Het snoer der ontferming en Japansche legenden (eds. H.T.M. van Vliet en J.B. Robert)


auteur: Louis Couperus


editeur: H.T.M. van Vliet en Jan Robert


bron: Louis Couperus, Het snoer der ontferming en Japansche legenden (eds. H.T.M. van Vliet en J.B. Robert). Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen 1995  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 219]

Verantwoording

[p. 221]

Van eind maart tot half september 1922 verbleef Couperus als ‘speciaal correspondent’ van de Haagsche post in Japan. Zijn reisbrieven over dat land werden van september 1922 tot mei 1923 in de Haagsche post gepubliceerd.1 Couperus deed in Japan ook ideeen op voor een aantal verhalen, waarbij hij zich onder meer liet inspireren door prenten van de Japanse kunstenaars Utamaro en Hokusai, en door oude Japanse volksverhalen en legenden.

Na zijn terugkeer in Nederland schreef hij onder de titel ‘Het snoer der ontferming’ vijfentwintig schetsen en korte verhalen die Japan tot onderwerp hadden. Ze werden in vijf maandelijkse afleveringen van april tot augustus 1923 in Groot Nederland gepubliceerd. Het verhaal ‘De koelie’, dat oorspronkelijk geen deel uitmaakte van het handschrift van ‘Het snoer der ontferming’, verscheen in oktober 1923 in Groot Nederland als zesentwintigste hoofdstuk van de serie.

Daarnaast schreef Couperus vier ‘Japansche legenden’. Deze verschenen tussen 29 april en 1 juli 1923 als wekelijks feuilleton in Het vaderland.

Het was ongetwijfeld Couperus' bedoeling de schetsen van ‘Het snoer der ontferming’ en de Japanse legenden ook gebundeld uit te geven. Door zijn overlijden op 16 juli 1923 is hij niet meer toegekomen aan de voorbereiding van een dergelijke uitgave.

Bronnen

Voorzover ons bekend, zijn van de verhalen uit de bundel Het

[p. 222]

snoer der ontferming en Japansche legenden de volgende door de auteur geautoriseerde bronnen overgeleverd:

A. een volledig manuscript van Het snoer der ontferming van de hand van Couperus, dat zich bevindt in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag (sig. c.383 h.i en c.383 h.i ‘Novellen’). Het handschrift bestaat uit twee gedeelten. Het eerste gedeelte telt 119 gelinieerde vellen van eenzelfde (folio)formaat die voor het grootste gedeelte in paarse inkt, eenzijdig zijn beschreven.2 Het is als volgt samengesteld: een ongenummerd blad, waarvan het onderste deel is afgescheurd, met het opschrift ‘Het Snoer der Ontferming’, een ongenummerd blad met het opschrift ‘Japansche Prenten’,3 en genummerde bladen 2-9, 9a-118.

Het tweede gedeelte bestaat uit 14 gelinieerde vellen van eenzelfde (folio)formaat, die eenzijdig zijn beschreven.4 Het is als volgt samengesteld: een ongenummerd blad met het opschrift ‘De Koelie’ en genummerde bladen 2-14.5 De bladen zijn beschreven in zwarte inkt. Het verhaal ‘De koelie’ maakt geen deel uit van het handschrift van ‘Het snoer der ontferming’: het heeft niet de verzameltitel, geen hoofdstuknummer en de titel staat gecentreerd bovenaan het blad, terwijl de titels van de hoofdstukken van ‘Het snoer der ontferming’ rechts onder het hoofdstuknum-

[p. 223]

mer staan. Ook is het verhaal langer dan de hoofdstukken van ‘Het snoer der ontferming’.

Couperus heeft de eerste versie van de verhalen zonder veel onderbrekingen op papier gezet; de ductus is regelmatig, maar de ductus van het ‘Voorspel’ verschilt van de overige bladen; ook de ductus van het verhaal ‘De koelie’ wijkt af. Couperus heeft in dezelfde inktkleur en in potlood veel doorhalingen, verbeteringen en toevoegingen in de tekst aangebracht.6 De tekst van het handschrift wijkt inhoudelijk vrijwel niet af van de gepubliceerde versie van de verhalen. Meestal gaat het om kleine, vooral stilistische, varianten.

De handschriften vertonen geen sporen van de zetterij, zoals zwarte vegen en vouwen in het papier. Ze hebben derhalve niet als kopij voor Groot Nederland gediend: ze zijn overgetypt.

