Proza (eds. H.T.M. van Vliet, J.B. Robert en Gerben Holwerda)


auteur: Louis Couperus


editeur: H.T.M. van Vliet, en Jan Robert


bron: Louis Couperus, Proza. Eerste bundel (eds. H.T.M. van Vliet, J.B. Robert en Gerben Holwerda). Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen 1995  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 337]

Verantwoording

[p. 339]

Om zich van een vaste bron van inkomsten te voorzien publiceerde Louis Couperus vanaf november 1909 met grote regelmaat verhalen en feuilletons (reisbrieven, korte verhalen, stedeschetsen en kunstbeschouwingen) in kranten en tijdschriften. De meeste van deze publikaties werden na verloop van tijd gebundeld uitgegeven.

Eind 1915 kwam Couperus met zijn uitgever L.J. Veen overeen om vijf bundels feuilletons en verhalen uit te geven (de vijfde bundel zou in 1918 verschijnen).1 Toen hij met Veen in juli 1917 onderhandelde over de titels voor de laatste delen van deze serie, schreef hij hem: ‘Heb je lust in een of twee deeltjes Epigrammen, overdruk uit de Haagsche Post; kleine boekjes met héel korte schetsjes (ik weet niet of je ze gelezen hebt). Dan zal ik je ze zenden en moet je maar eens zien wat je er voor geven kunt.’2 Veen reageerde afwijzend: ‘Wat je vraag betreft over Epigrammen, moet ik helaas daarvan afzien. De verspreiding van de haagsche post is zoo groot door het geheele land, dat een herdruk absoluut geen koopers zou vinden. En ten tweede, wanneer zou ik deze moeten geven?’3 Couperus antwoordde hem: ‘Vergeef me, dat ik je lastig viel met die Epigrammen. Tal van h.p.-lezers hebben mij gevraagd en geschreven ze in een klein boekje uit te geven en daarom dacht ik dit te doen. Maar je zal wel gelijk hebben: ik

[p. 340]

word ook iederen dag onverkoopbaarder.’4 Veen bleef bij zijn afwijzing: ‘Zeker zullen er nog tal van h.p. lezers zijn, die gaarne het boekje Epigrammen zullen koopen, maar is mijn reden van te groote verspreiding feitelijk de bijreden en de hoofdreden, dat ik werkelijk niet weet, wanneer ik het zou kunnen uitgeven. [...] Juist van die bundels van kleine stukken kunnen moeilijk meer dan twee in een jaar gegeven worden.’5

In januari 1918 benaderde Couperus Veen voor de uitgave van zijn roman De verliefde ezel. Hij voegde eraan toe: ‘Ik betracht echter geen trouw meer aan mijn uitgevers en wensch te werken met Nijgh en van Ditmar, met V. Holkema en Warendorf en met L.J. Veen.

‘Ook zoû ik hebben een zeer aardig bundeltje, grootere novellen en kleinere stukjes: Idyllen en Epigrammen. (Ik weet je bezwaar: Haagsche Post...) Ik zoû dit echter willen uitgeven voor wat de uitgever mij er meent voor te kunnen geven. Het bundeltje zoû zeer verzorgd moeten worden, breed en kort formaat.’6 Opnieuw wees Veen het aanbod af.7 Een bundel met de titel Idyllen en Epigrammen is ook niet bij een andere uitgever verschenen.

Vermoedelijk eind 1920 maakte Couperus een lijstje met het oog op de samenstelling van een bundel feuilletons en verhalen.8 Het lijstje heeft als opschrift de titel Menschen en Dingen uit het Verleden:

‘Deze Bundel zoû bevatten:

Inleiding Menaechmi ± 24 bl.
Romeinsche Portretten 70
Het Koninkrijk Arles 14

[p. 341]

Avignon 31
Velasquez (4 feuilletons) 31
Attila en de Hunnen 12
Vitruvius 6
  __________
  ± 188 bl.

Voor ± ƒ500.-’9 Waarschijnlijk heeft Couperus het lijstje gemaakt om een uitgever een aanbieding te doen.10 Een bundel met de titel Menschen en Dingen uit het Verleden is evenwel nooit verschenen.

Begin 1923 onderhandelde Couperus met uitgeverij Van Holkema & Warendorf over de bundeling van verspreid gepubliceerde verhalen en feuilletons. Eind maart kwamen zij de uitgave overeen van twee bundels ‘verzameld proza’, te verschijnen ‘in den loop van 1923 en eveneens in den loop van 1924’.11 Couperus ontving als honorarium een vaste som van ƒ2000,- en ‘bij een succes in den verkoop’ ook nog ‘een zeker tantième’. De grootte van de bundels, ‘op flink formaat’, werd bepaald op 20 à 25 vel (320 à 400 pagina's). Couperus zou de kopij leveren en de drukproeven corrigeren. De titels zouden later worden vastgesteld. Het contract werd op 27 maart 1923 opgemaakt en aan Couperus verzonden. Couperus stuurde een gedeelte van de kopij aan de uitgever, maar retourneerde het ondertekende contract pas veel later. Begin juni schreef hij aan Van Holkema & Warendorf: ‘Vergeef mij, dat ik U niet eerder antwoordde en het contract teekende. Ik ben heel moê - mijn vrouw noemt me “afgebeuld” - en correspondentie is mijn zwakke punt.

‘Ik zend u spoedig meer copie.’12

[p. 342]

Voor de eerste bundel selecteerde Couperus vijf verhalen die eerder op het lijstje ‘Menschen en Dingen uit het Verleden’ voorkwamen. De vijf verhalen waren verschenen als veertien feuilletons in Het vaderland en twee stedeschetsen in Groot Nederlands.13 Couperus voegde hieraan twaalf titels toe. De bundel kreeg als titel: Proza; Eerste bundel.

