|
|
|
| |
| | | |
Verantwoording
| | | |
In oktober 1894 schreef Couperus aan zijn uitgever L.J. Veen: ‘[...] ik ben, bezigheidshalve, begonnen aan een vertaling van la Tentation de St. Antoine. Van Flaubert. Ik weet niet, of ik ze afmaak, hoewel ik er veel pleizier in heb; in alle geval komt het werk niet in de Gids. Zoû U het willen hebben, b.v. voor begin volgende jaar? Dan maak ik het af, en anders niet. Het boek is zoowat 19 vel. Heeft U er een ƒ 500. - voor over, dan zoû ik U gaarne dat inédite werk geven.’1 Een jaar later voltooide Couperus een novelle, getiteld Hooge troeven. De gids had er op dat momen: geen plaats voor. Aangezien Couperus er niet voor voelde de novelle naar een ander tijdschrift te sturen, stelde hij Veen voor de novelle samen met zijn vertaling van Flaubert in één bundel uit te geven. Veen zou dan de primeur hebben van twee niet eerder gepubliceerde stukken. Couperus had al eerder aan een dergelijke bundel gedacht en was van plan geweest er ƒ 800, - voor te vragen. Nu Hooge troeven niet in De gids zou verschijnen, wilde hij ƒ 1000, - als honorarium.2 Veen ging akkoord met Couperus' voorstel, maar hij kon de bundel niet meer in 1895 uitgeven. Hij wilde hem graag in het voorjaar van 1896 publiceren. Couperus antwoordde op 16 oktober 1895: ‘Ik dacht wel, dat het geen tijd meer was om den bundel nu te geven, en ik vind het uitstekend hem te geven in het voorjaar. Laten wij de
grootte van ± 100 Gidsbladzijden vaststellen; ik zal U, als alles overgeschreven is, zenden: de Verzoeking en Hooge Troeven; reken dan uit hoeveel
| | | | het is en ontbreekt er iets aan, dan zal ik er nog eenige van de schoonste scènes uit de Tentation fragmentarisch aan toevoegen. Zoo kunnen wij dus zeker zijn van de grootte.’3 Op 28 oktober 1895 sloten Couperus en Veen een contract voor de uitgave van een bundel onder de titel Hooge troeven, bestaande uit de gelijknamige novelle en ‘eenige’ vertaalde fragmenten uit Flauberts La tentation de Saint Antoine. Couperus ontving het door hem gevraagde honorarium.4
In december 1895 voltooide Couperus zijn vertaling van De verzoeking van de heilige Antonius. Hij had meer fragmenten vertaald dan hij oorspronkelijk van plan was geweest. Desondanks schreef hij op 12 januari 1896 nog aan Veen geen bezwaar te zien in een bundeling van de vertaling samen met de novelle Hooge troeven.5 Maar ruim een week later begon hij te twijfelen. Hij stelde Veen voor de Flaubert-vertaling apart uit te geven en Hooge troeven op te nemen in een vermeerderde herdruk van de bundel Eene illuzie.6 Aanvankelijk wilde Veen vasthouden aan de afspraak van één bundel. Volgens Couperus moest dan ook De verzoeking op de titelpagina vermeld worden: ‘Ook heb ik bedacht de fragmenten, die ik eigenlijk als geheel gearrangeerd heb, en dus uitstekend als geheel boek zouden kunnen gedrukt worden (en die maar zeer weinig minder zijn dan het oorspronkelijk werk van Flaubert) - te noemen met aparte titels, die op aparte tusschentitelbladen gedrukt kunnen worden: dit maakt dan meer den indruk van een bundel. Zoo dunkt het mij het beste als U volhardt in de uitvoering van éen boek.’7
Na ontvangst van de kopij van de Flaubert-vertaling besloot
| | | | Veen de vertaling en de novelle als twee afzonderlijke boeken uit te geven. Couperus reageerde verheugd: ‘Het doet mij genoegen dat U besloten heeft tot twee boeken. [...] De Verzoeking zal [...] een goed boek worden. Het is maar heel weinig korter dan het oorspronkelijke en dat is een dik boek: de dialoogvorm verwijdt het boek zoo. [...] De titel is goed maar er hoeft volstrekt niet Fragmenten bij: het is een geheel zooals ik het gearrangeerd heb: ik had Fragmenten er bij willen zetten om er iets bundel-artigs van te maken: maar nu is het beter, en veel artistieker.’8
De boekuitgave van De verzoeking van den H. Antonius verscheen, met op de titelpagina toch de aanduiding Fragmenten, in september 1896 bij L.J. Veen te Amsterdam. Couperus vond het boek er ‘heel netjes’ uitzien.9
| |
Bronnen
Voorzover ons bekend, zijn van de vertaling De verzoeking van den H. Antonius de volgende door de auteur geautoriseerde bronnen overgeleverd:
A. een uitgave in boekvorm: Louis Couperus: De verzoeking van den H. Antonius; Naar Gustave Flaubert; Fragmenten. Amsterdam, L.J. Veen, [september 1896].
