terug  begin  verderprepost
[p. 372]

Naar Schotland.aant.

 
Met uw statelijke heuvels, met uw bergen oud en hoog,
 
Staat ge, o Schotland! voor des dichters, voor des Christens starend oog,
 
Als een beeld van zielsgedachten, niet behoorend tot deze aard
 
En reeds hemelluchten aadmend by het stijgen hemelwaart.
 
Achtbaar Schotland, wiens geschiedrol een zoo schoone lijn doorzwiert
 
Der verhevenste figuren door den naneef steeds gevierd:
 
Vorsten, ridders, dichters, hoofden uwer hoogelandsche clans,
 
Met nog honderden van namen, wier schakeeringen haar glans
 
Op u zelve nederwerpen, - op heel England en Euroop!
 
Schotland! moeder, boven alles, in dier eeuwen grootschen loop,
 
Van een andre, nog verheevner teelt van helden, - mannen Gods,
 
Die geworteld op der waarheid onomstotelijke rots
 
Met het zwaard Zijns Geestes streden en volbrachten 't machtig werk,
 
Dienaars, martelaars, bevrijders van Zijn duur gekochte Kerk
 
En van d' erfgrond hunner vaadren, op de roepstem van dien Heer,
 
Die het Hoofd is aller Heidnen, Isrels Koning en zijne eer!
[p. 373]
 
Edel Schotland, land van geestkracht, dichtvuur, waarheid, waarheidzin!
 
Gy, vooral, op Schotlands hoogten fiere Stedenkoningin,
 
Die van Edwin d' Angelsakser uw doorluchten naam ontfingt!
 
Gunt ge een vreemdling, wien de erkentnis uws gastvrijen bodems dringt,
 
In den voorspoed uwer poorten, uwer kindren vrede, een stem?
 
Op dit blad u toegeademd, legt de dichter zoon van Sem
 
Voor uw schoone Japhethsstranden den bescheiden heilwensch neêr:
 
‘By wat minder Oostenwinden, van des Oostens hoop steeds meer!’

1855.

 

Naar mijn Engelsch.

prepostterug  begin  verder