In het voorwoord van de bundel, gedateerd 12 juni 1923, schreef Couperus: ‘Uit den aard der zaak is deze eerste Proza-verzameling er eene van verschillende schakeering en zullen de volgende zeker dit zelfde eenigszins veeltintige karakter vertoonen. Voor zoo ver het mogelijk is, voegde ik de aan elkaâr verwante novellen en schetsen in elkanders nabuurschap, maar het leek mij nutteloos die verschillende groepen wederom in den bundel te vereenigen onder aparte titels.’

De bundel Proza verscheen in november 1923 bij Van Holkema & Warendorf te Amsterdam.

Bronnen

Voorzover ons bekend, zijn van de verhalen en feuilletons uit de bundel Proza de volgende door de auteur geautoriseerde bronnen overgeleverd:

A. manuscripten; van de volgende feuilletons en verhalen is een klad- en/of nethandschrift van de hand van Couperus bewaard gebleven:

‘Het stille geneucht’: kopijhandschrift, bestaande uit drie gelinieerde foliovellen, die eenzijdig zijn beschreven met zwarte inkt, waarin verbeteringen zijn aangebracht met potlood; ze zijn genummerd 1-3, het eerste blad heeft het opschrift ‘Doodgewone

[p. 343]

Historiën: Het Stille Geneucht’; het handschrift bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag (sig. 76 d4./15).

‘De mijmerij’: kopijhandschrift, bestaande uit vijf gelinieerde foliovellen, die eenzijdig zijn beschreven met zwarte inkt;14 ze zijn genummerd 2-5, het eerste blad is ongenummerd gebleven;15 het handschrift bevindt zich in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag (sig. c.383 h.i ‘Novellen’).

‘Aan den stralenden herfst’: kopijhandschrift, bestaande uit vier gelinieerde bladen, die eenzijdig zijn beschreven met zwarte inkt; ze zijn genummerd 2-4, het eerste blad is ongenummerd gebleven; het handschrift bevindt zich in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag (sig. c.383. h.i ‘Novellen’).

‘De maagd in de maan’: kopijhandschrift, bestaande uit vier gelinieerde foliovellen, die eenzijdig zijn beschreven met zwarte inkt; de bladen zijn genummerd 2-4, het eerste blad is ongenummerd gebleven;16 het handschrift bevindt zich in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag (sig. c.383.h.i ‘Novellen’).

‘De binocle’: kladhandschrift en onvolledig kopijhandschrift; het kladhandschrift bestaat uit zeven gelinieerde foliovellen, gedeeltelijk aan twee zijden met paarse inkt beschreven;17 de bladen

[p. 344]

zijn genummerd 2-7;18 Het kopijhandschrift bestaat uit vier gelinieerde foliovellen, die eenzijdig zijn beschreven met paarse inkt; ze zijn genummerd 6-9 en bevatten het laatste gedeelte van het verhaal; de ductus verschilt van het kladhandschrift; het kopijhandschrift komt vrijwel overeen met de tijdschriftversie van het verhaal; er is alleen een aantal kleine, voornamelijk stilistische, verschillen. Het kladhandschrift wijkt aanzienlijk af van het kopijhandschrift en de gepubliceerde versie; Couperus heeft bij het overschrijven van het verhaal de tekst aanzienlijk bewerkt. De handschriften bevinden zich in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag (sig. c.383. h.i ‘Novellen’).

‘Het spoorwegongeluk’: nethandschrift, bestaande uit zeven gelinieerde foliovellen, die eenzijdig zijn beschreven met paarse inkt; de bladen zijn genummerd 2-7, het eerste blad is ongenummerd gebleven; het handschrift heeft niet als kopij voor de zetter gediend: de bladen bevatten niet de zwarte vegen en vlekken, die doorgaans op de zetterij ontstonden; waarschijnlijk is het verhaal overgetypt; een typoscript is niet overgeleverd. Tussen het handschrift en de gedrukte versies bestaan veel kleine, voornamelijk stilistische, verschillen. Het handschrift bevindt zich in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag (sig. c.383. h.i ‘Novellen’).

‘Attila en de Hunnen i-ii’; kopijhandschrift, bestaande uit twaalf gelinieerde foliovellen, die eenzijdig zijn beschreven met paarse en zwarte inkt. Het is als volgt samengesteld: een ongenummerd blad met het opschrift ‘Atilla[sic] en de Hunnen i’, en genummerde bladen 2-6, een ongenummerd blad met het opschrift ‘Atilla [sic] en de Hunnen ii’ en genummerde bladen 2-6; het handschrift bevindt zich in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag (sig. c.383.h.i ‘Novellen’).19

[p. 345]

‘Van het burggraafje’: kopijhandschrift, bestaande uit zeven gelinieerde foliovellen, die met uitzondering van het eerste blad eenzijdig zijn beschreven met paarse en zwarte inkt;20 de bladen zijn genummerd 2-7, het eerste blad is ongenummerd gebleven en heeft het opschrift ‘Mediaevaliteiten i. Van het Burggraafje’;21 het handschrift bevindt zich in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag (sig. c.383.h.i ‘Novellen’).22

‘Romeinsche portretten; Uit den tijd van keizer Domitianus i-viii’: kopijhandschrift, bestaande uit 53 gelinieerde foliovellen, die eenzijdig zijn beschreven met zwarte inkt;23 het eerste blad van elk van de acht feuilletons is ongenummerd en heeft als opschrift de hoofdtitel, het feuilletonnummer en de betreffende ondertitel, de overige bladen zijn per feuilleton genummerd 2-6 (i, ii en viii) en 2-7 (iii-vii); het handschrift bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag (sig. 76 D3/3a, D4/23).