B. een onvolledig typoscript van Het snoer der ontferming, dat zich bevindt in het Letterkundig Museum (sig. c.383 a.3).7 Het bestaat uit 122 ongelinieerde bladen van eenzelfde (folio)formaat, die in paarse inkt eenzijdig zijn getypt. Het is als volgt samengesteld: een ongenummerd blad met het door Couperus in potlood doorgestreepte opschrift ‘Japansche Prenten’, en genummerde bladen 2-17, 17a-103, 117-134.8 Van het ‘Voorspel’ en het verhaal ‘De koelie’ ontbreekt een typoscript. Couperus heeft het typoscript tot blad 66 (het slot van hoofdstuk xxi ‘De spiegel’) in paarse inkt en in potlood gecorrigeerd, waarbij hij ook veranderingen heeft aangebracht ten opzichte van de oorspronkelijke, handschriftelijke versie. In het gehele typoscript zijn ook correc-

[p. 224]

ties in potlood aangebracht, in een ons onbekende hand. Het typoscript heeft als kopij gediend voor de publikatie in Groot Nederland.9

C. een onvolledige drukproef van Groot Nederland, die zich bevindt in het Letterkundig Museum (sig. c.383 d.4). De proef bestaat uit dertig bladzijden octavo. Het eerste blad is ongenummerd en heeft het opschrift ‘Het snoer der ontferming’; de overige bladen zijn genummerd 2-30. De bladen bevatten de tekst van de publikatie in het augustusnummer 1923 van Groot Nederland (de hoofdstukken xxiii-xxv). Couperus heeft de eerste elf bladzijden gecorrigeerd, in paarse inkt. De onvolledig gecorrigeerde drukproef is na het overlijden van Couperus in juli 1923 niet meer aan de redactie van Groot Nederland verzonden: de correcties zijn in de gepubliceerde tijdschriftversie niet overgenomen.

D. tijdschriftpublikaties:

‘Het snoer der ontferming’. Groot Nederland 21 (1923). Dl. 1[april-juni], p. 377-386 (‘Voorspel’, i-x), p. 544-562 (xi-xv), p. 698-714 (xvi-xx); dl. 11 [juli], p. 61-94 (xxi-xxii). De overige publikaties van ‘Het snoer der ontferming’ in Groot Nederland zijn na Couperus' overlijden verschenen; hij heeft de drukproeven daarvan niet gecorrigeerd: Groot Nederland 21 (1923). Dl. 11 [augustus/oktober], p. 190-219 (xxiii-xxv), p. 404-419 (xxvi).10

‘De sneeuwfee; Japansche legende van ouderliefde’. Het vaderland 29 april 1923, Ochtendblad B, p. 1.

‘Rijzende-Maan-Zilverzacht; Japansche legende van weemoed’. Het vaderland 13 mei 1923, Ochtendblad B, p. 1.

[p. 225]

‘Gompachi en Komurasaki; Japansche legende van hartstocht i-iv’. Het vaderland 27 mei-17 juni 1923, Ochtendblad B, p. 1.

‘De bittere wijsgeer; Japansche legende van wijsheid’. Het vaderland 24 juni-1 juli 1923, Ochtendblad B, p. 1.

Van de vier verhalen in Het vaderland is geen handschrift of typoscript overgeleverd. Couperus heeft de kopij ervan geleverd, maar het is niet zeker of hij ook de drukproeven zelf heeft gecorrigeerd. Hij stond er overigens wel altijd op de proeven van de voorpublikaties van zijn werk te corrigeren.

 

Eind oktober 1923 ontving mevrouw Couperus een verzoek ‘Het snoer der ontferming’ in boekvorm te mogen uitgeven: ‘Juist vernam ik, dat de reisbrieven uit de Haagsche Post onder den titel “Oostwaarts” bij Uitgevers Mij Leopold te Den Haag zijn of zullen verschijnen. Nu blijft alleen over “Het Snoer der Ontferming” uit Groot Nederland als roman uit te geven en zou ik daaromtrent gaarne spoedig Uw plannen en honorarium willen vernemen.’11 Het is ons niet bekend, wie haar dit voorstel deed.12 In mei 1924 sloot mevrouw Couperus een contract met Nijgh & Van Ditmar te Rotterdam voor de boekuitgave van Het snoer der ontferming, ‘waaraan toegevoegd zal worden een serie Japansche novellen, waarvan de tekst-grootte overeenkomt met pl. m. 2600 regels kolom Vaderland’.13 De kopij moest voor 1 juli 1924 worden ingeleverd; mevrouw Couperus ontving bij inlevering een honorarium van ƒ1000,- voor een eerste oplage van 1500 exemplaren. Voor elke nieuwe oplage van 1500 exemplaren zou zij ƒ500,- ontvangen. De bundel Het snoer der ontferming en Japansche legenden verscheen in november 1924 bij Nijgh & Van Ditmar's

