De verliefde ezel (eds. H.T.M. van Vliet, J.B. Robert, Jan Fontijn en Oege Dijkstra)


auteur: Louis Couperus


editeur: H.T.M. van Vliet, Oege Dijkstra, Jan Robert en Jan Fontijn


bron: Louis Couperus, De verliefde ezel (eds. H.T.M. van Vliet, J.B. Robert, Jan Fontijn en Oege Dijkstra). Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen 1994  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 139]

Verantwoording

[p. 141]

Vanaf november 1909 schreef Couperus met grote regelmaat feuilletons in Het vaderland. G.H. 's-Gravesande, jarenlang kunst-redacteur van de krant, herinnerde zich een brief uit begin 1917 waarin Couperus de redactie meldde dat hij ‘nu eens een roman wilde bijdragen, waarin de avonturen van Charmides geboekstaafd zouden worden.’1 Deze roman was De verliefde ezel. De hoofdredacteur, C. L. van Balen, stemde met het plan in. Begin februari 1917 vroeg hij Couperus de kopij te sturen, in de veronderstelling de gehele tekst van de roman in een keer te ontvangen. Couperus antwoordde hem op 13 februari: ‘De kopie van den Ezel? Maar daar is nog geen bladzij van geschreven!! U hoeft echter niet bang te zijn: nog twee Romeinsche portretten en de Ezel steekt iederen Zaterdag van wal! Ieder feuilleton wordt min of meer een afgerond geheel en ik werk zoo geregeld, dat U geen vrees behoeft te koesteren: als er geen force majeure tusschen komt, vertelt de Ezel iederen Zaterdag spoedig zijn verliefde avonturen. Fantastiesch maar... voor de huistafel!’2 Volgens Couperus' belofte verscheen ruim twee weken later de eerste aflevering van de roman in Het vaderland.3 De twintig hoofdstukken

[p. 142]

van De verliefde ezel werden door Couperus waarschijnlijk per week geschreven en verzonden. Zij verschenen tot en met 15 juli 1917 zonder onderbreking wekelijks in Het vaderland.

Op 20 april 1917 schreef Couperus aan de classicus W.E.J. Kuiper: ‘Mag ik ook uw aandacht vestigen op De Verliefde Ezel (Apuleios-motief), die, hoewel veél minder ernstig dan de andere boeken opgevat, toch wel zal behooren tot mijn door klassieken geïnspireerde werk.’4

Toen Couperus' neef en secretaris Frans Vlielander Hein op 30 mei 1917 het concept-contract van de roman De komedianten aan uitgeverij Nijgh en Van Ditmar retourneerde, deelde hij mee dat de uitgever geen ‘recht op voorkeur’ voor Couperus' volgende werken kon krijgen. Couperus wilde vrij onderhandelen over de uitgave van zijn werk. Wel schreef Vlielander Hein: ‘Intusschen wil ik U gaarne van het eerstvolgend grootere werk dat door den heer Couperus voor uitgave wordt bestemd op de hoogte houden en deel U reeds nu mede, dat daaronder te rangschikken valt de avonturen-roman getiteld “De Verliefde Ezel”, hetwelk op het oogenblik in feuilleton in “Het Vaderland” uitkomt. Indien U aan de redactie van genoemd blad het verzoek doet om de uitgekomen gedeelten daarvan te ontvangen zult U van den inhoud van dit werk kennis kunnen nemen.

‘Indien, waaraan ik niet twijfel, de uitvoering van het contract voor “De Comedianten” aangenaam verloopt, zal ik gaarne een volgend grooter werk van den heer Couperus, indien ik zijne belangen daarbij nog waarneem, onder Uwe aandacht brengen en wil ik als [ik] kan gaarne mijn best doen om daaromtrent met U tot overeenstemming te komen.’5 De roman De komedianten verscheen in november 1917 bij Nijgh en Van Ditmar.