Couperus heeft in vrijwel alle kopijhandschriften de tekst voor de zetter ‘verduidelijkt’ door woorden en letters forser aan te zetten. De kopijhandschriften zijn te herkennen onder andere aan de zwarte vegen en vlekken op het papier, die op de zetterij ontstonden. De tekst van de kopijhandschriften wijkt vrijwel niet af

[p. 346]

van de gepubliceerde versies van de verhalen; meestal gaat het om kleine, stilistische, veranderingen.

B. voorpublikaties in kranten en tijdschriften:

‘Het stille geneucht’ onder de verzameltitel ‘Doodgewone historiën’. Haagsche post 4 (1917), nr. 163 (10 februari), p. 146.

‘De eenzamen’. Groot Nederland 10 (1912). Dl. 1 [januari], p. 1-36.

‘Prelude’. Het vaderland 26 juni 1915, Eerste Avondblad A, p. 1-2.24

‘De mijmerij’. Het vaderland 6 november 1915, Eerste Avondblad A, p. 1-2.

‘De zoekende zielen i-ix’. Het vaderland 21 september-16 november 1912 (wekelijks), Eerste Avondblad A, p. 1-2.

‘Aan den stralenden herfst’. Het vaderland 23 oktober 1915, Eerste Avondblad A, p. 1-2.

‘De maagd in de maan’. Het vaderland 4 december 1915, Eerste Avondblad A, p. 1.

‘De prins i-v’. Het vaderland 15 maart-12 april 1913 (wekelijks), Eerste Avondblad A, p. 1-2 (i, ii, iv), Eerste Avondblad A, p. 1 (iii, v).

‘De hoogere onbewustheid; (fragment)’. Groot Nederland 6 (1908). Dl. 1 [januari], p. 307-328.25

‘De binocle’. Haagsche post 7 (1920), nr. 348 (28 augustus), p. 1378.

‘Het spoorwegongeluk’. De telegraaf 30 september 1920, Eerste Ochtendblad, p. 2.

‘Velasquez i-iv’ onder de verzameltitel ‘Bladen uit mijn dagboek lxxxxiii-lxxxxvi’. Het vaderland 29 november-20 december 1913 (wekelijks), Eerste Avondblad, p. 1-2 (i, iii), Eerste Avondblad A, p. 1 (ii, iv).

‘Avignon’. Groot Nederland 8 (1920). Dl. 11 [oktober], p. 489-520.

[p. 347]

‘Het koninkrijk Arles’. Groot Nederland 9 (1911). Dl. 11 [augustus], p. 152-166.

‘Attila en de Hunnen i-ii’. Het vaderland 22 en 29 juli 1917, beide Ochtendblad B, p. 1.

‘Van het burggraafje’ onder de verzameltitel ‘Mediaevaliteiten i’. Het vaderland 29 september 1918, Ochtendblad B, p. 1.

‘Romeinsche portretten; Uit den tijd van keizer Domitianus i-viii’. Het vaderland 6 januari-25 februari 1917 (wekelijks), Eerste Avondblad B, p. 1-2 (i, iv-vii), Eerste Avondblad B, p. 1 (ii, iii), Ochtendblad B, p. 1-2 (viii).

C. een uitgave in boekvorm: Louis Couperus: Proza; Eerste bundel. Van Holkema & Warendorf, Amsterdam, [november] 1923.

Hoewel er geen correspondentie is overgeleverd tussen Couperus en Van Holkema & Warendorf over de produktie van Proza, staat het vast dat de krante- en tijdschriftpublikaties als kopij voor de boekpublikatie hebben gediend. Een aantal fouten komt zowel in de publikaties in Het vaderland, De telegraaf en Groot Nederland als in de boekuitgave voor. Deze fouten moeten uit de voorpublikaties zijn overgenomen en door Couperus bij de correctie over het hoofd zijn gezien. Bovendien had Couperus de gewoonte de gedrukte voorpublikaties van zijn werk als kopij naar de uitgever te sturen of de desbetreffende nummers van het tijdschrift door de uitgever te laten aanschaffen.

De boekuitgave verscheen weliswaar vier maanden na het overlijden van Couperus, maar hij heeft wel zelf de proeven ervan gecorrigeerd: verschillende wijzigingen in de tekst van de eerste druk ten opzichte van de voorpublikaties kunnen onmogelijk aan de zetter of de corrector van de drukkerij (of van de uitgeverij) worden toegeschreven. Couperus stond er trouwens altijd op de proeven van de voorpublikatie en van de eerste druk van zijn boeken te corrigeren. Er zijn geen aanwijzingen dat hij voor de eerste druk van Proza van deze gewoonte is afgeweken.

Voorafgaande aan de verschijning van de bundel liet de uitgever voor zijn aanbiedingsreis langs de boekhandels een of meer-

[p. 348]

dere ‘reisexemplaren’ van Proza vervaardigen. Een bewaard gebleven en voor deze editie geraadpleegd reisexemplaar is uiterlijk identiek aan de handelsuitgave.26 De inhoud verschilt: de ‘Voorrede’ ontbreekt en alleen het eerste verhaal, ‘Het stille geneucht’, is volledig (en gecorrigeerd) afgedrukt. Het tweede verhaal is ten dele afgedrukt (22 bladzijden, gecorrigeerd). Op de overige bladzijden van de bundel, die dezelfde omvang heeft als de handelsuitgave, zijn de bladzijden 19-34 achttien keer herdrukt. Ook de inhoudsopgave verschilt: de volgorde van de titels is anders en sommige titels zijn afwijkend (hoewel het dezelfde feuilletons en verhalen betreft). Waarschijnlijk was de uitgever nog niet in het bezit van alle kopij, maar kende hij wel alle titels. Couperus heeft later de definitieve volgorde vastgesteld. In het volgende overzicht staat in de eerste kolom de inhoudsopgave van het reisexemplaar; in de tweede kolom staat de definitieve inhoudsopgave.