[p. 226]

Uitgevers-maatschappij te Rotterdam. De oplage van de eerste druk van Het snoer der ontferming was 1500 exemplaren.14

De titel Het snoer der ontferming en Japansche legenden is waarschijnlijk niet door Couperus zelf gekozen. Omdat de titel echter sinds 1924 in alle literatuurgeschiedenissen en bibliografische overzichten van Couperus' werk is gebruikt, hebben wij gemeend deze vertrouwde titel te moeten handhaven.15

Tekstkeuze

Voor deze uitgave van Het snoer der ontferming en Japansche legenden zijn de voorpublikaties in Groot Nederland van april tot juli 1923 van ‘Het snoer der ontferming’ (hoofdstuk i-xxi) en de voorpublikaties van de vier ‘Japansche legenden’ in Het vaderland als basistekst gekozen; van de overige hoofdstukken van ‘Het snoer der ontferming’ die in augustus en oktober 1923 in Groot Nederland zijn verschenen, is het handschrift als basistekst gekozen. De genoemde voorpublikaties en handschriften vertegenwoordigen de laatste door de auteur actief geautoriseerde versie. Couperus heeft de kopij van de voorpublikaties geleverd en de proeven ervan zelf gecorrigeerd. Voor de tekstsamenstelling is gebruik gemaakt van de desbetreffende nummers van Groot Nederland en Het vaderland, en van de desbetreffende handschriften die zich bevinden in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag (sig. c.383 h.i).

Correcties

In de tekst van deze uitgave van Het snoer der ontferming en Japansche legenden zijn, mede op grond van een woord-voor-woord

[p. 227]

vergelijking van achtereenvolgens het overgeleverde handschrift met het typoscript en van het typoscript met de tijdschriftpublikatie (en in voorkomende gevallen met de door Couperus gecorrigeerde drukproef), de hieronder volgende correcties aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de verbeterde versie gegeven; na de ‘Duitse komma’ (/) volgt de oorspronkelijke, foutieve lezing van de tijdschriftpublikatie of het handschrift. De laatste is voorzien van een asterisk (*) als zij voorkomt in alle genoemde versies. Indien dit niet het geval is, wordt van de hoofdstukken van Het snoer der ontferming ook de lezing van het handschrift (h) vermeld, en in voorkomende gevallen ook de lezing van het typoscript (t).16

9,11 klein en nietig/klein nietig (klein nietig t, klein en nietig h)
11,21 dichteressen,/dichteressen (dichteressen t, dichteressen, h)
12,27 schrijfgerei/schrijfgerij*
13,16 duidelijk./duidelijk, (duidelijk, t, h)
14,2 boom/boomen (boomen t, boom h)
14,3 krinkelen/krinkelden (krinkelen t, h)
14,6 Bodhisattwa/Bodhisatwa*
14,10 godheid, uw kunst,/godheid, (godheid, t, godheid, uw kunst, h)
14,10 gij!,/gij! (gij! t, gij!, h)
14,23 hoogmoedig/hoogvaardig (hoogvaardig t, hoogmoedig h)
15,3 schrijfstift/schriftstift*
16,14 rivier/rkvier (rivier t, h)

[p. 228]

17,1 Boeddha's dan/Boeddha's (Boeddha's t,17 Boeddha's dan h)
17,3 rotsblokken/rostblokken (rotsblokken t, h)
17,12 polijstte/polijste*
17,32 polijstte/polijste*
20,5 na/nu (nu t, na h)
20,26/27 schuitjes [...] meisjes,/schuitjes, [...] meisjes (schuitjes, [...] meisjes t, schuitjes [...] meisjes, h)
21,8 Langen/langen*
22,9 van zachtste/zachtste (zachtste t, van zachtste h)
23,6 gefiedeld/gefiedelt (gefiedelt t, gefiedeld h)
23,29 ziet buigende [...] toe/zich buigende [...] over (zich buigende [...] over t, ziet buigende [...] toe h)
23,32 convolvulusrank/convolvulussrank (convolvulusrank t, h)
24,2/3 kooitje van groene bamboe-stijltjes. Dat is een kooitje/kooitje (kooitje t, kooitje van groene bamboe stijltjes. Dat is een kooitje h)
25,19 niet/niet, (niet t, h)
29,17/18 teekenaar,/teekenaar (teekenaar, t, h)
32,20 even/weêr (weer t, even h)
33,14 vormde/vormden (vormden t, vormde h)
33,28 ik weet/weet ik (weet ik t, ik weet h)
34,6 mijmeren,/mijmerend (mijmeren t, h)
34,16 Kyoto/Kioto (Kyoto t, h)
34,30/31 plooi-golvende kimono-gewaden/plooi-golvende-kimono-gewaden (plooi-golvende kimono-gewaden t, h)
35,25/26 ‘hemelblauw-zwarte’/‘hemelsblauw-zwarte’ (‘hemelblauw-zwarte’ t, h)
35,27 en aan/aan (aan t, en aan h)

