Op verzoek van de Haagsche Post bereisde Louis Couperus in 1921 als speciaal correspondent Nederlands-Indïë, China en Japan. Deze reisbrieven werden in boekvorm gepubliceerd: in Oostwaarts die van Indië, in Nippon die van China en Japan. Deze paperback-editie is, evenals de heruitgave van Oostwaarts, een fotografische herdruk. Ook alle illustraties van de eerste editie zijn erin opgenomen. Rico Bulthuis schreef er weer een inleiding bij.
Nippon heeft een heel andere toon dan Oostwaarts: in Japan werd de schrijver bekoord noch gekweld door de gedachte aan vroeger. Maar wie de brieven goed leest, merkt dat Japan van meet af aan een teleurstelling is. Hij wilde alles prachtig vinden maar het valt hem bitter tegen: de Japanners hadden bovendien ondanks hun overdreven beleefdheid glad maling aan hun rondneuzende gast. Couperus zocht naar iets dat er niet was, de voorstellingen op aquarellen en porselein waren mooier dan de werkelijkheid.
Bovendien werd Couperus ziek in Japan. Welhaast dankzij al die tegenvallers: ziekte, vermoeidheid, teleurstelling, vinden wij in deze brieven een grote oprechtheid. Couperus schrijft openhartig en menselijk. Het zijn soms bijna persoonlijke brieven aan een vriend, dikwijls over gevoelens die een vreemde niet aangaan.