Het stille geneucht Het stille geneucht
De eenzamen De eenzamen
Prelude Prelude
De mijmering De mijmerij
De zoekende zielen De zoekende zielen
Stralende herfst Aan den stralenden herfst
De maagd in de maan De maagd in de maan
De prins De prins
De hoogere onbewustheid De hoogere onbewustheid
Romeinsche portretten De binocle
Velasquez Het spoorwegongeluk
Avignon Velasquez
Het koninkrijk Arles Avignon
Attila en de Hunnen Het koninkrijk Arles
De binocle Attila en de Hunnen
Mediaevaliteiten Van het burggraafje27
Het spoorwegongeluk Romeinsche portretten

[p. 349]

In het reisexemplaar ontbreekt de foto van Couperus die in de eerste druk van Proza tegenover de titelpagina is afgedrukt. De opname dateert van juni 1923, en is gemaakt in Couperus' werkkamer in zijn nieuwe huis in De Steeg. De in de bundel afgedrukte foto is een uitsnede van het origineel.28 Het is niet bekend, of Couperus zelf de foto heeft uitgekozen voor de bundel; mogelijk heeft de uitgever dit eerst na Couperus' overlijden, in juli 1923, besloten.

De uitgave van 1923 is de eerste en enige druk van Proza. De oplage was vermoedelijk 1000 exemplaren.29

Tekstkeuze

Voor deze uitgave van de bundel Proza is de eerste druk als basistekst gekozen. Hij vertegenwoordigt de laatste door de auteur actief geautoriseerde druk. Couperus heeft de kopij ervan geleverd en de proeven ervan zelf gecorrigeerd. Voor de tekstsamenstelling is gebruik gemaakt van het exemplaar van Proza dat zich bevindt in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag (sig. 949 e46).

Correcties

Omdat het overgeleverde kladhandschrift van het verhaal ‘De binocle’ inhoudelijk sterk afwijkt van de gepubliceerde versie van het feuilleton, is het niet betrokken in de tekstvergelijking van deze editie. Het kladhandschrift is alleen geraadpleegd bij tekstuele problemen in de basistekst die niet met behulp van het kopijhandschrift waren op te lossen, en voor de gedeelten waar het kopijhandschrift ontbreekt.

In de tekst van deze uitgave van Proza zijn, mede op grond van een woord-voor-woord vergelijking van achtereenvolgens de overgeleverde kopijhandschriften van de feuilletons met de tijd-

[p. 350]

schriftpublikaties (en in voorkomende gevallen van het kladhandschrift met het kopijhandschrift en de voorpublikatie) en de tijdschriftpublikaties met de eerste druk van de bundel, de hieronder volgende correcties aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de verbeterde versie gegeven; na de ‘Duitse komma’ (/) volgt de oorspronkelijke, foutieve lezing van de eerste druk. De laatste is voorzien van een asterisk (*) als zij voorkomt in alle genoemde versies. Indien dit niet het geval is, wordt bij de feuilletons waarvan een handschrift bewaard is gebleven ook de lezing van het handschrift (h) en van de tijdschrift-publikatie (hp, gn, v, t) vermeld, en in voorkomende gevallen ook de lezing van het kladhandschrift (h1; het kopijhandschrift is dan h2). Hierbij is de volgorde hp (of gn, v, t), h (h2, h1) aangehouden, omdat de tijdschriftpublikatie van de feuilletons als kopij heeft gediend voor de eerste druk van de bundel.30

9,14 knieën,/knieën (knieën, hp, h)
9,25 beentje-over/beentje over (beentje over hp, beentje-over h)
13,13 was.../was-..
13,22 contemplatie/comptemplatie
13,23 grond.../grond-..
15,32 donkerder/donker
18,13 niet eenzaam.../niet eenzaam..
19,16 was/van
20,1 weêr/wêer
22,9 Accademia/Academia
24,14 vond/vondt
25,4 betrekking.../betrekking..
25,9 van.../van..
25,16 spreken.../spreken..

[p. 351]

25,29/30 meer...
- Waarom zeg je niets meer, Rosmonda...?/meer...
26,2 gelukkig.../gelukkig..
26,8 kalm-weg.../kalm-weg..
27,20 was.../was..
27,28 Italië/Italië
28,11 uitstrekte.../uitstrekte..
28,15 [alinea] Zij/Zij
30,30 verloor.../verloor-..
31,14 weêrspiegelden/weerspiegelden
31,34 deden/deed
32,19 door.../door..
32,32 van/wan
33,4 hij.../hij..
34,3 zeide/ziede
34,11 misschien/umisschien
35,6 zijn'.../zijn'..
37,12 verzorgen.../verzorgen..
38,14 terug/tereug
38,16 zijn.../zijn..
42,4 kinderen...:/kinderen--:
42,4 Itala.../Itala--
42,4/5 Emilia.../Emilia--
42,5 nichtjes.../nichtjes--
43,27 nichtjes,/nichtjes
44,8 Filiberto/Fliiberto
45,10 Lippi/Lippo*
48,34 twijgen/twijfen
50,12 zwermden.../zwermden..
50,25 leêge/leege
51,12 dat/daar
53,15 klaren,/klaren
54,21 galerij/gelerij
58,23/24 wiegt mij al heen en weêr. Zij wil mij wiegen/wiegt (wiegt mij al heen en weêr. Zij wil mij wiegen v, h)