[p. 229]

35,31 vijverlandschap/vijverlandscnap (vijverlandschap t, h)
36,4 copieën/copieeën (copieën t, h)
36,6 ‘citroen-geel-gouden’/citroen-geel-gouden*
36,25 dat/door (dat t, h)
36,31 vindt/vind*
37,12 oirans/Oirans, (Oirans, t, Oirans h)
37,22 vaak/maar (maar t, vaak h)
37,27 zwaar,/zwaar (zwaar, t, h)
38,14 licht glorie-glanzend/licht-glorie glanzend (licht-glorie-glanzend t, licht glorie-glanzend h)
40,35/41,1 gekronkeld,/gekronkeld (gekronkeld, t,18 gekronkeld h)
41,13 Ik/âk (Ik t, h)
42,3 ge,/ge (ge, t,19 ge h)
42,13 schipper/schipper, (schipper, t, schipper h)
44,10 Ai-ai-ai, joe-joe-joe, ppf-ppf-ppf/Ai; ai; ai, joe; joe; joe, ppf; ppf; ppf (Ai; ai; ai, joe; joe; joe, ppf; ppf; ppf t, Ai-ai-ai, joe-joe-joe, ppf-ppf-ppf h)
45,11 weêr/weer (weer t, h)
47,3 beesten,/beesten (beesten t, beesten, h)
47,4 zich/zîch (zich t, h)
47,10 poëzie/poëzie, (poëzie t, h)
47,11 derde, kijkende/derde en kijkende (derde, kijkende t,20 derde en kijken h)
48,10 Bodhisattwa's/Bodhisatwa's (Bodhisatwa's t, Bodhisattwa's h)
49,7 Nauwlijks/Naulijks (Nauwlijks t, h)
50,13 wendden/wendde (wendde t, wendden h)
50,25 want dat/want (want dat t, h)
51,28 om/naar (naar t, om h)
51,28 vaak/ook (ook t, vaak h)

[p. 230]

52,24 de besneeuwde/besneeuwde (besneeuwde t, de besneeuwde h)
53,16 geleidden/geleidde*
53,31 Yoshiwara - wijk/Yoshiwara-wijk (Yoshiwara-wijk t, h)
54,13 xvi/xv*
54,14 Utamaro's/utamoro's (Utamaro's t, h)
55,9 zoo zacht, zóo/zoo zàcht, zoo (zoo zacht, zóo t,21 zoo zacht, zoo h)
55,14 begoocheling/begoocheling, (begoocheling t, h)
55,19 dichteressen/dichtressen (dichteressen t, h)
56,20 xvii/xvi*
56,22 Tempel/tempel (Tempel t, h)
58,4 ach,/ach (ach t, ach, h)
59,1 Gichelende en/Gichelende (Gichelende t, Gichelende en h)
59,4 kwade-kanspapiertjes/kwade kanspapiertjes (kwade-kanspapiertjes t, h)
59,7 xviii/xvii*
60,27 gelaat is dat als van een/glans is die van een een (glans is die van een t, gelaat is dat als van een h)
61,6 omgekomen/ongekomen (ongekomen t, omgekomen h)
61,16 als/de (de t, als h)
61,20 achtergrond/acntergrond (achtergrond t, h)
61,29 geschiedt:/geschiedt; (geschiedt: t, h)
61,33 prenten,/prenten (prenten, t, h)
63,19 druk/indruk (druk t, h)
64,24 Ik/Ik zal (Ik zal t, Ik h)
64,32 reikt/reikte (reikt t, h)
65,12 nutteloos,/nutteloos (nutteloos, t, h)
65,21 Kumagai/Kumgai (Kumagai t, h)
65,27 gruwelijk/gruselijk (gruwelijk t, h)

[p. 231]

