|
|
|
| |
| | | |
Verantwoording
| | | |
In oktober 1900 vestigden Couperus en zijn vrouw zich in de ‘Villa Jules’ te Nice. Daarvandaan schreef Couperus op 28 oktober aan zijn uitgever, L.J. Veen: ‘Zoodra ik wat op orde ben, ga ik beginnen aan Babel, heel rustigjes aan.’1 Twee weken later maakte hij opnieuw melding van het verhaal, dat hij Veen voor het volgende jaar aanbood. Omdat zijn roman Langs lijnen van geleidelijkheid enkele maanden eerder bij de voorpublikatie in De gids hevige verontwaardiging in de pers had veroorzaakt, zou hij tijdens het schrijven van Babel ‘een beetje denken aan Hollandsche preutschheid’.2
Couperus stelde Veen voor zijn nieuwe verhaal na voltooiing onmiddellijk, zonder voorpublikatie in De gids, uit te geven.3 Veen antwoordde op 17 november 1900 dat hij graag de primeur van Babel wilde hebben. Hij suggereerde dat de redactie-secretaris van De gids, J.N. van Hall, ‘wat bang’ geworden was door de negatieve reacties op de voorpublikatie van Langs lijnen: ‘Hij krijgt leelijk op z'n kop in verschillende bladen.’4 Couperus reageerde twee dagen later: ‘Als het zoo was, dan zoû Babel coûte que coûte in de Gids moeten verschijnen, want ik ben niet van plan me op den kop te laten zitten door de absurde preutschheid van ons publiek. Maar Van Hall schreef mij er zelve niets over [...].’ Cou- | | | | perus meende terecht dat ‘dat stormpje’ wel zou luwen.5 Veen wilde het boek ook liever ‘inédit’ hebben in verband met de dan te verwachten betere verkoopresultaten. Hij vroeg Couperus in januari 1901 of het boek voor het najaar af zou zijn.6 Op 24 januari antwoordde Couperus. ‘Babel was al een maand geleden af.... Maar ik was er niet tevreden over en heb het heele verhaal overgewerkt en nu wordt het goed. Mocht ge het dus in het voorjaar willen uitgeven, dan kan dat; anders zullen we maar er meê wachten. Ik zal de Gids er niet over schrijven. Het is iets als een droom, een cauchemar, maar anders erg braaf geschreven. Maar het is geen roman groot-type, zullen we maar zeggen: eerder type Psyche-Fidessa: ik denk van grootte daar tusschen in, maar daar ik het nu heelemaal overwerk, kan ik het nog niet zeggen.-’7
Het herschrijven kostte Couperus moeite. Hij had ook al weer plannen voor ander werk, schreef hij Veen begin februari 1901, maar eerst moest ‘Babel af en goed zijn, en het is een moeilijk ding. [...] Over een paar weken zal het wel heelemaal af en in orde zijn.’8 In verband met de andere plannen wilde Veen Babel nog dat voorjaar uitgeven.
Op 12 februari was Babel voltooid. Omdat Veen het verhaal als primeur kreeg, liep Couperus het honorarium van een voorpublikatie mis. Hij vroeg daarom het hoge honorarium van ƒ1500,- voor de eerste druk en ƒ800,- voor elke volgende druk.9 Toen het boek een maand later gezet was, besloeg het volgens Veen maar negen bladzijden meer dan de eerste druk van Couperus' sprookje Fidessa.10 Couperus had voor dat boek ƒ700,- gekregen, en dus wilde Veen voor de eerste druk van Babel niet meer geven dan
| | | |
ƒ900,- en ƒ550,- voor de volgende drukken.11 Couperus ging met het bedrag voor de herdrukken akkoord maar vroeg ƒ1250,- voor de eerste druk. Hij kreeg uiteindelijk zijn zin.12 Babel verscheen in juni 1901 bij uitgeverij L.J. Veen te Amsterdam.