[p. 352]

59,29 Moeder/moeder (moeder v, Moeder h)
60,10 Smart/smart (Smart v, h)
60,12 schimmebeeld/schimmenbeeld (schimmenbeeld v, schimmebeeld h)
60,33/34 radeloos groot/radeloos (radeloos v, radeloos groot h)
62,17 heen.../heen:... (heen... v, h)
63,12 ondervinden,/ondervinden
65,31 zoû/zou
69,1 kussentje/kussentje,*
69,1 rustte/ruste*
74,25 goud.../goud-..
78,31 uit,/uit
81,15 baden.../baden..
82,33 beâamde/beaamde
84,29/30 Dáar... [...] zien.../Dáar,- -[...] zien--
85,10 geworden.../geworden..
85,27 elf/elf,
87,15 wilde.../wilde..
89,15 nijgde/neegd
90,26 van,/van
93,22 kennissen/kennisen
94,14 dagen.../dagen..
95,25 te gelijker/tegelijker
100,11 Carlotta/Carllotta
104,28/29 voeteneinde,/voeteneinde
106,13 dure,/dure
107,7 weêr/weer
107,10 oogenblikkelijk,/oogenblikkelijk
107,31 mij/mij
112,22 baronessa!.../baronessa!..
113,22 kleêren/kleeren
116,9 nieuw.../nieuw.. (nieuw... v, h)
117,35 deuren/deur (deuren v, h)
118,20 welkende/welbekende (welkende v, h)
120,15 Droom/droom*

[p. 353]

128,8 donkere/donkere,*
131,19 zij/zij,*
131,20 geweest,/geweest
133,13 rijkdom/rijkdommen
134,10 contemplatie/comptemplatie*
137,3 beleefd.../beleefd..
139,2 gezant.../gezant..
139,28 binden.../binden..
141,22 Prins/prins*
141,28 En/en
142,15 prins-en-hertog/prins-hertog
143,19 zeer/zeker
143,28 schilderijengalerij/schilde rijengalerei
144,18 voor/voort*
144,25 haar.../haar..
145,14 bezoekers/bezoekers,
146,1 streek.../streek
146,15 leêge/lêege
146,16 weêrgalooze/weergâlooze
147,23/24 achteren [...] *** /ach- *** teren [...]
147,28 eentonig/eentonige
147,32 belle-getjenk/bellegetjenk
148,5 tallooze/tallooze,*
152,23 flâneeren/flaneeren*
152,30 mijzelf.../mijzelf.
153,8 ik in/in in
153,9 eigenlijk/eigelijk
153,25 uitging,/uitging
154,10 daag/daaag
154,12 opgeschilderd.../opgeschilderd,
156,2 te/de
156,13 regen.../regen..
159,9 als/als,
159,28 gegaan.../gegaan..
160,11 flâneer/flaneer*

[p. 354]

161,1 flâneeren/flaneeren*
161,14 flâneer/flaneer*
161,29 flâneeren/flaneeren*
162,10 cafés/cafe's*
162,12 sataniesch'/sataniesch
162,23 bent/ben*
166,33 francs.../francs..
170,12 nutteloos,/nutteloos.
170,21 slècht/slecht
171,14 bent dan/bent
171,31 kennen/kennnen
173,17 Le Petit/Pe Petit
173,24 qu'il/qui'il
174,1 aristocratische/arictocratische
174,8 gobait'/gobait*
177,18 vàllen.../vallen .. (vallen... hp, h1)
178,23 tooneel.../tooneel.. (tooneel... hp, h1)
179,11 achterover.../achterover.. (achterover... hp, h1)
180,5 abîme/âbime (abîme hp, abime h2)
180,19 Brünnhilde's/Brünhilde's (Brünhilde's hp, h2, Brünnhilde's h1)
180,31 de beneden/beneden (beneden hp, h2, de beneden h1)
183,19 netten,/netten (netten t, netten, h)
183,20 gestapeld;/gestapeld: (gestapeld: t, gestapeld; h)
184,26 verwarring,/verwarring (verwarring t, verwarring, h)
186,19 legt u uw/legt uw (legt uw t, legt u uw h)
186,29 schoen/schoenen (schoen t, schoenen h)
186,33 gemsleêr/gemsleer*
187,10 hij hem pijn/hij pijn (hij pijn t, hij hem pijn h)
189,7 geslapen.../geslapen.. (geslapen... t, h)
191,11 gelaten/ge aten
191,34 [alinea] Velasquez,/Velasquez
194,13 Sebastian/Sebastiaan
197,16 zeventiend'-eeuwsch/zeventiend-'eeuwsch
198,13 Dõna/Dona

[p. 355]