65,30 Wie/Die (Die t, Wie h)
65,34 vóor/voor (vóor t, h)
66,1 rustig,/rustig (rustig t, rustig, h)
66,14 Bodhisattwa's/Bodisatwa's*
67,1 xix/xviii (xiii t, xix h)
67,11 mensch/menschen (menschen t, mensch h)
67,33 voorzichtigjes/voorzichtjes (voorzichtigjes t, h)
68,19 zijn/tijn (zijn t, h)
69,21 heiligdommen/heiligdoommen (heiligdommen t, h)
69,25 glas-ijl/glasijl (glasijl t, glas-ijl h)
70,28 sericaria,/sericaria (serkaria, t, h)
71,1 xx/xix (xx t, h)
71,21 Sabbath-nacht/Sabbath, nacht (Sabbath-nacht t, h)
71,29 sluierslippen/sluiers slippen (sluierslippen t, h)
72,33 te/de (te t, h)
73,15 wringende/wiegende (wiegende t, wringende h)
73,32 verstijven de/verstijvende*
73,34 waarvan/waar (waarvan t, h)
75,13 en/in (in t, en h)
76,2 maagdehart/maagdenhart (maagdenhart t, maagdehart h)
77,4 chamaecyparis-hout/chameacyparis-hout (chamaecyparis-hout t, h)
77,18/19 heen geroepen/heen (heen geroepen t, h)
77,20 achtte/achten (achtten t, achtte h)
77,21 in/aan (aan t, in h)
78,18 beurende/bevende (bevende t, beurende h)
78,29 kunnen/kunen22 (kunnen t, h)
79,16 gebouwde/gebouwd (gebouwd t, gebouwde h)
80,13 goden!,/goden! (goden! t, goden!, h)
80,35 Liefde./Liefde (liefde, t, h)
81,16 als/een (een t, als h)

[p. 232]

82,18 wereld- en hemeldrang/wereld-en-hemeldrang (wereld-en-hemeldrang t, wereld- en hemeldrang h)
82,24 wel van licht overvol/vol van licht, overvol (vol van licht, overvol t, wel van licht overvol h)
83,32 naar/maar (naar t, h)
84,7 voor/van (van t, voor h)
84,34 vervoering/vervoeringen (vervoeringen t, vervoering h)
85,24 jonge/ - jonge
87,10 gitten, glanzige/gitten glanzende
88,6 toen/oen
88,18 papieren/purperen
88,34 storten/sorten
89,10 dergelijke/dergelijke,
89,12 zonsopgang/zonsondergang*
90,1 toeriepen en -wuifden/toeriepen en wuifden
91,22 Groote/groote
91,27 verklaart/verklaarde
92,3 woord;/woord,
92,15 voort/voor
92,17 Muroto,/Muroto
92,35 onttooveren/onttooverden,
94,26 knie/knieën
95,32 dat de/door de
96,11 wil/willen*
97,30 ‘Dai-Butsu!’/Dai-Butsu!*
97,35 ‘-Butsu!’/‘Dai-Butsu’
99,3 geraakte/geraakt
101,19 op weg/op weêr
101,27 terwijl/terwijl,
101,27 verklotste/verkloste
102,1 vroeg,/vroeg
102,18 eere/èere
104,6 vaal, vaag/vaal
104,7 vaag vale/nog vale

[p. 233]

104,24 zwarte, hier en daar ijle/dichte, hier en daar zwarte, ijle
105,15 schrijfgerei/schriftgerei
105,17 naam?/naam? [nieuwe regel] - Umi-San.
106,14 verrukking./verrukking
106,27 Umi-San/Umi-Szn
108,1 niet geweigerd/geweigerd*23
109,15/16 kloostercel. [...] antwoordde:/kloostercel: [...] antwoordde.
109,18 wel wil/wel
109,19 kracht,/kracht
110,11 weelderige/weelderig
112,1 stroomen gestuwd/stuwing
112,17 en/en,
113,9 en zingt/zingt24
113,10 seconden/de uren
113,15 Nirwâna/Nirwana
113,17/18 thee-huis/theehuis
113,22 thee-huis/theehuis
113,24 Kiyohime/Kiyo25
113,30 thee-huis/theehuis
114,4 haar/hare
116,17 verkwikkenden/verkwikkend
117,15 zong,/zong
117,17 thee-huis/theehuis
117,21 iutons;/futons,
118,17 vermillioenen/vermillioene
119,11 door klonk/doorklonk
119,17 Hikata-rivier/Hikata rivier
119,20 zonsopgang/zonsopgang,
119,23 koortsigen/koortsige

[p. 234]