| |
Bronnen
Voorzover ons bekend, zijn van de novelle Babel de volgende door de auteur geautoriseerde bronnen overgeleverd:
A. een manuscript: een volledig kopijhandschrift van de hand van Couperus. Het bevindt zich in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag (sig. c.383 h.1).13
Het kopijhandschrift bestaat uit 68 bladen van eenzelfde formaat, die eenzijdig zijn beschreven.14 Het is als volgt samengesteld: een ongenummerd blad met het opschrift ‘Proloog’, een genummerd blad 11, een ongenummerd blad waarop hoofdstuk 1 begint, en genummerde bladen 2-66.15 Bij het manuscript bevindt zich een gelinieerd dubbelblad, waarop Couperus met paarse inkt heeft geschreven: ‘Babel. (Oorspronkelijk manuscript, zoo ver het bestaat: het eerste gedeelte is dikwijls overgewerkt en verscheurd. -) L.C.’ Het kopijhandschrift is door Couperus samengesteld uit de bladen van de verschillende versies van het verhaal. Het bevat veel doorhalingen, verbeteringen en aanvullingen. Er zijn verschillen in ductus. De bladen zijn beschreven in paarse en
| | | |
blauwe inkt; enkele aanvullingen zijn in potlood.
Op 30 april 1901 vroeg Veen aan Couperus: ‘Hebt ge de origineele copie nog bewaard van Babel? Zoo ja, gooi ze niet in den prullemand maar geef ze liever aan mij.
‘Dit laatste is echter wat veel gevergd en daarom schrijf ik het ronduit. Zend mij de copie en hebt ge iemand op het oog om die cadeau te geven doe het dan, maar laat ik er dan een band voor maken, dan blijft ze ten minste bewaard. [...]
‘Ik druk dan de stempel van den band op het voorplat.’16 Couperus beloofde hem het manuscript. Veen ontving het eind juli 1901. Hij liet er door binderij Brandt en Zn een omslag omheen maken met op het voorplat de bandtekening van de boekuitgave.17
De tekst van het kopijhandschrift wijkt inhoudelijk nauwelijks af van de gepubliceerde versie van het verhaal. Het gaat om enkele kleine, in hoofdzaak stilistische, varianten. Deze veranderingen zal Couperus tijdens de correctie van de drukproeven hebben aangebracht.
B. een uitgave in boekvorm: Louis Couperus: Babel. Amsterdam, L.J. Veen, [juni 1901]. Met een bandtekening van Jan Toorop.18
De boekuitgave van Babel is gezet naar het handschrift van Couperus. Toen in februari 1901 bleek dat Couperus voor het najaar al plannen had voor nieuw werk, wilde Veen Babel nog dat voorjaar uitgeven. Twee boeken tegelijk laten verschijnen zou de verkoop nadelig beïnvloeden. Omdat de aanbieding aan de boekhandels op korte termijn moest plaatsvinden, vroeg hij Couperus direct kopij te sturen: ‘Er is een boel meer mee te doen dan alleen drukken, binden en verzenden. Het geheele land moet bereisd
| | | |
worden [...]. Het boek kan in één week gezet zijn.’19 Op 12 februari 1901 schreef Couperus aan Veen: ‘Babel is klaar, en ik zal u in enkele aangeteekende brieven de copie zenden: telegrafeer mij dan dadelijk: reçu, dan weet ik dat het in orde is. Het manuscript in deze lezing is unicum, als het ms verloren ging, was de boel weg.
‘[...] Ieder hoofdstukje heeft een motto, dat het motief aangeeft van dat hoofdstukje; zouden die niet op afzonderlijke bladzijden vóor ieder hoofdstukje kunnen gedrukt worden; dat zou ik wel gaarne hebben.’20 Op 28 februari zond hij Veen het slot van Babel, ‘met een schema volgens welk ik gaarne de eerste bladzijden gedrukt had. Ook had ik liefst de Proloog en Epiloog (daar waar de goden optreden) gedrukt met een grootere letter dan die van het verhaal zelve.’21 Veen heeft deze voorstellen van Couperus laten uitvoeren.