198,14 Dõna/Dona
198,21 koninginnetje/konininnetje
198,23 aartshertoginnetje/aarsthertoginnetje
199,7 Urbino;/Urbino:
199,7 Dõna/Dona
199,18 Dõna/Dona
200,24 Dõna/Dona
201,18 Dõna/Dona
202,15 Venus/Venus,
204,7 Dõna/Dona
206,21 groote/groot
208,9 van,/van
209,29 omhuifde,/omhuifde
210,21 op-en-d'op/op-en d'op*
211,7 bewonderden/bewonderen*
213,8 Renaissance,/Renaissance
213,21 café's.../café's..
213,23 deur,/deur
214,1 fonteintje;/fonteintje,
215,9 beelden;/beelden,*
215,12 Verleden/verleden
215,18 Corot-/Corot
215,24 brug,/brug
216,4 òf saters/of saters
217,18 glimlachen.../glimlachen..
217,29 pijnen/pijn
219,8 - Kom/--Kom
219,18 Gibelijnsche/Gibellijnsche
220,8 vragen.../vragen..
222,12 ontmoeten/ontmoetten*
223,34 zaal/zaal,
224,7 schilder,/schilder
225,15 pavones [...] antiqui/pavonus [...] antique
225,21 soutane...?/soutane..?
225,23 Notre-Dame-des-Doms/Notre Dame-des Doms

[p. 356]

226,5 ditmaal/ditmaal nu
228,16 stad.../stad..
229,3 gewoon-menschelijke/gewoonmenschelijke
229,9 Notre-Dame-des-Anges/Nôtre-Dame-des Anges
232,7 bewondering...'/bewondering...
233,12 karyatide/kariatyde*
233,13 heiligen,/heiligen
234,20 goudleêr/goudleer*
234,30 nog/noch*
235,16 Pausen,/Pausen
238,5 peinzen.../peinzen..
239,11 gebaar/gabaar
239,23 xxii,/xxii*
239,24 hoogaltaar,/hoogaltaar
240,13 word/wordt*
240,20 liefde,/liefde
241,2 kwartier.../kwartier..
244,6 Middeneeuwen/Middeneeuw
245,5 modelé/modellé
246,24 processies/pocessies
248,10 dat,/dat
250,6 hôtel/hotel
250,9 kamer,/kamer
250,34 brons!),/brons!)
251,12 gedeelten:/gedeelten
254,4 een/niet
254,6 Christenen,/Christenen.*
255,5 vàn hen/van hèn
255,13 Schoonheid/schoonheid
256,1 bescheiden,/bescheiden
256,3 anderen/ander
256,11 Arelas,/Arelas
257,12/13 oud-Christelijke/oud christelijke
258,3 die,/die
262,3/4 koningin.../koningin..

[p. 357]

262,19 minnestreelen/minnestrelen
262,28 zij was/Zij was
264,4 aan.../aan..
265,8 Gandaric/Candaric (Candaric v, Gandaric h)
265,15 rots-overzaaide,/rots-overzaaide (rots-overzaaide v, rots-overzaaide, h)
267,11 paarden/paarden, (paarden, v, paarden h)
268,30 hout - /hout, (hout, v, hout - h)
271,13 uiterste/uitertse (uiterste v, h)
271,17/18 honderd-twee-en-zestigduizend/honderd twee-en-zestigduizend (honderd-twee-en-zestigduizend v, honderd-twee-en-zestig-duizend h)
272,14 Attila/Atilla (Attila v, h)
272,25 en bedreiging,/een bedreiging (een bedreiging v, en bedreiging, h)
276,11 graaf;/graaf: (graaf; v, h)
277,14 [alinea] Weêr/Weêr (Weêr v, [alinea] Weêr h)
278,23 ghi,/ghi (ghi v, ghi, h)
280,20 garsoenen/garsoene (garsoene v, garsoenen h)
281,29 Broêrtje/Broértje (Broêrtje v, h)
282,6 broêrtje/broertje (broêrtje v, h)
284,7 jaren:/jaren; (jaren; v, jaren: h)
285,13 zegen/zege*
288,7 eenmaal,/eenmaal (eénmaal, v, h)
288,7/8 noodlottig,/noodlottig (noodlottig v, noodlottig, h)
289,22 zusters kind/zusterskind (zusterskind v, zuster h)
293,12 dat/dan (dat v, h)
294,14 militaire/militaire, (militaire, v, militaire h)
294,26/27 bij hunne geduldige afwachting van betere tijden, hunne/bij hunne (bij hunne v, bij hunne geduldige afwachting van betere tijden, hunne h)
295,6/7 te springen/springen (te springen v, h)
295,9/10 kunstenaarschap/kunstenaarsschap (kunstenaarschap v, h)
296,17 Herculaneum/Herculanum (Herculanum v, Herculaneum h)

[p. 358]

299,19 mede-rechtsgeleerden/mederechtsgeleerden (mederechtsgeleerden v, h)
300,16/17 Schoonheid/schoonheid (schoonheid v, Schoonheid h)
302,28 flâneeren/flaneeren (flâneeren v, flaneêren h)
303,5/6 bewonderenswaardige/bewonderingswaardige (bewonderenswaardige v, h)
306,28 verwoesten/verwoeste (verwoesten v, h)
306,29 bonhomie/bonhommie*
307,15 zóo/zoo (zóo v, h)
307,29 hij.../hij.. (hij... v, h)
311,1 en.../en-.. (en... v, h)
311,24 leêr/leer (leer v, leêr h)
311,31 maar/waar (maar v, h)
312,32 [alinea] Maar/Maar (Maar v, [alinea] Maar h)
312,33 een/en (een v, h)
313,7 gekocht,/gekocht (gekocht, v, h)
313,30 aller ijl/allerijl (aller ijl v, h)
315,29 in/jn(in v, h)
315,31 in denken in/in denken (in denken in v, h)
317,2 leidden/leiden (leidden v, h)
317,17/18 vormen,/vormen (vormen, v, h)
319,18/19 portret van deze taalgeleerde, die in zijn tijd/portret, dat (portret van deze taalgeleerde, die in zijn tijd v, h)
319,19 zoû/zou (zoû v, h)
321,19 jongste/jonste (jonste v, eerste h)
322,24 gelijker tijd/gelijkertijd (gelijker tijd v, h)
323,19/20 dan, zich/dan zich,*
325,4 weêrom/weerom (weêrom v, h)
325,14 Onzienlijke/onzienlijke (Onzienlijke v, h)
325,18/19 goddelijke/goddedelijke (goddelijke v, h)
325,19 Brahmanen/Bhramanen*
326,5 later,/later (later, v, h)
327,30 der betere/betere (der betere v, h)
327,32 Caracalla/Carcacalla (Caracalla v, h)
329,7 Longina/Longia (Longina v, h)