119,33 thee-huis/theehuis
120,14 mijn/de
122,4 Zekerlijk/Natuurlijk
122,12 nachte-zwart/nachte zwart
122,19 klokke-huis/klokke huis
122,33 klokke-huis/klokke huis
123,2 tampte/kampte
123,10 thee-huis/theehuis
124,1 Bodhisattwa's/Bodisattwa's
124,2 thee-huis/theehuis
124,9 vermillioen;/vermillioen,
127,3 gevluchte/gevluchtte
127,9 naam!, /naam!
130,25 was geweest/was, geweest
130,33 Taikô/Taiko
131,32 gevleid/gevlijd
134,3 immer/nimmer
135,29 rotssteen - /rotssteen,
137,10 aestheet/aestheet,
137,35 knaap,/knaap
139,2 onafhankelijke/onafhankele
139,21 chryzanthen/chryzanten
140,6 aardschheid/aardscheid
142,25 middagzon/middagzon̑
143,3 gecreëerd/gecreeerd
145,21 hem/hij
145,24 aestheet/estheet
146,30 bied/bid
147,26/27 die [...] glansden/dit [...] glansde
149,20 Westen,/Westen
149,28 òf [...] òf/òf [...] of
150,1 daimyo's/daymio's
150,6 daimyo/daymio
150,14 breidden/breiden
151,6 be-ambten/be-amten

[p. 235]

151,16 mannen,/mannen
151,19 daimyo's/daymio's
157,12 minder,/minder
157,14 Tera/Thera
157,27 huif./huif,
157,28 En:/En,
157,30 En:/En,
158,6 doorzocht - /doorzocht,
158,14 Tera/Thera
159,7 Tera/Thera
160,11 Tera/Thera
162,5 iedere/iedere zich
164,15 Toen rukte/Toen, rukte
172,8 verduidelijkt/verduidelijkte
177,4 neêr/neer
182,16 knaapsken/knaapksken
184,29 wilt/wit
186,7 harstvlam/hartsvlam
186,21 harstvlammen/hartsvlammen
186,28 stam,/stam.
188,9 voet,/voet
189,22 samurai/Samurai
191,5 eindelijk!,/eindelijk!
193,8/9 gitlussige/gitlustige
194,5 vloekten/voekten
195,31 zoû/zoù
198,16 dadelijk/dadeijlk
199,25 hartstochtelijk/hartochtelijk
199,33 samen./samen
200,15 Klasse/klasse
202,3 Maar hoe/Maar
202,20 feestmaal,/feestmaal
203,4 breng/brengt
203,33 zelfs/zelfst
204,13 stond/stonds

[p. 236]

204,31/32 gerechtsdienaren/gerechtsdienarens
205,16 Bodhisattwa's/Bodhisathwa's
205,17 Jizo/Iizo
206,3 zomerdag,/zomerdag
206,12 eigenlijk/eigenlk
207,3 Wijsgeer/Wijsweer
207,14 de/de de
210,10 meditatie/medetatie
210,20 verwekten/verwekken
211,12 Wijsgeer/wijsgeer
213,8 Wijsgeer/wijsgeer
213,30 weêrschijningen/wêerschijningen

Varianten

De basistekst (tijdschriftpublikaties) van Het snoer der ontferming en Japansche legenden vertoont ten opzichte van de vroegere versies (typoscript en handschrift) de hieronder volgende woordvarianten. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de lezing van de basistekst gegeven; na het ‘ontstaan-uit-teken’ (<) volgen de vroegere versies van het typoscript (t) en het handschrift (h).26

9,8 boezem < vrouweboezem h
11,1 1 < 1. Japansche Prenten h
11,6 bloeiende < bloesemde [lees: bloesemende] h
11,19 opgestikt < overstikt h
11,24 gloeiend < zeer h27
12,23/24 weêrschijn < weêrschijnen h
12,28 zware < roode h
13,12 waterlelies < waterlelie h
13,26 flitsen28 < schichten h

[p. 237]