Veen zond de ontvangen kopij telkens direct aan drukkerij Thieme om het boek zo snel mogelijk te laten zetten.22 Op 14 maart had Couperus alle proeven in zijn bezit.23 Hij stuurde ze op 26 maart gecorrigeerd terug. De revisieproef zond hij op 12 april terug. Op 16 april kreeg hij van een deel van het boek nog een tweede revisie.24 Eind mei 1901 was Babel geheel afgedrukt.25
Couperus stelde Veen in februari 1901 voor Jan Toorop te vragen de bandtekening van Babel te maken.26 Toorop had eerder de band van Psyche en een tekening voor de ‘pracht-uitgaven’ van Couperus' sprookjes Psyche en Fidessa gemaakt. Veen schreef op
| | | |
16 februari aan Jan Toorop: ‘Ik heb een derde sprookje van Couperus. Wilt ge daar de teekening voor den band van maken? Ik kan dit alleen wanneer ik rekenen mag, de teekening binnen de 14 of 20 dagen in mijn bezit te hebben.’27 Toorop wilde het graag doen, maar kon het niet binnen de gestelde termijn. Desondanks heeft Veen hem gevraagd de tekening te maken. Op 21 februari liet Toorop weten het ontwerp niet eerder dan 10 maart af te kunnen hebben.28 Half maart berichtte Veen Couperus dat Toorop met de band bezig was, ‘[...] maar o wee die is zoo langzaam en vol beloften. Ik vrees weer het ergste. Het zal weer fluiten worden’, en een week later schreef hij: ‘Toorop nog niets gemaakt, beroerd dat wachten voor een zaakmensch.’29 Op 21 maart had Toorop het ontwerp nog niet af. Hij schreef Veen: ‘Ik ben zoojuist aan de teekening begonnen en hoop die binnen eenige dagen gereed te hebben.’30 Twee weken later was het ontwerp eindelijk af: ‘Heden heb ik je de teekening voor de band Couperus gezonden. Ik hoop dat die u bevalt. Het is een forscher band dan de vorigen en stelt een figuur uit het Proloog voor. Het zou mooi te drukken zijn in donker oranje op crême linnen of mooi groen op crême linnen. Probeer maar eens en laat mij zien. Of lila. - Ziet maar eens. [...]
‘Ik hoop nu dat de band nog goed op tijd is. Tot mijn grootste verwondering.’31 Couperus was benieuwd naar de band: ‘Wordt Babels omslag en band mooi? Me dunkt Toorop heeft wel keus genoeg uit de motieven van het boek, om iets origineels te maken! Het is iets als een droom, een cauchemar: mijn vrouw was doodmoê, toen ik haar Babel had voorgelezen!!!’32 Veen antwoordde dat hij de tekening wel aardig vond, maar dat zij hem te veel deed
| | | |
denken aan Toorops bandtekening van Henri Borels Een droom uit 1899.33
De modelbanden van Babel werden eind april gemaakt door binderij Brandt en Zn. De binder verzocht Veen: ‘[...] den heer Toorop het oordeel over de uitvoering te vragen en wel om reden dat wij er bepaalde fouten in hebben gevonden waarvoor de stempel zeker terug moet, maar dan zouden wij éérst ook wel het oordeel van den heer Toorop willen hooren [...].’34 Veen stuurde de modelbanden aan Toorop en vroeg hem naar zijn voorkeur.35 Toorop vond ‘de bruine band mooier dan de geele, maar sommigen houden van geel en sommigen van bruin. - Vrije keuze.’36 Uiteindelijk werd voor een bruine kleur gekozen. Toorop ontving voor zijn ontwerp ƒ50,-.37