Begin juli 1917 vroeg Couperus zijn uitgever L. J. Veen of hij belangstelling had voor de uitgave van een bundel ‘Epigram-

[p. 143]

men’.6 Veen antwoordde afwijzend. Hij wilde naast de verhalen-bundels van Couperus niet nog een bundel epigrammen uitgeven. Couperus schreef hem op 12 juli: ‘[...] je zal wel gelijk hebben: ik word ook iederen dag onverkoopbaarder. Hoewel drie uitgevers op dit oogenblik ambiëeren De Verliefde Ezel uit te geven, die in Het Vaderland verscheen.’7 Veen voelde wel voor de roman: ‘Een roman verkoopt zooveel beter en gemakkelijker en zou tusschen de bundels best uitgegeven kunnen worden.’8 Pas een half jaar later, op 9 januari 1918, bood Couperus Veen de roman aan: ‘Zoû je dit jaar willen uitgeven De Verliefde Ezel [...]. De grootte is 20 feuilletons van ±7 à 8 kolommen; dat wordt ±200 bladzijden druks boek. Als honorarium vraag ik: ƒ1500. - en behoud van auteursrecht voor volgende uitgaven. De uitgave van 3000 ex. Tevens recht zelve een eenvoudig en smaakvol bandje en omslag te kiezen.

‘Mijn neef, Mr. Vlielander Hein, die den laatsten tijd mijn litterair-finantieele zaken deed, gaat naar Amerika. Daarom schrijf ik je zelve, ook uit oude relatie. [...] Ik betracht echter geen trouw meer aan mijn uitgevers en wensch te werken met Nijgh en van Ditmar, met V. Holkema en Warendorf en met L.J. Veen.’9 Omdat Veen niet direct reageerde, informeerde Couperus op 14 januari of zijn voorstel wel was ontvangen.10 Veen antwoordde de volgende dag: ‘Ik kreeg Donderdagavond je brief en moest [...] tot Zaterdag wachten om met mijn procuratiehouder te spreken.

‘Tot mijn leedwezen moet ik je berichten, dat het gevraagde

[p. 144]

honorarium mij veel te hoog is en de conditie van 3000 ex. is ook niet te vervullen. Ik zou hoogstens 1500 ex. kunnen drukken.

‘Als ik een beetje aannemelijk voorstel kon doen, dan zou ik het niet nalaten, maar met de duurte van papier en drukken is daar geen kans op en moet ik er van afzien.’11

Couperus sloot vervolgens op 28 januari 1918 een contract met uitgeverij Nijgh en Van Ditmar voor de uitgave van De verliefde ezel. Het honorarium bedroeg ƒ1000, - voor een eerste druk van 1500 exemplaren. Voor elke 1500 exemplaren meer zou Couperus ƒ500, - ontvangen. Couperus behield het copyright.12 De roman De verliefde ezel verscheen begin december 1918.

Bronnen

Voorzover ons bekend, zijn van de roman De verliefde ezel de volgende door de auteur geautoriseerde bronnen overgeleverd:

A. een manuscript: een volledig kladhandschrift van de hand van Couperus dat zich gedeeltelijk bevindt in het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (sig. c.383 h.i) en gedeeltelijk in de Koninklijke Bibliotheek (sig. 76 d4/22), beide te Den Haag.

Het handschrift bestaat uit 132 gelinieerde bladen van eenzelfde (folio)formaat, die eenzijdig zijn beschreven.13 Het is als volgt samengesteld: een ongenummerd blad met het opschrift ‘Aan den lezer’ en een blad genummerd 2; twintig feuilletons bestaande uit een eerste, ongenummerd blad met het opschrift ‘De Verliefde

[p. 145]

Ezel’ en een feuilletonnummer (in het boek: hoofdstuknummer) en verder genummerde bladen 2-6, 2-7 of 2-8.14 De ductus is vrij gelijkmatig. De bladen zijn beschreven in zwarte en paarse inkt.15 Er zijn veel doorhalingen en verbeteringen aangebracht in zwarte en paarse inkt en met potlood.

Het kladhandschrift heeft gediend als kopij voor Het vaderland. Het is als zodanig te herkennen aan de vouwen in het papier en aan de zwarte vegen en vlekken die op de zetterij zijn ontstaan, en aan de tekens die de zetter met blauw potlood heeft aangebracht. Couperus heeft, om de zetter tegemoet te komen, delen van de tekst vooraf ‘verduidelijkt’ door letters en woorden in zwarte inkt forser aan te zetten.

De tekst van het handschrift wijkt inhoudelijk niet ingrijpend af van de gepubliceerde versie van De verliefde ezel. Meestal gaat het om kleine, vooral stilistische, varianten.

