Het zwevende schaakbord (eds. H.T.M. van Vliet, J.B. Robert en Annemarie Fennema)


auteur: Louis Couperus


editeur: H.T.M. van Vliet, Jan Robert en


bron: Louis Couperus, Het zwevende schaakbord (eds. H.T.M. van Vliet, J.B. Robert en Annemarie Fennema). Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen 1994  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 217]

Verantwoording

[p. 219]

Couperus schreef van mei 1916 tot eind juni 1917 wekelijks een feuilleton in de Haagsche post. Op 7 juli 1917 verscheen in het weekblad de volgende redactionele mededeling, onder het kopje ‘Louis Couperus Af’: ‘Louis Couperus kwam ons Vrijdag vertellen dat hij voorloopig geen wekelijksche bijdragen meer zoude zenden; hij zeide dat hij voor het oogenblik is leeggeschreven. Alleen een waarachtig en een eerlijk kunstenaar kan een dergelijk besluit nemen; een gewoon mensch blijft gewoon doorschrijven; wij zeggen gewoon. Maar Couperus, die zich doorgaans bij zijn bezoeken aan ons redactioneel sanctum nedervlijt in een behagelijken clubfauteuil die daar voor hem, en voor hem alleen staat, begon onrustig op en neder te trippelen. En al pratende bleek dra dat hij, wel verre van te zijn leeggeschreven, boordevol is van den nieuwen roman dien hij voor de h.p. gaat gereedmaken. Kennelijk bevond hij zich juist op het punt waar de conceptie en de hoofdfiguren vasten vorm aannemen. Onder die omstandigheden zoude het misdadig jegens onze literatuur zijn geweest te pogen hem, wat die wekelijksche dingsigheidjes betreft, van zijn voornemen af te brengen. [...]

‘O ja: het nieuwe werk dat omstreeks November in ons blad begint te verschijnen, wordt een humoristische ridder-roman uit den tijd van Koning Arthur en de Tafel-Ronde.’1

Couperus is waarschijnlijk in het begin van de zomer van 1917 aan de ridderroman begonnen, toen hij het laatste hoofdstuk van

[p. 220]

De verliefde ezel had voltooid.2 De nieuwe roman kreeg als titel: Het zwevende schaakbord. Couperus schreef de eerste (klad-)versie in ongeveer drie maanden.3 Op 20 oktober 1917 werd de publikatie van de roman opnieuw in de Haagsche post aangekondigd, in een advertentie getiteld ‘“Losse nummer”-koopers en Het Zwevende Schaakbord’: ‘In ons volgende nummer begint de groote, nieuwe roman, dien couperus voor ons blad heeft geschreven en die bovenstaande titel draagt. Wij zeggen “groote”. Het is zelden verstandig de verwachting van het publiek hoog te spannen; maar hier is een van de uitzonderingen. Wij zijn er zeker van dat het verschijnen van dezen roman een evenement is in de geschiedenis onzer moderne letteren. Hij is een der meest bekoorlijke, tevens een der best afgewerkte scheppingen, die couperus’ pen ooit voortbracht. Zijn edel Hollandsch, zijn scholastische trant, zijn speelsche fantasie bewijzen het litteraire kunnen van couperus in volmaakte rijpheid.

‘“Het Zwevende Schaakbord” speelt in de late middeleeuwen, rondom welbekende figuren van Koning Artur's Tafelronde. [...]

‘Onze abonné's krijgen het begin van den roman de volgende week natuurlijk vanzelf onder de oogen. Hun geldt deze annonce dan ook niet. Zij is uitsluitend bestemd voor de vele duizenden, die elken week losse nummers van ons blad willen koopen en waarvan er naar wij weten elke week verscheidene duizenden bij “uitverkochte” kiosken komen, omdat wij, in verband met de papierschaarschte alle kiosken moeten “rantsoeneeren”. Wij geven dien ambulanten lezers in overweging òf zich te abonneeren, òf de twee eerstvolgende nummers, onder inzending van ƒ0.25 in postzegels, aan ons bureau vooruit te bestellen.