Couperus was evenmin als Veen erg enthousiast over de band: ‘Babel ziet er netjes uit; geen drukfouten; de band is wel wat cliché Toorop: “hij kan dat nu zoo en ik weet dat hij het zoo kan”, maar het is toch “nog al aardig”. Meer niet. [...] Die dame is zeker “Astarte met uitgestrekte armen.”’38
De oplage van de eerste druk van Babel was 3000 exemplaren.39 Veen liet 1500 exemplaren innaaien en 1500 exemplaren binden.40 De eerste anderhalf jaar werd het boek goed verkocht; daarna liep de verkoop sterk terug.41
| | | |
Couperus wilde van Babel geen presentexemplaren laten verzenden: ‘Het wordt den laatsten tijd zoo eenvoudig weg als een verplichting beschouwd, en niet als een beleefdheid, dat ik nauwlijks een dankje krijg, en ik maak dus grève, en laat den volke weten, dat ik voortaan geene presentex. meer zend.42 Hij maakte enkele uitzonderingen, waaronder een voor zijn vriend Jhr. J.H. Ram.43
Van de eerder verschenen sprookjes Psyche en Fidessa had Veen een zogenaamde ‘pracht-editie’ laten maken, op groot formaat met een tekening van Toorop. Waarschijnlijk is hij dit met Babel ook van plan geweest. Toorop schreef op 14 januari 1902 aan Veen: ‘Gij vraagt me of ik dit jaar nog tijd heb om een Babel-teekening te maken. Met genoegen wil ik dit doen, wanneer wenscht gij de teekening te hebben. Als ik dat maar goed vooruit weet.’44 Een ‘pracht-editie’ van Babel is echter nooit verschenen. Misschien heeft Veen ervan afgezien door de matige verkoop van de prachteditie van Fidessa en de teruglopende verkoop van de eerste druk van Babel. De novelle werd tijdens Couperus' leven niet herdrukt.
| |
Tekstkeuze
Voor deze uitgave van Babel is de eerste en enige tijdens Couperus' leven verschenen druk als basistekst gekozen: hij vertegenwoordigt de laatste door de auteur actief geautoriseerde versie. Couperus heeft de kopij ervan geleverd en de proeven ervan zelf gecorrigeerd. Voor de tekstsamenstelling is gebruik gemaakt van het exemplaar van de eerste druk dat zich bevindt in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag (sig. 807 a26).
| |
Correcties
In de tekst van deze uitgave zijn, mede op grond van een word-voor-woord vergelijking van het kopijhandschrift van Babel met
| | | |
de eerste druk, de hieronder volgende correcties aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de verbeterde versie gegeven; na de ‘Duitse komma’ (/) volgt de oorspronkelijke, foutieve lezing van de eerste druk. De laatste is voorzien van een asterisk (*) als zij ook in de handschriftversie (h) voorkomt.45
| 5,16 |
aarde.../aarde.,.. |
| 9,30 |
de bliksems/den bliksem |
| 11,28 |
zich/zîch |
| 12,8/9 |
het hem/het |
| 14,17 |
honderde/honderd |
| 24,25 |
klimt Babel/klimt Babel* |
| 27,8 |
Bouwmeesters,/Bouwmeesters. |
| 28,15 |
marmer?/marmer! |
| 32,30 |
hooger./hooger |
| 33,20 |
hooger,/hooger |
| 40,31 |
luider./luider, |
| 45,7 |
ieder/iederen |
| 58,24 |
-Maar/[alinea]-Maar (Maar stil, h) |
| 62,24 |
ideeën/ideëen |
| 64,2 |
Opperbouwmeesteres/Bouwmeesteres |
| 64,2/3 |
Bouwmeesters/Opperbouwmeesters |
| 64,33 |
voorvaderen?/voorvaderen! |
| 65,27 |
en,/en |
| 69,18 |
honderden/honderd |
| 69,33 |
Ideaal/ideaal* |
| 71,4 |