B. een voorpublikatie in Het vaderland: ‘De verliefde ezel i-x x’, wekelijks op zondag in het Ochtendblad B van 4 maart tot 15 juli 1917, p. 1-2.16

C. een uitgave in boekvorm: Louis Couperus: De verliefde ezel. Rotterdam, Nijgh & Van Ditmar's Uitgevers-Maatschappij, [december] 1918.

Weliswaar is er geen correspondentie tussen Couperus en Nijgh en Van Ditmar over de produktie van De verliefde ezel overgeleverd, maar het staat vast dat, op hoofdstuk xv na, de tijdschriftpublikatie als kopij heeft gediend voor de boekuitgave. Een aantal zetfouten komt zowel in Het vaderland als in de boekuitgave voor. Deze fouten moeten uit Het vaderland zijn overgenomen en door Couperus over het hoofd zijn gezien. Bovendien had Couperus de gewoonte de desbetreffende nummers van

[p. 146]

de krant zorgvuldig te bewaren en als kopij naar de uitgever te sturen.

Een uitzondering op deze werkwijze vormt de totstandkoming van hoofdstuk xv in de boekuitgave. Voor dat hoofdstuk is niet de voorpublikatie maar Couperus' handschrift als kopij gebruikt.17 Waarschijnlijk beschikte Couperus niet (meer) over het betreffende exemplaar van Het vaderland. De voorpublikatie vertoont ten opzichte van het handschrift en de eerste druk een aantal kenmerkende verschillen. Couperus zal de wijzigingen in de drukproef van Het vaderland hebben aangebracht. Het gaat om de hieronder volgende woordvarianten. Na het paginacijfer en het regelnummer van deze editie wordt eerst de versie van de eerste druk en het handschrift gegeven; na de teksthaak (]) volgt de versie van Het vaderland.18

98,11 een ] het
98,17 gezicht ] hoofd
98,24 gezicht ] hoofd
99,3 jonge ] altijd glimlachende jonge
102,1 gaande ] gauw
102,18 kast ] ivoren kast
102,29 in ] en een
103,25 raamspleten ] zonnespleten
104,6 waar ] maar

Couperus heeft zelf de proeven van de boekuitgave gecorrigeerd, want verschillende wijzigingen in de tekst van de eerste druk ten opzichte van de voorpublikatie (en voor hoofdstuk xv ten opzichte van het handschrift) kunnen onmogelijk aan de zetter of de corrector van de drukkerij (of van de uitgeverij) worden toegeschreven. Couperus stond er trouwens altijd op de proeven

[p. 147]

van de voorpublikatie en van de eerste druk van zijn boeken zelf te corrigeren. Er zijn geen aanwijzingen dat hij voor de eerste druk van De verliefde ezel van deze gewoonte is afgeweken.

De oplage van de eerste druk van De verliefde ezel was 1500 exemplaren. De roman werd tijdens Couperus' leven niet herdrukt. Nog in 1927 waren exemplaren van de eerste druk verkrijgbaar.19

Tekstkeuze

Voor deze uitgave van De verliefde ezel is de eerste en enige tijdens Couperus' leven verschenen druk als basistekst gekozen: deze vertegenwoordigt de laatste door de auteur actief geautoriseerde versie. Couperus heeft de kopij ervan geleverd en de proeven ervan zelf gecorrigeerd. Voor de tekstsamenstelling is gebruik gemaakt van het exemplaar van de eerste druk dat zich bevindt in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag (sig. 1032 c48).

Correcties

In de tekst van deze uitgave zijn, mede op grond van een woordvoor-woord vergelijking van achtereenvolgens het handschrift met de voorpublikatie en van de voorpublikatie met de eerste druk van De verliefde ezel, de hieronder volgende correcties aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de verbeterde versie gegeven; na de ‘Duitse komma’ (/) volgt de oorspronkelijke, foutieve lezing van de eerste druk. De laatste is voorzien van een asterisk (*) als zij voorkomt in alle genoemde versies. Indien dit niet het geval is, worden ook de lezingen van het handschrift (h) en Het vaderland (v) vermeld. Hierbij is de volgorde v, h aangehouden, omdat de tijdschriftpublikatie (met uitzondering van hoofdstuk xv) als kopij voor de eerste druk heeft gediend.