‘Wij gelooven, dat de haagsche post grooter “losse-nummer debiet” heeft dan eenig ander blad in ons land; hoezeer wij dit

[p. 221]

debiet waardeeren moge daaruit blijken, dat wij den heer couperus hebben verzocht zijn roman, die ongeveer een half jaar zal loopen, zóó in te deelen dat het elke week te plaatsen hoofdstuk, ofschoon onderdeel van één geheel, toch absoluut op zich zelf staat.’4 Bij de advertentie stond een ‘Facsimile van een afbeelding van Ridder Gawein, uit een Middeneeuwsch handschrift van Anno 1350’.5

De aangekondigde looptijd van de roman van ongeveer een half jaar was vermoedelijk gebaseerd op de omvang van de eerste versie, die achtentwintig hoofdstukken telde. De uiteindelijke versie had Couperus in oktober nog niet voltooid. De eerste aflevering van Het zwevende schaakbord verscheen in de Haagsche post van 27 oktober 1917. Waarschijnlijk bezorgde Couperus wekelijks de kopij van één hoofdstuk aan de redactie.6 Terwijl de eerste feuilletons verschenen, was hij nog bezig het kladhandschrift tot kopij te bewerken en het vanaf hoofdstuk xiii in het net over te schrijven. Bij het overschrijven veranderde Couperus de indeling en werden de hoofdstukken korter dan in het kladhandschrift. Uiteindelijk verschenen er zesendertig afleveringen, met een looptijd van meer dan acht maanden. De laatste aflevering, waarvan de kopij vlak voor de publikatie door Couperus werd ingeleverd, verscheen op 29 juni 1918.7

[p. 222]

De boekuitgave van Het zwevende schaakbord verscheen niet direct na de publikatie in de Haagsche post. Couperus sloot pas ruim drie jaar later, op 21 september 1921, een contract voor de uitgave van de roman met de Maatschappij ter Verspreiding van Goede en Goedkoope Lectuur te Amsterdam.8 Deze uitgeverij, in 1905 opgericht door Lion Simons naar Engels voorbeeld, werd meestal kortweg aangeduid met de naam van haar grootste en bekendste serie: de ‘Wereldbibliotheek’. De Wereldbibliotheek werkte met een abonnementenstelsel. De abonnees kregen de boeken tegen een gereduceerde prijs, terwijl de uitgever bij voorbaat verzekerd was van een bepaalde afzet.

De roman zou volgens het contract verschijnen in de series ‘Nieuwe Romans’ en ‘Nederlandsche Bibliotheek’. Couperus ontving als honorarium een tantième van ƒ0,25 per verkocht exemplaar van de roman in de serie ‘Nieuwe Romans’, met een van te voren uit te keren minimumbedrag van ƒ625,-, en ƒ0,60 per verkocht exemplaar van de roman in de serie ‘Nederlandsche Bibliotheek’, met een van te voren uit te keren minimumbedrag van ƒ900,-. De boekuitgave van Het zwevende schaakbord verscheen in maart 1923, tegelijk in beide series, bij de Wereldbibliotheek te Amsterdam.9

Bronnen

Voorzover ons bekend, zijn van de roman Het zwevende schaakbord de volgende door de auteur geautoriseerde bronnen overgeleverd:

A. twee manuscripten: een volledig kladhandschrift en een onvolledig kopijhandschrift van de hand van Couperus.10 De handschriften bevinden zich deels in het Letterkundig Museum en

[p. 223]

Documentatiecentrum (sig. c.383. h.i) en deels in de Koninklijke Bibliotheek (sig. 76 d3/2oa), beide te Den Haag.11

De twee handschriften interfereren: het voorwoord en de hoofdstukken iii-xii van het kladhandschrift zijn, na bewerking, gebruikt als kopijhandschrift. Om de zetter tegemoet te komen heeft Couperus het klad ‘verduidelijkt’ door, soms in dezelfde en soms in een andere kleur inkt, letters en woorden forser aan te zetten.