[p. 359]

329,17 Domitia/Domitia, (Domitia v, h)
329,22 Pâris/Paris (Pâris v, h)
329,27 Pâris/Paris (Pâris v, h)
329,33 Jongere,/Jongere (Jongere, v, h)
330,6 besteeg,/besteeg; (besteeg; v, besteeg, h)
330,21 op,/op; (op; v, op, h)
331, 11 wier/wie (wier v, h)
331,12 is.../is.. (is... v, h)
331,19 bezoedelde/bezoedelden (bezoedelden v, bezoedelde h)
332,26 behagen...!/behagen..! (behagen...! v, h)
332,29 Zoo,/Zoo (Zoo, v, h)
333,4 hetaere/hetaire (hetaere v, h)
333,9 verachting,/verachting; (verachting; v, verachting, h)

Varianten

De eerste druk van de bundel Proza vertoont ten opzichte van de tijdschriftpublikatie (hp, gn, v, t) en ten opzichte van de overgeleverde handschriften (h, h2, h1) de hieronder volgende woordvarianten. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de lezing van de eerste druk gegeven; na het ‘ontstaan-uit-teken’ (<) volgt de vroegere tijdschriftversie en in voorkomende gevallen de handschriftversie.

9,1 het stille geneucht < doodgewone historiën; Het stille geneucht hp, h
9,4 over < aan h
9,6/7 ijs, als brokjes diamant ook, bij de weêr toegevroren wakken. < ijs, bij de weêr toegevroren wakken, als brokjes diamant ook hp, h
9,10 van wie elkander vasthielden < die elkander vast hielden hp, h
9,16 telkens < alleen h
9,25 lustig < kunstig h
10,1 die < wie h
12,3 als < met
12,11 zeventien < zeventien jaar

[p. 360]

15,21 naar je < je
16,21 op < over
20,19/20 schoorsteentafel < schoorsteenmantel
26,2 zelfs < ook
28,24 een < hun
47,19 zeide, verwonderd, zij < zeide zij, verwonderd zij
50,16 schoorsteentafel < schoorsteenmantel
50,25 schoorsteentafel < schoorsteenmantel
51,5 geworden ben < ben geworden
53,26 mij steeds < mij
55,26 Alle < Alle de
55,29 alle < alle de
61,16 groot < groot, groot h
64,21 in < in een
64,35 als het ware < als ware het
65,6 waarvan < waaraan
69,14/15 was ook < ook was
70,16 ontbreekt < Naschrift. - De schrijver stelt zich voor met De Zoekende Zielen aan zijn feuilleton-lezers een romantiesch verhaal in feuilletons te bieden, waarvan elk feuilleton echter zoo veel mogelijk, een aparte indruk of stemming geven zal, terwijl toch de romantische draad der feuilletons tot een geheel zal samen rijgen.
74,9 karabijnen < revolvers
88,2 geschuind < genijgd
88,29 daalde < nijgde
89,34 zocht < zag
99,23 steeds meê < meê steeds
100,26 voor < op
101,19 pret < de pret
103,2 éen enkel < éen heel enkel
105,6 dien matten < den matten
113,1 bestia, la < bestia, o la
113,10 de arme < arme

[p. 361]

118,33 die < de h
119,26 weg verstijven < weg te verstijven h
122,27 haar < hem h
122,28 zij haar < hij zijn h
130,20 had... < had... n.b. De Prins zal in vijf op elkaâr volgende feuilletons worden voltooid.
153,33 larven, rissen van < larven en rissen
164,21 auto < brick
166,18/19 uit gedraaid < uitgeblazen
170,14/15 aan die 65 fr. kom < kom aan die 65 fr.
171,30 van de < van
180,21 genoot. < genoot. Maar meende, dat het toch om die diepte-duizeling, die hem zeker had verward, voorzichtiger zijn zoû ook de derde acte hier, staande, aan te hooren. h2
182,9 dan hij < dan hem h2
183,3/4 na het spoorwegongeluk voort < voort na het spoorwegongeluk t, h
187,31 Het < Hij t, h
188,8 gemakkelijker < gemakkelijk h
190,2 1 < ontbreekt
192,20 die < dat
193,28 weêr geven < vertoont
202,29 draperie: < draperie: en
218,9 onder fijne < onder de fijne
218,14 de koning < koning
219,31 1 Of Welven, zoo men wil. < ontbreekt
222,31 zijn < is
224,9 te dier < dier
230,12 gij < u
233,21 ontgleed zijn kinderlichaam < ontgleed, aan zijn kinderlichaam,
235,11 aan < van
235,17 aan < met
236,13 de < die

[p. 362]