[p. 148]

15,26 Chremes/Cchremes (Chremes v, h)
20,32 zoû/zou (zoû v, h)
25,30 roovers,/roovers (roovers, v, h)
29,3 vrouw/vroouw (vrouw v, h)
36,2 stengelende/strengelende (stengelende v, h)
43,7 huilde/hulde (huilde v, h)
47,31 geteld had/gesteld had (gesteld had v, telde h)
49,13 Circe-schepter/Cice-schepter (Circe-schepter v, h)
49,17 af/al (af v, h)
57,29 elkaâr/elkaar (elkaâr v, h)
68,9 weêr/weer (weer v, weêr h)
70,1 te/te te (te v, h)
76,32 zoû/zou (zoû v, h)
83,4 Hi...ha/Hi - ha (Hi - ha v, Hi...ha h)
86,9 meêwarig/meêwaardig (meêwarig v, h)
87,34 ezelebrein/ezelebruin (ezelbrein v, h)
89,14/15 Chersonezus/Chersonesus (Chersonesus v, Chersonezus h)
93,13 zoû/zou (zoû v, h)
95,7 neêr/neér (neér v, neêr h)
97,17 hoofdman,/hoofdman (hoofdman, v, h)
99,13 òm/om (òm v, h)
99,15 dat/die (hoe v, dat h)
99,23/24 eerst [...] tot/echter [...] toen (eerst [...] toen v, eerst[...] tot h)
99,29 voerden.../voerden.. (voerden... v, h)
100,16 nek;/nek: (nek; v, h)
103,19 harer/hare (harer v, h)
106,35 verdubbelden/verdubbelde*
108,7 zoû/zou (zoû v, h)
109,8 zoû/zòû (zoû v, h)
111,28 Xyniae/Xeniae*
113,6 gedrongen./gedrongen:*
114,6 zoû/zou (zoû v, h)
116,7/8 nog droeg/droeg (nog droeg v, h)

[p. 149]

116,26 Chersonezus/Chersonezus' (Chersonezus' v, Chersonezus h)
118,29 blauwe/blanke (blanke v, blauwe h)
119,9 Verschrikt/Verstrikt (Verschrikt v, h)
121,9 - Wat/Wat (- Wat v, h)
123,2 bezwijmd/bezwijmend (bezwijmend v, bezwijmd h)
127,24 wij/zij (wij v, h)
128,2/3 Zoû ik nu spoedig weêr een dergelijken tuin zien? Zoû ik mij ooit/Zoû ik ooit (Zoû ik ooit v, Zoû ik nu spoedig weêr een dergelijken tuin zien? Zoû ik mij ooit h)
129,10 toe komen uit den blanken/toe komen uit de blanke u, om trouwe liefde voor Charis, toe komen uit den blanken (toe komen uit de blanke v, h)
129,13 Xyniae/Xeniae*
136,10 grasweiden.../grasweiden.. (grasweiden... v, h)
136,10 madelieven.../madelieven.. (madelieven... v, h)

Varianten

De eerste druk van De verliefde ezel vertoont ten opzichte van het handschrift (h) en de voorpublikatie (v) de hieronder volgende woordvarianten. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de lezing van de eerste druk gegeven; na het ‘ontstaan-uit-teken’ (<) volgen de vroegere versies, te beginnen met v.20

5,2 Sedert < Waarde Lezer! Sedert v, h
5,3 kaarsen < kaarsjes h
5,22 blijven < blijven toeven h
7,20 Athene < Rome h
8,2 Romeinsche < Grieksche h
9,21 wolken < lentewolken h
10,18 voeden < verplegen h
11,17 heilige Delfi < heilige h
11,24 in < met h

[p. 150]

11,27 bleef in den wagen < was in den herberg gebracht h
12,19 de < die v, h
17,18 de koorde < den boog v, h
17,30 lucht < luchten h
21,7/8 en dochter < een dochter h
23,25 was < is h
25,34 hellingen < dellingen h
26,15 dreiging < regen h
28,27 streelen aan < aan h
28,30 werd < was h
31,4 van den < der v, h
33,17 heksen? < heksen? vroeg ik. h
35,14 als < als in h
35,18 mozaïeksteenen < vloersteenen h
37,17 luchten < lucht h
41,25 hevig < bijna h
41,33 daar < dat h
43,23 met < van h
45,4 der < van h
50,25 deze < die h
51,11 De < Die h
51,17 gaan < gingen h
52,24 wijder < dieper h
53,15 duizenden blanke < duizende h
53,19/20 duizelig < duizelen h
55,15 De < Die h
55,20 kon < zoû h
56,11 zijstroomen < zijtakken h
57,1 met < van h
58,4/5 een versleten < versleten v, h
59,22 gewicht < gewicht van den met mij meê draaienden steen v, h
59,23 steen < molensteen v, h
60,5/6 vluchten, gemuilband opdat zij geen mee] en graan zouden eten < vluchten h