bouwden/bouwde |
| 71,11 |
Cyrus, wat/Cyrus wat |
| 71,20 |
terrassen/terrassen,* |
| 71,30 |
niets,/niets |
| 72,2 |
hun/haar |
| |
| | | |
Varianten
De eerste druk van Babel vertoont ten opzichte van het kopijhandschrift de hieronder volgende woordvarianten. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de lezing van de eerste druk gegeven; na het ‘ontstaan-uit-teken’ (<) volgt de handschriftversie.46
| 7,4 |
gebergte en < gebergte vóór hij de bergpas af zoû dalen en |
| 8,23 |
dit < dat |
| 9,14 |
van < aan |
| 9,23 |
eenvoudig < kalm en eenvoudig |
| 10,2 |
zouden straffen < straffen zouden |
| 10,3 |
groene < grazige |
| 10,24 |
hoog je ziel < hooger je ziel |
| 10,25 |
af van < af |
| 12,21 |
de sombere lucht < den somberen nacht |
| 12,23 |
tot < door |
| 12,25 |
van den < der |
| 12,29 |
treden < stralen |
| 13,7 |
alle de < de |
| 13,13 |
nauwer < nauw |
| 14,11 |
zich < hem |
| 14,16/17 |
gepantserde wachten < wacht van oplithen |
| 14,19 |
nu < als |
| 15,15 |
strakrecht < strafrecht |
| 19,30 |
welft < weft |
| 21,30 |
negen-honderd-eén-en-twintig < negen-honderd-eén-en tachtig |
| 22,6 |
dien < diens |
| 22,24 |
lange < lage |
| 22,24/25 |
snerpende < knerpende |
| 22,27 |
zaal < hal |
| 23,14 |
tegengestraald < toegestraald |
| | | |
| 26,14 |
akademiën < tempels, zij Baäl niet verzoenden... Het was of, trots al hunne akademiën |
| 27,21 |
die < zij |
| 27,27 |
weidde < breidde |
| 27,30 |
welfden < weefdenf?] |
| 28,7 |
van zijn < zijner |
| 28,26 |
hoog < hoog op |
| 28,33 |
zee < zee op |
| 30,2 |
volgde < ging |
| 30,31 |
zich < zich nu |
| 31,21 |
Baäls < zijn eigen |
| 32,19 |
balustraden < balustrade |
| 32,30 |
deinde < dreunde |
| 33,14 |
In < En in |
| 33,14 |
zee; < zee, en |
| 33,15 |
de sterren < hare sterren |
| 33,27 |
De < Ook de |
| 34,10 |
de < een |
| 34,29 |
hem < hen |
| 35,10 |
wordt < bent |
| 35,23 |
Duizend droppelen zweet zijn < Iedere droppel zweet is |
| 36,5 |
ja < jij |
| 36,11 |
die < ze |
| 36,23 |
opsprongen < sprongen |
| 36,25 |
opsprongen < sprongen |
| 36,28 |
hun < hem |
| 36,31 |
achterste < laatste |
| 37,30 |
niets meer < niets |
| 37,31 |
Nachtwakers < Nachtwakers, oplithen |
| 38,6 |
Want het < Het |
| 38,6 |
wachten < oplithen |
| 38,9 |
wachten < oplithen |
| 38,33 |
stond. < stond. |
| |
- Buig een knie... |
| |
- Doe mij recht! |
| | | |
| 39,18 |
van < als |
| 39,28 |
verwacht < verwacht en wil zien |
| 40,5 |
wijd < wijd, leêg |
| 40,25/26 |
van den jeugdigen Opperbouwmeester < des jeugdigen Opperbouwmeesters |
| 41,14 |
zitten < weêr zitten |
| 42,7 |
brengt < zegt |
| 42,8 |
het medelijden < uw medelijden |
| 42,14 |
niet < den prins niet |
| 43,13/14 |
machten < ijdele machten |
| 43,26 |
opzettelijk, opdat hij niets bespeure < opzettelijk |
| 46,22 |
wanden < wanden breed |
| 46,29 |
ook < toch |
| 48,7 |
marmer, < marmer en |
| 50,2 |
de starren < ze |
| 50,3 |
duidelijker < maar duidelijker |
| 50,31 |
je < gij |
| 51,18 |
niet < niets |
| 51,22 |
En < Maar |
| 52,7 |
systemen < stelselen |
| 52,10 |
te bestormen < bestormen |
| 52,16 |
niet anders < niets meer |
| 52,24 |
nauwer < wijder |
