terug  begin  verderprepost

XXXI

Maar Uilenspiegel en Nele hadden elkander innig lief.

Toen was men op 't einde van April; alle de boomen stonden in bloei, de planten waren in lichtgroen gedoscht, de nachtegalen sloegen in het loover: de heele natuur had zich gereed gemaakt om Meimaand waardig te ontvangen.

Dikwerf dwaalden Uilenspiegel en Nele getweeën langs de wegen. Nele ging aan Uilenspiegels arm en hield hem met de twee handjes vast. Uilenspiegel had dit geerne en sloeg soms zijn arm om Neles middel, om heur beter vast te houden, zegde hij. En dit dede heur genoegen, doch zij uitte geen woord.

De wind voerde den balsemgeur der beemden over de wegen; in de verte loeide traagzaam de zee; Uilenspiegel stapte fier vooruit, als een jonge duivel, en Nele volgde schuchter als eene heilige uit den hemel, beschaamd over 't genot dat zij smaakte.

Zij leunde heur hoofdekijn op den schouder van Uilenspiegel, hij nam heure handjes in de zijne en kuste heur, al gaande, op het voorhoofd, op de koonen en op heuren liefelijken mond. Doch zij uitte geen woord.

Op den duur kregen zij het warm en hadden zij dorst; zij gingen melk drinken bij eenen boer, maar zij waren niet verkoeld.

[p. 68]

En zij zett'en zich neer in het gras, aan den boord van eene gracht. Neles gelaat was bleek en zij scheen bekommerd; angstig keek Uilenspiegel heur aan.

- Zijt ge droef? sprak zij.

- Ja, antwoordde hij.

- Waarom? vroeg zij.

- Ik weet het niet, sprak hij, maar die bloesem van appelaars en kriekelaars, die zoele lucht als bezwangerd met het vuur van den bliksem, die blozende madeliefjes in de beemden, die witte hagedoorn, hier dichte bij ons...

Wie zal mij zeggen waarom ik heel ontroerd ben, waarom ik mij steeds bereid gevoel tot sterven of slapen? En mijn herte klopt hevig als ik de vogelen hoor zingen, als ik zie dat de zwaluwen terug zijn; ik zou willen vliegen, verder dan zon en mane. En nu eens ben ik koud, dan weer ben ik warm. Ha, Nele! Ik zou van de wereld willen zijn, of duizend levens hebben voor haar, die mij heure minne schenken zou...

Maar zij uitte geen woord en, glimlachend van geluk, blikte zij naar Uilenspiegel.

prepostterug  begin  verder