terug  begin  verderprepost
[p. 363]

Ter bruiloftsfeest van G.E. Baron van Asbeck en
Jonkvrouwe Caroline van Hogendorp.aant.

 
In den naam des Gods van liefde,
 
Die by d'aanvang heeft verklaard
 
Aan 't boetseersel dat Hy vormde
 
Tot Zijn evenbeeld op aard:
 
‘Hooger heil dan heel dit Eden
 
U ten erfdeel toegezegd,
 
Nog een leven in het leven
 
Werd van My u weggelegd.
 
Uit de hand van uw Formeerder,
 
Uit uw eigen vleesch en been
 
Zij eene egade u geschonken,
 
Met u zalig, met u één.’
[p. 364]
 
In den naam des grooten Konings,
 
Die aan Canaas bruiloftsdisch
 
In de wondren zijner Godheid
 
't Allereerst verheerlijkt is;
 
Die uit water wijn gebiedend
 
Voor zich zelf den beker kiest,
 
In wiens diepten zich de diepte
 
Onzer zondeschuld verliest.
 
In den naam diens grooten Konings,
 
Bruîgom zelve van die kerk,
 
Zijner oogen lust en glorie,
 
Zijnes Geestes schoonste werk!
 
 
 
In den naam des Heilgen Geestes,
 
Aan de leden van dat Hoofd
 
Tot een Raadsman, tot een Leidsman,
 
Onveranderlijk beloofd,
 
Èn langs frissche waterbeken,
 
Waar de palm en ceder tiert,
 
Èn door 't dal der moerbeîboomen,
 
Of wen storm en noodweêr giert,
[p. 365]
 
Naar een onverganklijk leven,
 
Waar geen vijand meer belaagt,
 
En de levensboom van Eden
 
Louter levensvruchten draagt.
 
 
 
In dien naam dan driemaal heilig,
 
Driemaal heilig, driemaal goed,
 
Zij de dag, het feest, de feestdisch
 
Door ons jubelend begroet!
 
Zij de beker dien wy heffen,
 
Dierbaar Echtpaar! u ter eer,
 
Tot een dankgebed geheiligd
 
Voor uw heillot van den Heer!
 
Ja! de Bondsgod van uw vaadren,
 
Uw Verbondsgod in den doop
 
Wil de God zijn van uw echtknoop,
 
Van uw hart, uw sterkte, uw hoop.
 
God in leven, God in sterven,
 
Onder 't loflied, onder 't kruis!
 
‘'k Wil Hem dienen (zegt de Bruîgom),
 
Met mijn gade, met mijn Huis!’ -
 
‘Noordwijks rozen mogen blozen
 
Of verbleeken en vergaan!
[p. 366]
 
'k Blijf mijn Egade in die keuze,
 
(Zegt de Bruid), ter zijde staan!’ -
 
Moeders, broeder's, zusters, vrienden
 
Juichen weemoedvol te moê,
 
Edel Bruidspaar! die gelofte
 
Met hun Amen! zeegnend toe.

1854.

prepostterug  begin  verder