14,30 en < en uw h
15,13 toen < wen h
15,24 winterkoû < winterwind h
15,32/33 verplantte de hovenier < verplantten de hoveniers h
15,34 pavillioentje < pavillioen h
17,31 eerder < eerder of later h
17,34 Zoo Jizo niet zelve < Of Jizo zal zelve t < O Jizo zal zelve h
18,9 vrome rotsblokken < vrome, gestapelde rotsblokken h
18,9 zich < van h
19,15 versmalt < vernauwt h
19,20 tot < met h
19,20/21 een brug < een boog h
19,21/22 dubbelbrug < dubbelboog h
20,19 zijn < diens t, h
20,27 en < te nemen en h
22,11 bloesems < bloemen h
22,15 hare sluiers < hunne sluiers h
22,27 hij < zij t, h
22,27 der < van de h
23,20 gebonden < gehouden h
24,30 om < aan h
25,1/2 Maar [...] Amida. < ontbreekt h
25,5 die < trap die t, h
26,5 dien < hem t, h
27,2 rustiger, naar zij dachten, te gaan < rustig te gaan h
27,19 aan [...] iets29 < om [...] hem iets h
28,12 overbrugt < overbuigt h
29,8 achter weêr < achter t, h
30,17 regenmantels, met < regenmantels en h
30,29 scherpe < sterke h
31,8/9 gericht < gerecht t, h

[p. 238]

32,32 ontstemd < boos t, h
34,3 gestapeld < gestapeld te liggen h
34,5 enkele doen < enkel weten t, h
34,19 lang < boog t, h
34,25 toen < toch h
36,13 overheersching < slavernij h
36,18 geschoven,30 < geschoven en h
36,27 zijn zij niet meer, < zien wij niet meer h
37,6 brekende < simpele h
37,8-10 O, gij [...] Nirwâna < ontbreekt h
37,25 en < met h
37,27 dit < dat h
38,4 stralen < stralen in welke zij stond h
38,15/16 schemer, met < schemer in h
38,21 met < die is met h
38,24 in < in de h
38,25 dat < zij t, h
39,3 want < en t, h
39,5 zielsverhuizing, om < zielsverhuizing en h
39,27/28 stralenkrans < een stralenkrans h
39,28 het < haar h
40,14 voor < van h
41,21 zaal < salon t, h
41,30 blanke, maar31 < blanke, h
42,16 tweede < derde h
43,2 tweede < derde h
43,28/29 den tweeden < de derde h
43,32 een < zijn h
43,33 een < zijn h
45,23 vies32 < vreemd h

[p. 239]

45,32 gekleed < gekleed werd h
46,2 tweede < derde h
46,27 dit < dat h
47,3 had gezegd < wist h
47,23 kimono < oude kimono h
47,26 tweede < derde h
47,28 faam < naam t, h
49,1 Mikan < Mikan was een jonge priester, en de hooge-priester was nooit tevreden over hem. Mikan h
50,11 het < het er h
50,13 glimlachten zij < glimlachten h
51,14 in33 < voor h
52,8 haar eigen < haar haar eigen h
52,11 was < nu was h
52,16 beider < hun beider h
53,32 afschuwelijkheid < afschuwwekkendheid h
54,16 Huizen < Huizen [noot:] Vergelijk Edmond de Goncourts: ‘'Utamaro’.34 h
54,27 getooide < de getooide h
55,31 den herfst < herfst h
55,35 haren zijn < haren t, h
56,16 ure < nacht t, h
59,9 Hier < Dit h
59,10 zijn < zij zijn h
59,26 minnaressen < vrouwen h
59,32 als < die is als h
60,19 breed staan de < breed t, h
61,15 als < die zijn als h
61,16 of < of die zijn h
62,2 breed < met t, h
62,10 van < aan h

[p. 240]

63,18 bulkt35 < brult h
64,17 beveel < bid t, h
65,4 snikt < weent h
65,8 jeugdigen < zeer jeugdigen h
65,12 roekeloos < noodeloos h
66,3 gebaren de < gebarende h
66,5 zegt < meent h
66,25 waarover < waarboven h
66,25 waarop < waarboven h
66,28 aan een < aan wat eenmaal waren helden, een h
67,7 verdurender < verdurender zijn h
67,10 ezel < het zij ezel h
67,11 eenmaal < want eenmaal h
67,12 het < aan het h
67,14 en een < of een h
68,29 met < van h
69,1 op < over h
69,2 dagen < dagen; dan, zie, is het van donker blanker geworden h
69,4 leeft < léeft, niet anders dan een mensch leeft h
69,7 de wormpjes < het wormpje h
69,12 moerbeziebladeren < maar geheele moerbeziebladeren h
70,2 waarom < dat t, h
70,24 vergeve < vergeve het hem h
71,11 de36 < deze h
71,25 overal < overal af h
71,26 winterhemel < witten hemel h
72,12 om37 < uit h

[p. 241]