| 55,16 |
vorst. < vorst. Laat hem nardus ruiken... |
| 58,24 |
- Maar47 < Maar stil, |
| 58,24 |
Man < ouden Man |
| 59,1 |
welp < jonge leeuw |
| 59,7 |
bespeuren < bespieden[?] |
| 59,30 |
rondde als een schild < rondde |
| 60,5/6 |
lommer < loover |
| 60,8 |
toover... < toover.... Een beek besproeide de tuin, scheen te kabbelen over geheel het terras... |
| 61,6 |
eenzaamheid < eenzaamheden |
| | | |
| 61,9 |
dezer < van deze |
| 62,1 |
- maagden < als maagden |
| 62,4 |
naar < op naar |
| 62,25 |
haar < hem |
| 62,29 |
den drempel < de drempels |
| 62,32 |
onstoffelijke Ideaal < Ideaal |
| 63,22 |
werden < waren |
| 63,24 |
en liepen < liepen |
| 64,21 |
lagere < onderste |
| 65,10 |
dol < nu |
| 65,15 |
honderden < elkaâr |
| 66,14 |
Welke elementen zullen < Zullen water en vuur |
| 68,15 |
bloeien...’ < bloeien... ellende eeuwig, eeuwig bloed...” |
| 68,17 |
zich < hem |
| 68,21 |
dan de < dan oprichten een hoog monument, in edelen hoogmoed Baäl te naderen. Het is niets dan de |
| 70,1 |
als een lelie < lelie |
| 71,11/12 |
mijn herder < mijn kind, mijn prins en mijn herder |
| 71,31 |
Maar < En |
| 73,6 |
ketenen < kettingen |
| 73,9 |
Kom < Hoor, Astarte, godin... Davert hun klacht, hun wanhoopsklacht nu niet druischende tegen ons aan?... Kom |
| 73,16 |
goddelijk < menschelijk |
| 75,16 |
dien < den |
| |
| | | |
Afbrekingstekens
In deze uitgave van Babel moeten de volgende afbrekingstekens als een koppelteken gelezen worden:
| 7,17 |
tamariske- |
| 18,8 |
spitsten- |
| 41,29 |
zonne- |
* Voor de bibliografische gegevens werd onder meer gebruik gemaakt van het Bibliografisch Repertorium Louis Couperus, een door zwo gesubsidieerd project, onder redactie van G. Borgers, E. Braches, K. Reijnders, uitgevoerd door Marijke Stapert-Eggen.
Zie voor de editieprincipes van de Volledige Werken Louis Couperus: Algemene verantwoording van de Volledige Werken Louis Couperus. Utrecht/Antwerpen, 1987. De editieprincipes zijn vastgesteld door Ernst Braches, Jan Fontijn, Karel Reijnders, Marijke Stapert-Eggen en H.T.M. van Vliet.
|
1Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie. Ed. H.T.M. van Vliet. Amsterdam/Antwerpen, [1987]. p. 24-25.
2Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 26. Vgl. de ‘Verantwoording’ in: Louis Couperus: Langs lijnen van geleidelijkheid. Utrecht/Antwerpen, 1989. Volledige Werken Louis Couperus [dl.] 16. p. 250-252.
3Vgl. Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 28.
4Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 28.
5Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 29.
6Vgl. Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 34.
7Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 35.
8Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 37-39.
9Vgl. Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 40-41.
10De eerste druk van Fidessa telde 121 bladzijden en IV bladzijden voorwerk; volgens Veen was Babel maar iets groter. Hij had waarschijnlijk niet de aparte bladzijden meegerekend waarop de motto's stonden; de eerste druk van Babel telde uiteindelijk, mèt motto's en voorwerk, 199 bladzijden.
