terug  begin  verderprepost
[p. 394]

Een gebed voor den ‘heraut.’aant.

Die tot Sion zegt: Uw God is Koning.
Jes. LII: 7.
 
By de intreê van een nieuwen jaarkringloop
 
Wat wensch, wat beê, wat aangename hoop
 
Vervult, te midden hunner diepe smarten,
 
Heraut van blijde tijdingen! de harten,
 
Die by uw stem voor Jesus en Zijn zaak,
 
Zijn kerk, Zijn volk, een troostwoord vonden vaak?
 
Wat anders dan dat, toegeaâmd van Boven,
 
Die stem, steeds trouw, belijden mag en loven,
 
En galmen met steeds zekerder geluid
 
De daden van den grooten Koning uit;
 
Ontdekkende der wereld hare ellenden.
 
En hoe - waarheen ook de onmacht zich moog wenden
 
Der wetenschap, der wijsheid van dit stof -
 
Eén naam alleen (Hem zij der eeuwen lof!)
[p. 395]
 
In de ergernis van 't kruiswoord is gegeven,
 
Om God in God te erkennen, en - te leven?
 
De kamp zij zwaar! volzalig is de keus.
 
Volharding tot het einde! blijft de leus.
 
In onze zwakheid worde ze ons geschonken!
 
De zoete wijn van menschengunst maak' dronken;
 
Van Christus smaad is zelfs het bittre zoet,
 
En sterkt het hart en steunt der moeden moed!
 
Heraut van Koning Jesus en Zijn waarheid!
 
In deze uw kracht ga uit, en breng met klaarheid
 
(De klaarheid eens geloofs, op 't Woord gerust,
 
En met dat Woord zich des triumfs bewust!)
 
't Getuignis van Apostlen en Propheten
 
Tot hart, verstand, erkentnis, en geweten!
 
Zeg ook Zijn wondren, eens aan Nederland
 
Tot slaking van een dubblen slavenband
 
Gewrocht! Betuig van zonde en van vergeving,
 
Van krankte en dood, genezing en herleving.
 
Hallelujah! het Lam voor ons geslacht
 
Brengt zelf den dag na d' allerbangsten nacht!
 
Maar van dien nacht meld hoe zich reeds verzwaarde
 
De donkerheid. Europa, heel onze aarde,
 
Der maatschappij, verdiept in stoflijk heil,
 
Der Christenkerk, voor wereldwijsheid veil,
[p. 396]
 
Der menigte van lang gedoopte volken
 
Vergaat het licht, geweerd door sprinkhaanwolken
 
Van By-, en On-, en Wan-, en Waangeloof! -
 
En Neêrland!.... wie dan Neêrland minder doof,
 
Wie meer geneigd om oor en hart te leenen
 
Aan 't vleiend lied der ijdele Sirenen
 
Van ongerijpte of valsche Wetenschap,
 
Vervoerend en vervoerd van stap tot stap,
 
Tot waar de Christus gantsch wordt afgezworen.
 
Of tot een klank werd voor begoochelde ooren,
 
Om in den damp eens denkbeelds op te gaan,
 
Van Godheid, wezen, werklijkheid ontdaan!
 
Den Christus, ach! tot feilbren mensch verneêren,
 
Dat kunt ge, o Isrel! thands by Christnen leeren,
 
By meesters, voor orakelen erkend, -
 
By kinderen, de schooltucht pas ontwend, -
 
't Akkoord van Gods getuigen ruw ontwrichtend,
 
En tegen Schriftgezag het hunne richtend....
 
Helaas! hoe werd het goud verkeerd in lood,
 
De dag in nacht, de levensgloed in dood! -
 
Heraut van Jesus Godheid en Zijn waarheid,
 
Zijn koninkrijk en komst in openbaarheid!
 
Troost, troost Zijn kerk, en zeg haar welk een dag
 
Èn Isrel èn zy zelf nog wachten mag:
[p. 397]
 
Dag van oneindig licht uit eindig duister, -
 
Van heel onze aard verhemelenden luister,
 
By 't zinken van den laatsten Antichrist,
 
Die Davids Zoon en Heer Zijn kroon betwist, -
 
Dag, lang begroet door Zijn aloude tolken
 
By Jacobs huis, by de allerverste volken! -
 
Het licht van Vorst Messias heerschappij
 
Is, midden in dees duisternis, naby!

1858.

prepostterug  begin  verder