Doch als Katelijne bij een of anderen braven gebuur was die op haar wilde letten, ging Nele verre, verre alleen, zelfs tot Antwerpen, langsheen de Schelde of elders, steeds turend èn naar de wiegelende schuitjes èn op de stoffige wegen of ze soms haren vriend Uilenspiegel niet ontwaarde.
Eens dat Uilenspiegel te Hamburg op de jaarmarkt was, zag hij overal kooplieden, en, onder hen, eenige oude joden, pessemiers en schacheraars.
Uilenspiegel, die ook koopman wilde worden, raapte eenige peerdevijgen op en droeg ze mee naar huis, 't is te zeggen naar eenen hoek van den vestingmuur. Daar liet hij ze drogen. Vervolgens kocht hij roode en groene zijde, van dewelke hij zakjes maakte; daar dede hij de peerdevijgen in, en hij bond de zakjes toe met een lint, alsof er muscus in stak.
Vervolgens maakte hij een houten bakje, hetwelk hij met eene oude koord om zijn hals hing en hij kwam op de markt met het bakje vol roode en groene zakjes, 's avonds stelde hij een keersken in 't midden, om ze te verlichten.
Als men hem kwam vragen welke waar hij verkocht, antwoordde hij met geheimzinnigheid:
- Ik zal het U zeggen, maar spreek niet te luide.
- Wat is het? vroegen de klanten.
- Het zijn, antwoordde Uilenspiegel, profetische zaadkorrels die recht van Arabië naar Vlaanderen gebracht zijn; zij zijn met groote kunste gereedgemaakt door meester Abdul-Medil, afstammeling van den grooten Mahomet.
De klanten zeiden tot elkander:
- 't Is een Turk.
Anderen spraken:
- Maar neen, 't is een pelgrim die uit Vlaanderen komt, hoort gij 't niet aan zijne tale?
En de armzalige, ellendige liefhebbers spraken:
- Geef ons van die profetische zaadkorrels.
- Als gij guldens zult hebben om ze te koopen, antwoordde Uilenspiegel.
En de armzalige, ellendige liefhebbers gingen beteuterd henen, zeggende:
- Alles is toch voor de rijken op de wereld!
Maar weldra werd op de markt het gerucht verspreid dat daar een Vlaming was met profetische zaadkorrels.
- Ja, zeiden de poorters tot elkander, ze zijn te Jerusalem op het graf van Jezus-Christus gewijd, maar men zegt dat hij ze niet verkoopen wil.
En al de poorters kwamen bij Uilenspiegel en vroegen hem van zijne zaadkorrels.
Maar Uilenspiegel die groote winsten halen wilde, antwoordde dat zij niet rijp genoeg waren en hij hield het oog op twee rijke joden die langs de markt rondzwierven.
- Ik zou wel willen weten, sprak een der poorters, wat er geworden zal van mijn schip dat op zee is.
- Het zal naar den hemel gaan, als de baren hoog genoeg stijgen, antwoordde Uilenspiegel.
Een ander liet hem zijne dochter zien, eene blozende, poezele meid, en vroeg hem of zij braaf zou opgroeien.
- Iedereen groeit op volgens zijne nature, antwoordde Uilenspiegel, want hij had het meisje eenen sleutel zien geven aan een jongen man die, glanzend van geluk, aan Uilenspiegel vroeg:
- Koopman, geef mij een van uwe profetische zakjes, opdat ik wete of dat ik dezen nacht alleene zal slapen.
- Er staat geschreven, sprak Uilenspiegel, dat degene die verleiding zaait horens maait.
De jonge snaak was grammoedig en vroeg:
- Wat wilt gij zeggen?
- De zaadkorrels zeggen, antwoordde Uilenspiegel, dat zij U wenschen een gelukkig huwelijk en eene vrouw die U geen Vulcanus-hoed opzet. Kent gij dat hoofddeksel?
Vervolgens sprak hij op zedeprekenden toon:
- Want de vrouw die een godspenning geeft op den huwelijkskoop, geeft naderhand heel de koopwaar aan anderen voor niet.
Stout vroeg de meid aan Uilenspiegel:
- Ziet men dat allemaal in uwe profetische zakjes?
- Men ziet er mede eenen sleutel in, fluisterde Uilenspiegel heur stil in het oor.
Maar de jongen was weg met den sleutel.
Eensklaps zag Uilenspiegel een dief van den stal van een spekslachter, eene worst van eene elle nemen en die onder den mantel verbergen. Maar de koopman zag het niet. Blijgezind kwam de dief bij Uilenspiegel, en hij vroeg hem:
- Wat verkoopt gij daar, ongeluks-profeet?
- Zakjes waarin gij zien zult dat uwe liefde voor de worsten U naar de galge zal brengen.
Op die rede nam de dief ijlings de vlucht, terwijl de bestolen koopman riep:
- Houdt den dief! houdt den dief!
Maar het was reeds te spa.
Terwijl Uilenspiegel sprak, kwamen de twee rijke joden, die met aandacht geluisterd hadden, naar hem en zij vroegen hem:
- Wat verkoopt gij daar, Vlaming?
- Zakjes, antwoordde Uilenspiegel.
- En wat ziet men met uwe profetische zaadkorrels? vroegen zij weder.
- Men ziet de toekomst, als men aan de zaadkorrels zuigt, antwoordde Uilenspiegel.
De twee joden spraken stille tot elkander, en de oudste zei tot den andere:
- Zoo zouden wij weten wanneer onze Messias komt; dat ware voor ons eene groote vertroosting. Laat ons een van die zakjes koopen.
- Hoeveel, uwe zakjes? vroegen zij.
- Vijftig gulden, antwoordde Uilenspiegel. Wilt gij ze niet geven, trekt dan maar op. Wie het veld niet koopt, moet den mest laten liggen.
Ziende dat Uilenspiegel zoo vastbesloten was, telden zij hem de somme en namen zij een van de zakjes. Zij trokken er mee naar hunne vergaderplaats, alwaar weldra al de joden met groote menigte heenstroomden, als zij gehoord hadden dat de twee ouden een geheim hadden gekocht, met hetwelk zij de komst van den Messias konden weten en voorzeggen.
Zoodra dit gekend was, wilden allen, zonder betalen, aan het zakje zuigen; maar de oudste die het zakje gekocht en betaald had en Jehu hiet, wilde alleene de eer en 't genot hebben.
- Zonen van Israël, sprak hij het zakje in de hand houdend, de christenen bespotten ons, zij maken jacht op ons, en roepen achter ons alsof wij dieven waren. De Philistijnen willen ons nog lager doen kruipen dan de aarde; zij spuwen ons in
't gelaat, want God heeft onze bogens ontspannen. Heere, God van Abraham, van Isaac en van Jacob, hoelang nog moet het kwaad ons geworden, terwijl wij het goede verbeiden, hoelang moeten de duisternissen heerschen, terwijl wij het licht verwachten? Goddelijke Messias, zult gij weldra op de aarde nederdalen? Wanneer zullen de christenen zich verbergen in hollen en spelonken, bevend voor de kastijding die zij bij uwe verschijning zullen ontvangen?
En de joden riepen uit:
- Kom, Messias! Zuig, Jehu!
Jehu zoog aan het zakje en, alles uitspuwend, riep hij jammerlijk uit:
- Ik zeg U, in der waarheid, dat het maar drek is; de Vlaamsche pelgrim is een dief.
Toen sprongen al de joden bij, en zij openden het zakje. Als zij zagen wat er in was, liepen zij in woede naar de jaarmarkt om Uilenspiegel te vinden. Maar deze had onderwijl gemaakt dat hij wegkwam.