord
Het door den Heil'gen Geest gewrocht
Volzalig zielsakkoord!
Want bidden doet geen hart alléén,
Eén Geest dringt ze allen door;
En op zijn Priesterlijken troon,
Gaat Jesus zelf ze voor.
[p. 218]
Gy zelf, de Waarheid en de Weg!
Ziet biddend op ons neêr,
Hebt biddend onzen strijd volstreên, -
Leer Gy ons bidden, Heer!
Naar 't Engelsch.
1
Hand. der Apost. IX: 11.