[p. 382]
Aan Jonkvrouwe Hooft van Vreeland.
aant.
Frisch blijft de krans van Drossaart
Hooft
Én wapenschild én schedel sieren.
Maar, zoo we ook laauwren eeren, vieren, -
Voor wie by lief en leed gelooft
In Dien met doornen eens Gekroonde,
Die tot op 't kruis zich
Liefde
toonde,
Is de
on
verwelkbre kroon bereid
Van eindelooze heerlijkheid!
In lief en leed dan 't hoofd naar boven, -
Naar 't Hoofd, dat we eeuwig willen loven!
1857.