11Vgl. Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 41-42.
12Vgl. Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 43-44.
13Het handschrift maakt deel uit van de collectie die de erven-Veen in 1961 aan het Letterkundig Museum hebben overgedragen. De bladen 65 en 66 met de kopij van de ‘Epiloog’ van Babel bevinden zich tussen de bladen van het kladhandschrift van De boeken der kleine zielen; De kleine zielen (bladnummers 95 en 96). Couperus had de versozijden van de bladen 65 en 66 waarschijnlijk al weer gebruikt voor De kleine zielen toen Veen hem het manuscript van Babel vroeg; hij heeft ze toen niet meer bij het oorspronkelijke manuscript van Babel gevoegd.
14Op de achterkant van blad nummer 11 staat de aanhef voor de proloog; op de achterkant van blad 53 staat een hoofdstuknummer.
16Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 49-50.
17Vgl. Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 52 en 59. Het manuscript wordt in deze originele omslag bewaard in het Letterkundig Museum te Den Haag.
18Vgl. E. Braches: Het boek als Nieuwe Kunst 1892-1903; Een studie in Art Nouveau. Utrecht, 1973. p. 138, 177, 281n, 282.
19Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 39.
20Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 40-41.
21[Louis Couperus]: Waarde Heer Veen/Amice; Brieven van Louis Couperus aan zijn uitgever. Ed. F.L. Bastet. 's-Gravenhage, 1977. 2 dln. Dl. 1: 1890-1902. Dl. 11: 1902-1919. In: Achter het boek 12 (1973), afl. 1/3 en 13 (1974), afl. 1/3. Dl. 1, p. 193.
22Brieven van Veen aan Thieme, gedateerd 16 en 22 februari 1901, in het archief-Veen (Letterkundig Museum te Den Haag).
23Vgl. Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 41.
24Vgl. [Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 196; Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 45-47.
25Drukkerij Thieme zond eind mei de laatste afgedrukte vellen naar binderij Tenthoff. Brief van Thieme aan Veen, gedateerd 28 mei 1901, in het archief-Veen.
26Vgl. Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 41.
27Brief in het archief-Veen.
28Vgl. brieven van Toorop aan Veen, gedateerd 18 en 21 februari 1901, in het archief-Veen.
29Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 42 en 44.
30Brief in het archief-Veen.
31Brief van Toorop aan Veen, gedateerd 3 april 1901, in het archief-Veen.
32Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 45.
33Vgl. Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 47.
34Brief van Brandt aan Veen, gedateerd 29 april 1901, in het archief-Veen.
35Brief van Veen aan Toorop, gedateerd 29 april 1901, in het archief-Veen.
36Brief van Toorop aan Veen, ongedateerd, in het archief-Veen.
37Brief van Veen aan Toorop, gedateerd 11 juni 1901, in het archief-Veen.
38Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 57.
39Het oplagecijfer is ontleend aan brieven van Thieme aan Veen, gedateerd 10 en 28 mei 1901, en van Veen aan Thieme, gedateerd 29 april 1901, in het archief-Veen.
40Brief van Veen aan binderij Tenthoff, gedateerd 6 mei 1901, in het archief-Veen.
41Volgens de inventarislijst voor de brandverzekering (in het archief-Veen) was de voorraad in de jaren 1902-1906 achtereenvolgens: 1040, 870, 822, 801 en 780 exemplaren.
42Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 48.
43Vgl. Louis Couperus en L.J. Veen: Bloemlezing uit hun correspondentie, p. 53-54.
44Brief in het archief-Veen.
45In deze editie zijn, in overeenstemming met Couperus' intentie, de ‘Proloog’ en de ‘Epiloog’ cursief gezet ter onderscheiding van de tekst van het verhaal.
46De onzekere lezingen van het handschrift worden gevolgd door een gecursiveerd vraagteken tussen teksthaken ([?]).
47Zie de lijst van correcties, p. 87.
|
|