238,1 Revolutie-moker hier < Revolutie hier moker
243,27/28 van het muzeum, en < en
246,20 hen < beiden
249,15 mij voor < voor mij
252,10 belluarius < belluariï
252,21 wat er over < wat over
254,16 nog steeds < is nog steeds
254,22 die < die de
257,19 antieke < antiekere
257,20 verassching < incineratie
257,22 zij < die
266,14 doet < daar v, h
267,8 woestheid < overmoed h
267,8 werden < waren h
269,10 een rund < eene koe h
270,7 deze < zij h
270,11/12 op geen Kultuur [...] beroemden < op geen Kultur [...] beroemden v < geen Kultur [...] roemden h
270,21/22 heuvelen [...] zijn < heuvel [...] is h
271,5 broze < haastige h
272,12 een < de h
273,1 de < die h
273,22 de < die v, h
273,23 die < dat h
274,14 dan zijn < als zijn h
276,1 van het burggraafje < mediaevaliteiten i. Van het Burggraafje v, h
278,28 overdwarse < zigzaggende h
278,33 streng < streng nu h
280,24 vijf < vijftien h
280,33 Knapen < dienknapen h
281,12 Credo < Vigeliën h
282,21 heel < zeer h
282,24 staal < lemmet h
282,34 1 Schurk. < ontbreekt h

[p. 363]

283,16 hield... < hield maar dat het niet zeker was, dat het kind zijn vader had willen vergiftigen, h
283,18 vermurwen... < vermurwen en den knaap te verlossen uit het gevang. h
285,10 van zijn ouderen < vooral van zijn ouderen h
285,16 zijn geest verblind < verblind h
285,30 profiel < uiterlijk h
288,2 wanden < wand h
288,29 alle eigen < alle h
289,34 den < een h
290,19 bloei < nabloei h
292,6 om < van h
293,34 de sobere < dor sobere v, h
296,23 over < met h
296,31 beminnelijkheid < grootzieligheid h
297,19 dat < die h
300,10 ons door hem beschreven < die hij ons beschreven heeft h
301,19/20 van de < de h
302,1 rollende < woelende h
302,8/9 modernere < moderne h
302,11 zijne < zijne fijn v, h
303,27 Nomentum < Nomentanum h
306,6 generalizeerende < onpersoonlijke h
307,5 zendt!? < zendt??1) 1. Liber x. Ep. xix. h
307,20 's dichters dood < zijn dood h
307,24 dat < het h
308,4/5 geestig dichter < dichter h
308,12/13 pseudo-lasteraar < lasteraar h
310,28 worden betwijfeld < betwijfeld worden h
313,24 een weg < weg h
313,34 ook < zelfs h
314,1 de < zij, de h
315,14 er hevig < hier hevig h
316,6 wees < voerde h

[p. 364]

317,12/13 den drie-jarigen knaap < het drie-jarigen kind h
317,29/30 proporties < proportie h
318,20 of ten < of h
320,11 werd < is h
320,13 in < in zijn v, h
320,31 bleef < bleek v, h
321,19 jongste31 < eerste h
322,28 zegt < boekt h
323,3 hevigen < grooten h
324,5 omschaduwen < omparken h
325,2 gaat < keert h
326,14 grijzaard. De < grijzaard. De geheele antieke wereld heeft hij doortrokken, de v, h
329,12 daarna < zelfs h
329,18 haar aan heur < haar heur h
330,26/27 bezoeken < zien h
333,30 wel in dezen tijd < wel h
334,19 snikkende uitroept < uitroept h
334,21 hare < van hare h
334,26 wijst < stoot h

Afbrekingstekens

In deze uitgave van Proza moeten de volgende afbrekingstekens als een koppelteken gelezen worden:

10,24 artilleriste-
14,22 Renaissance-
43,29 Campo-
63,21 ferry-
72,20 Meisjes-
74,29 poëzie-
78,2 Santa-
88,18 driehoek-
93,32 groente-
104,21 stijf-
119,18 rood-
124,21 cypresse-
127,9 beurs-
148,16 echo-
154,35 en-
164,32 Italiaansch-
168,22 ge-
175,2 Indo-

[p. 365]

181,35 politie-
185,27 restauratie-
188,33 groot-
197,34 Velasquez-
198,27 Buen-
199,32 karmozijn-
200,1 Renaissance-
200,25 gala-
201,14 vertugadin-
202,22 mythe-
203,24 familie-
208,34 spinsters-
209,26 atelier-
220,31 statie-
222,27 Audiëntie-
224,6 Garde-
226,33 Italiaansch-
230,23 Mont-
233,13 à-
242,12 miniatuurkunst-
244,32 Vendée-
247,9 legaat-
251,19 provincie-
261,14 boom-
264,5 Renaissance-
264,12 ruïne-
268,16 Oostersch-
271,17 honderd-
271,27 Westersch-
271,34 Noord-
272,7 Vizi-
272,12 hoog-
284,10 de-
284,12 zenuw-
291,8 van-
291,31 be-
299,19 mede-
300,31 over-
302,30 de-
310,18 maar-
320,31 na-
323,33 Christus-
326,26 praefectus-
329,24 mimus-
342,8 Proza-
350,17 beentje-
357,10 en-
358,1 mede-

Op p. 180, 216 en 229 valt het einde van de pagina samen met een witregel.

* Voor de bibliografische gegevens werd onder meer gebruik gemaakt van het Bibliografisch Repertorium Louis Couperus, een door zwo gesubsidieerd project, onder redactie van G. Borgers, E. Braches, K. Reijnders, uitgevoerd door Marijke Stapert-Eggen.

Zie voor de editieprincipes van de Volledige Werken Louis Couperus: Algemene verantwoording van de Volledige Werken Louis Couperus. Utrecht/Antwerpen, 1987. De editieprincipes zijn vastgesteld door Ernst Braches, Jan Fontijn, Karel Reijnders, Marijke Stapert-Eggen en H.T.M. van Vliet.