Op 12 januari 1896 beloofde Couperus de kopij van De verzoeking aan Veen te sturen, maar tien dagen later liet hij weten: ‘Ik heb Antonius al op twee verschillende manieren ingepakt om U te verzenden, maar telkens was het niet in orde. Het is niet gemakkelijk een ms. te verzenden. Ik denk, dat ik het U nu maar in kleine stukken, in genummerde brieven zal zenden, want je suis au bout de mon latin. Meld mij dan telkens de aankomst van een brief. Het ms. is niet zoo duidel ijk als altijd: er zullen misschien 3 proeven moeten zijn.’10 Eind januari 1896 ontving Veen de kopij van de Flaubert-vertaling. De drukker Thieme bevestigde de ontvangst van in totaal 133 bladzijden geschreven kopij op 31 januari;
| | | | de boekuitgave van de vertaling zou 10 1/4 vel groot worden.11
Couperus vroeg Veen De verzoeking met zorg te laten drukken. Hij wilde ter onderscheiding van de vertellerstekst, de acteurstekst en de regieaanwijzingen drie verschillende lettertypen. Ook stelde hij voor een paar illustraties op te nemen. Misschien zou ‘een onzer jongere symbolisten’ die kunnen maken of anders Toorop.12 In februari 1896 ontving Couperus het eerste vel in proef. De vertellerstekst was gezet in een halfvette letter, de acteurstekst in een afwijkend mager lettertype en de regieaanwijzingen in een klein (noten)corps. Couperus schreef aan Veen: ‘Ik had het liever anders gedrukt gezien, maar het kan wel zoo blijven. Zend mij dus het eerste vel terug, dan zal ik de correctie beginnen.’13
Op 22 mei 1896 beloofde Couperus de proeven spoedig te sturen. De correctie was vertraagd door drukke werkzaamheden. Couperus was ondertussen begonnen aan zijn volgende boek, Metamorfozc.14 Begin juni ontstond er enige verwarring over de hoofdstukindeling van de vertaling. Couperus schreef aan Veen: ‘Ik ben in de laatste proeven in de war gekomen met de hoofdstukken: Hoofdstuk iii ontving ik nu als het laatste: maar verder heb ik de hoofdstukken nog niet aangegeven. Zorg hier dus voor of zend mij nog eens de proeven terug: anders zoû het begin in hoofdstukken verdeeld zijn en de rest niet! [...] Ik zend U hierbij aanwijzing voor de hoofdstukken.’15 Half juni vroeg Couperus de afgedrukte vellen van De verzoeking te sturen voor een laat- | | | | ste controle. Het boek werd waarschijnlijk in juli bij de binder afgeleverd. Het kwam vervolgens begin september in de handel. Veen had voor het boek geen bandtekening laten maken. De groene band met de gezette en in zwart gedrukte titel werd door binderij Brandt en Zn vervaardigd.
De uitgave van 1896 is de eerste en enige druk van De verzoeking van den H. Antonius die tijdens Couperus' leven is verschenen. De oplage was waarschijnlijk 500 exemplaren. In de eerste drie jaren na verschijnen verkocht Veen ongeveer de helft van de oplage. Daarna liep de verkoop sterk terug tot een tiental per jaar.16
In 1905 werd De verzoeking van den H. Antonius als deel 21 opgenomen in de serie Werken van Couperus. Het boek was toen verkrijgbaar in de oorspronkelijke band, en daarnaast nu ook te koop in de speciaal voor de gehele serie door H.P. Berlage Nzn ontworpen band, en in losse afleveringen van ƒ 0,50 per stuk.
| |
Tekstkeuze
Voor deze uitgave van De verzoeking van den H. Antonius is de eerste en enige tijdens Couperus' leven verschenen druk als basistekst gekozen: hij vertegenwoordigt de laatste door de auteur actief geautoriseerde versie. Couperus heeft de kopij ervan geleverd en de proeven ervan zelf gecorrigeerd. Voor de tekstsamenstelling is gebruik gemaakt van het exemplaar van de eerste druk dat zich bevindt in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag.