72,35 niet < met meer h
73,1 hare < hunne h
73,4 alle < alle de h
73,14 vossen < geestes-vossen t, h
73,29 dierelijf < vosselijf h
73,34 scherp < scherper h
74,19 de jonge Ama < Ama h
74,32 vier schotelen < die zijn vier schotelen h
75,23/24 duisterende tempelruimte < duisterende tempel h
76,11/12 bedreigen38 < bedringen h
76,23 nieuwsgierig < nieuwsgierig, o goddeloos nieuwsgierig h
76,27 bedreigen < bedringen h
76,33 waart < waadt h
77,18 heen < heen geroepen t, h
78,2 nooit een < nooit h
82,5 zoo < zoo dartel, h
82,25 stralen; o wàren hare stralen < straling, o wàs hare straling h
83,8 van haar < harer h
83,21 toch < toch ook h
83,26 van < om h
86,11 ouders < vader h
86,27 tuchtiging < tuchtiging bij tuchtiging t, h
86,34 Vroege < Vroegste t, h
87,8 kersenboomen, met, < kersenboomen, opkijkende in de schoonheid der rozige en wittere bloesemsneeuw, die vrouwen met h
87,9 poppelijven < groote poppelijven h
87,15 maar < maar niet h
87,20 om < van t, h
87,26 niet anders dan < wat anders de als t < niet anders dan als h

[p. 242]

88,8 gerezen < verrezen h
88,30 streek < weer t < weg h
89,12 ging hij < ging h
89,25/26 dansende, daar < dansende en t < dansende h
90,3 voorouder < voorvader h
90,18 alleenen < alleen; h
91,15 ik < ik, oude man h
91,30 is < is te h
92,4 zegen volle < zegevolle h
92,33 gezegend < gezegend, gezegend h
92,34 ging de grijsaard voort < ging voort t < ging voort de grijsaard h
93,21 zelve en < zelve; en t < zelve; zij h
93,30 grijze lakens39 < grijs gewatteerde lakens h
94,4 uit < voor h
94,26 spannende < met spannende h
95,6 punt < piek t, h
97,5 dien < wien h
100,6 binden < vast binden h
100,12 Jongste < Jongste gij h
101,21 winteravond < winterdag h
102,11 te turen < naar het Oosten te turen h
103,33 niet < ooit h
106,21 behulp < hulp h
107,20 En < Maar t, h
108,27 om te < te t, h
109,27/28 een harde < harde t, h
111,2 borst < borsten h
111,3 zachte < zoete h
111,19 te < het h

[p. 243]

Afbrekingstekens

In deze uitgave van Het snoer der ontferming moeten de volgende afbrekingstekens als een koppelteken gelezen worden:

11,20 email-
11,26 camelia-
19,2 Dai-
22,22 licht-
30,25 water-
32,11 thee-
33,2 thee-
34,9 camelia-
35,21 in-
37,28 samurai-
42,4 morgen-
60,28 en-
68,1 blanke-
72,21 chryzopraze-
73,10 vossinne-
78,29 Ama-
80,32 samen-
81,4 Gedachten-
81,30 Uzume-
87,1 midden-
91,24 Kobo-
93,17 Umi-
98,26 Boeddha-
100,9 camelia-
100,26 Umi-
101,6 Kobo-
103,4 Umi-
104,10 Umi-
105,9 priester-
105,13 tempel-
109,2 Umi-
109,10 Umi-
110,5 lussen-
110,20 Umi-
113,17 thee-
121,34 Hikata-
129,8 bleek-
134,2 no-
134,15 thee-
136,5 kakemono-
138,9 O-
155,21 Hakone-
160,1 schuim-
173,6 magnolia-
190,32 ge-
191,23 Gloeiende-
191,30 Lelie-
193,31 Lelie-
196,9 Lelie-
198,3 Chineesch-
198,7 Lelie-
200,3 Gloeiende-
201,14 Lelie-
201,21 be-
211,13 Ashitaka-
212,30 en-
230,17 kwade-

[p. 244]

Op p. 114, 126, 141, 157 valt het einde van de pagina samen met een witregel.

 

* Voor de bibliografische gegevens werd onder meer gebruik gemaakt van het Bibliografisch Repertorium Louis Couperus, een door zwo gesubsidieerd project, onder redactie van G. Borgers, E. Braches, K. Reijnders, uitgevoerd door Marijke Stapert-Eggen.

Zie voor de editieprincipes van de Volledige Werken Louis Couperus: Algemene verantwoording van de Volledige Werken Louis Couperus. Utrecht/Antwerpen, 1987. De editieprincipes zijn vastgesteld door Ernst Braches, Jan Fontijn, Karel Reijnders, Marijke Stapert-Eggen en H.T.M. van Vliet.