[p. 151]

61,13 de enkels < enkels v, h
61,32 De < Die h
64,33 rozig < zilver h
65,32 geluk en verrassing < geluk h
65,33 ezelenek < nek h
66,23 Frygiesch < hoog-puntig h
68,16 nu < nu boos h
68,26 laten dan < dan laten v, h
70,14-16 ronde mutsen als schelpen en hoornen tegen elkander bonsden en bogen < puntmutsen als steken van een hoornen tegen elkander stieten en staken h
71,1 schaal < schaal met v, h
71,14/15 ik moest in < in moest ik h21
73,35 wordt < werd h
74,30 kiest < huwt h
74,35 met < van h
76,2 trokken < haalden v, h
76,11 een < den v, h
76,26 in schalen < schalen v, h
77,7 lieflijke < lieflijkere v, h
77,18 tegen < te gemoet h
79,18 goed < tamme, goed v, h
80,6/7 kruinemassa's van heel verre boomen < massa's van looveren, ronde kruinemassa's van heel verre, den einder afbakende boomen v, h
80,11 zoo < ook zoo h
80,12 onwezenlijk, < onwezenlijk, als weêrtrilde uit het licht en de lucht de muziek en h
80,22 eerst zoo < eerst v, h
81,7 koorde niet was < koorden niet waren h
82,19 afgesprongen < afgesprongen van de koorde v, h
82,27 ons < mij v, h
83,10 van < der h

[p. 152]

85,19 vol van zomerweemoed < van volzomerweemoed h
85,23 zeer < erg h
85,29 kuste en bekranste mij < kuste mij en bekranste v, h
86,29 zoo innig < en innig h
88,34 wolken < wolk v, h
90,26 Ik < En ik h
92,26 niet < niets h
93,7 of hij < of h
94,24 tusschen < onder h
95,2 kon < doen kon h
95,14 was < is h
95,35 heirweg < grooten weg h
96,6 Charis < ook Charis h
99,17 zorgeloos < zorgeloozer v, h
99,29 ons < ons nu v, h
100,32 waar [...] heeren, wie ook < maar [...] heeren, een ezel v, h
101,30 om < aan v, h
108,20 draven < draaien h
109,19 om < aan h
110,6 toch < niet h
110,10 gazen < geel h
110,14/15 schuimende < zilveren h
110,28 sikkels < zeizen h
111,5 werd < werd in een ezel h
114,6 en < was en h
115,19 vele < zacht v, h
116,20 op < met v, h
117,24 bloemenbedde < zonbloemenbedde h
117,30 dien < dezen h
117,31 ik < het h
118,1 den < dien h
118,16 om < voor v, h
119,18 verleiding der nieuwsgierigheid < verleiding h
119,21 waar < nu h

[p. 153]

119,35/36 woedende [...] stemmen < woelende [...] stemmen, woedend h
126,4 En de < En deze v, h
127,5 van < om h
128,9 weêr < wel h
129,23 aan < uit h
130,5 aan < naar v, h
134,7 maag < buik h

Afbrekingstekens

In deze uitgave van De verliefde ezel moeten de volgende afbrekingstekens als een koppelteken gelezen worden:

11,2 weelde-
12,12 weelde-
37,21 boeng-
39,20 voor-
73,28 mensche-
81,34 mythe-
87,2 Venus-
88,1 Noord-
102,5 te-
115,11 kapiteel-
119,12 en-
124,29 sistra-
126,13 sistra-
134,28 Isis-

* Voor de bibliografische gegevens werd onder meer gebruik gemaakt van het Bibliografisch Repertorium Louis Couperus, een door zwo gesubsidieerd project, onder redactie van G. Borgers, E. Braches, K. Reijnders, uitgevoerd door Marijke Stapert-Eggen.

Zie voor de editieprincipes van de Volledige Werken Louis Couperus: Algemene verantwoording van de Volledige Werken Louis Couperus. Utrecht/Antwerpen, 1987. De editieprincipes zijn vastgesteld door Ernst Braches, Jan Fontijn, Karel Reijnders, Marijke Stapert-Eggen en H.T.M. van Vliet.