| |
Correcties
In de tekst van deze uitgave zijn op grond van een kritisch onder- | | | | zoek van de eerste druk van De verzoeking van den H. Antonius de hieronder volgende correcties aangebracht. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de verbeterde lezing gegeven; na de ‘Duitse komma’ (/) volgt de oorspronkelijke, foutieve lezing van de eerste druk.17
| 5,19 |
Lybische/Libysche |
| 7,32 |
gestaakt.../gestaakt.. |
| 7,34 |
laatste/laatst |
| 8,6 |
Ammonaria...!!/Ammonaria..!! |
| 11,7 |
haatten...'/haatten... |
| 11,17 |
Daniël.'/Daniël. |
| 13,7 |
onthoofdt/onthoofd |
| 20,16 |
onmogelijk!/onmogelijk |
| 20,18 |
goed.../goed.. |
| 23,5 |
ontmoeten/ontmoetten |
| 25,32/33 |
Korinthische/Korintische |
| 26,33 |
kolossen/kollossen |
| 28,24 |
went/wendt |
| 33,9 |
harsten/hartsen |
| 46,27 |
veêren/veeren |
| 59,11 |
veêren/veeren |
| 59,25 |
aarde/aard |
| 61,18 |
blâren/blaren |
| 65,16 |
wachteden/wachtteden |
| 66,14 |
weeë/weëe |
| 68,32 |
storten/stortten |
| 72,21 |
Propylaeën/Propylaëen |
| 75,13 |
brande/brandde |
| 77,17 |
hyacinth/hiacynth |
| | | |
| 77,23/24 |
kleêren/kleeren |
| 81,30 |
Lynx/Lynx- |
| |
Afbrekingstekens
In deze uitgave van De verzoeking van den H. Antonius moet het volgende afbrekingsteken als een koppelteken gelezen worden:
Op p. 14, 42, 57, 58, 84 valt het einde van de pagina samen met een witregel.
Voor de bibliografische gegevens werd onder meer gebruik gemaakt van het Bibliografisch Repertorium Louis Couperus, een door zwo gesubsidieerd project, onder redactie van G. Borgers, E. Braches, K. Reijnders, uitgevoerd door Marijke Stapert-Eggen.
Zie voor de editieprincipes van de Volledige Werken Louis Couperus: Algemene verantwoording van de Volledige Werken Louis Couperus. Utrecht/Antwerpen, 1987. De editieprincipes zijn vastgesteld door Ernst Braches, Jan Fontijn, Karel Reijnders, Marijke Stapert-Eggen en H.T.M. van Vliet. |
1[Louis Couperus]: Waarde Heer Veen/Amice; Brieven van Louis Couperus aan zijn uitgever. Ed. F.L. Baster. 's-Gravenhage, 1977. 2 dln. Dl. 1: 1890-1902. Dl. 11: 1902-1919. In: Achter het boek 12 (1973), afl. 1/3 en 13 (1974), afl. 1/3. Dl. 1, p. 81.
2Vgl. [Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 98-99.
3[Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 101.
4Een exemplaar van dit contract is in bezit van uitgeverij L.J. Veen te Amsterdam en een bevindt zich in de Couperus-collectie van het Letterkundig Museum te Den Haag.
5Vgl. [Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 108.
6Vgl. [Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 109. De eerste druk van Couperus' bundel Eene illuzie was in 1892 bij Veen verschenen. De bundel werd pas in 1901 herdrukt.
7[Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 110.
8[Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 111.
9[Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 116.
10[Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 109.
11Brieven van Thieme aan Veen, beide gedateerd 31 januari 1896, in het archief-Veen (Letterkundig Museum). De 133 bladzijden kopij was waarschijnlijk het totaal van Hooge troeven en De verzoeking.
12Vgl. [Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 111.
13[Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 112.
14Vgl. [Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 114.
15[Louis Couperus]: Waarde Heer Veen, p. 112-113. De aanwijzingen voor het begin en einde van de hoofdstukken IV, v, en vi noteerde Couperus op een proef van het voorwerk (Franse titel en titelpagina). Hij schreef eronder: ‘Ik hoop, dat U na deze aanwijzingen nog de hoofdstukken kunt aangeven: het zoû mij spijten als het te laat was. -’ (De proef met aantekeningen bevindt zich in de Couperuscollectie van het Letterkundig Museum, map ‘Aantekeningen’, sig. c. 383 h. 3.)
16De voorraadcijfers over de jaren 1896-1898 waren respectievelijk: 354, 256, 242. In de genoemde jaren bedroeg de winst uit de verkoop: ƒ 142,56, ƒ76,02, ƒ 22,31. ( Voorraadlijst en Winst- en verliesrekening van L.J. Veen over de jaren 1887-1898, in particulier bezit.)
Volgens een inventarislijst voor de brandverzekering in het archief-Veen was de voorraad in de jaren 1901-1906 respectievelijk: 216, 197, 175, 166, 161, 140.
17In deze uitgave is de typografie van de eerste druk niet overgenomen. De vertellerstekst is romein en niet (half)vet gezet; de acteurstekst is eveneens romein gezet, hij wordt voorafgegaan door een kastlijntje dat normaal ook wordt gebruikt voor dialogen; de regieaanwijzingen zijn cursief gezet. De namen van de personae zijn in klein-kapitaal en aan het begin van de regel gezet. In de lopende tekst zijn kapitalen vervangen door klein-kapitaal en gespatieerde woorden zijn cursief gezet.
|
|