terug  begin  verderprepost

LX

Intusschentijd reed Uilenspiegel op den rug van zijn ezel door de landen en sompen van den hertog van Luneburg, het Watersignoorken, zooals de Vlamingen hem heetten.

Jef gehoorzaamde Uilenspiegel als een hondje, dronk bruinbier, danste beter dan een Hongaarsche dansmeester en legde zich, bij het minste teeken, op den rug met de vier pooten omhoog.

Uilenspiegel wist dat de hertog van Luneburg, - verbolgen en grammoedig omdat hij, te Darmstadt, in tegenwoordigheid van den landgraaf van Hessen, met hem den spot had gedreven, - hem op straffe van den strop den toegang tot zijn grondgebied ontzegd had. Plotselings zag Uilenspiegel Zijne Hertogelijke Hoogheid in persoon afkomen en mits hij zijn geweldig karakter kende, werd hij bang. Hij sprak tot zijn ezel:

- Jef, jongen, daar komt de hertog van Luneburg. Aan den hals heb ik eene groote krieuweling; nu, Jef, ik zou niet geerne gehangen worden. Gedenk dat wij broeders in ellende en in lange ooren zijn; gedenk ook welken goeden vriend gij aan mij zoudt verliezen.

En Uilenspiegel wischte zich de oogen en Jef begon te balken.

- Wij leven samen gelukkig, vervolgde Uilenspiegel, of rampspoedig, naarvolgens de omstandigheden; gedenk het U, Jef? - De ezel balkte voort, want hij had honger. - En nooit zult gij mij vergeten, sprak zijn meester, want welke liefde is sterker dan die welke dezelfde vreugde beleeft en denzelfden

[p. 161]



illustratie
En allen hoorden Klaas zeggen: Soetkin! Thijl! (Hoofdstuk LXXIV.) 11

[p. 163]

rampspoed beweent? Jef, jongen, gij moet U op den rug leggen.

De zachtaardige ezel dede wat zijn meester hem heette en de hertog zag hem met de vier pikkels omhoog. Uilenspiegel zette zich neer op den buik van den ezel.

- Wat doet gij daar? sprak de hertog. Weet gij dan niet dat ik, bij mijn laatste plakkaat, U verboden heb uwe stoffige voeten in mijne landen te zetten?

Uilenspiegel antwoordde:

- Genadige heer, heb erbarming met mij.

Naar zijn ezel wijzend:

- Gij weet wel, heer, sprak hij, dat hij die tusschen zijne vier palen woont, bij wet en recht, immer vrij is.

De hertog antwoordde:

- Verlaat mijne landen of gij zult sterven.

- Genadige heer, antwoordde Uilenspiegel, met een paar gulden zou ik er rapper buitenrollen.

- Nietdeug, sprak de hertog, het is U niet genoeg ongehoorzaam te zijn, ge vraagt er mij nog geld bij!

- Ik moet het wel vragen, heer, mits ik het niet nemen kan.

De hertog gaf hem een gulden.

Toen sprak Uilenspiegel tot zijn ezel:

- Jef, sta op en groet Zijne Hoogheid.

De ezel stond op en begon te balken. Vervolgens gingen beiden hun weg.

prepostterug  begin  verder