Het kladhandschrift bestaat uit 213 gelinieerde foliovellen, die voor het grootste deel eenzijdig zijn beschreven.12 Het is als volgt samengesteld: een ongenummerd blad met het opschrift ‘Het Zwevende Schaakbord; Een Woord Vooraf; door Louis Couperus’, genummerde bladen 2-6, 6a en een ongenummerd blad, een ongenummerd blad met hoofdstuknummer i13, en genummerde bladen 2-7, ii, 2-7, iii, 2-8, iv, 2-7, v, 2-4, 4a-7, vi, 2-7, vii, 2-7, viii, 2, 2b-5, 6a14, 7, ix, 2-7, x, 2-3, 3a-7, xi, 2-4, 4a-7, xii, 2-7, xiii, 2-7, xiv, 2-7, xv, 2-7, xvi, 2-7, xvii, 2-7, xviii, 2-7, xix, 2-7, xx, 2-7, xxi, 2-7, xxii, 2-6, xxiii, 2-8, xxiv, 2-7, xxv, 2-7, xxvi, 2-8, xxvii, 2-10, xxviii, 2-7.15

Couperus heeft de eerste versie van de roman zonder grote onderbrekingen op papier gezet. Het kladhandschrift is in zwarte

[p. 224]

en paarse inkt geschreven. Het bevat veel doorhalingen, verbeteringen en toevoegingen. De hoofdstukken van het kladhandschrift die als kopij zijn gebruikt, zijn aanzienlijk omgewerkt. Couperus heeft, meestal in een andere kleur inkt, zinnen en alinea's gewijzigd of toegevoegd, namen en plaatsen veranderd, en hij heeft aan een aantal van deze hoofdstukken een lijstje met woordverklaringen toegevoegd. Het bewerkte gedeelte van het kladhandschrift wijkt inhoudelijk niet erg af van de gepubliceerde versie van Het zwevende schaakbord. Het gaat meestal om kleine, vooral stilistische, veranderingen. De tekst van het overige gedeelte van het kladhandschrift verschilt daarentegen aanzienlijk van de gepubliceerde tekst van de roman. Bij het overschrijven van deze hoofdstukken heeft Couperus de tekst ingrijpend bewerkt. Ook de indeling in alinea's en hoofdstukken in dit deel van het kladhandschrift verschilt van de uiteindelijke indeling. De ductus van de veranderde gedeelten verschilt van die van het oorspronkelijke kladhandschrift.

Het kopijhandschrift bestaat uit 163 gelinieerde foliovellen die voor het grootste deel eenzijdig zijn beschreven.16 Het is als volgt samengesteld: een ongenummerd blad met het opschrift ‘Het Zwevende Schaakbord; door Louis Couperus; i’ en genummerde bladen 2-8, ii17, 2-9, xiii, 2-6, xiv, 2-7, xv, 2-8, xvi, 2-7, xvii, 2-6, xviii, 2-7, xix, 2-6, xx18, 2-6, xxi, 2-6, xxii, 2-7, xxiii,

[p. 225]

2-7, xxiv, 2-7, [xxv, 2-3]19, 4-6, xxvi, 2-6, xxvii, 1-7, xxviii, 2-7, xxix, 2-6, xxx, 2-7, xxxi, 2-6, xxxii, 2-5, xxxiii, 2-5, xxxiv, 2-6, xxxv20, 2-7.

De bladen van de hoofdstukken i, ii, xxix-xxxv zijn van hetzelfde formaat als de bladen van het kladhandschrift; de overige bladen zijn afwijkend: zwaarder papier, lichtere tint en iets kleiner formaat. Het kopijhandschrift bevat vrijwel geen doorhalingen, verbeteringen en toevoegingen. Het is geschreven in paarse en zwarte inkt. Het is als kopijhandschrift te herkennen onder andere aan de zwarte vegen die op de zetterij zijn ontstaan en aan de instructies voor de zetter. De bladen van het kladhandschrift die als kopij hebben gediend, vertonen dezelfde kenmerken. De tekst van het kopijhandschrift wijkt inhoudelijk niet erg af van de gepubliceerde versie van Het zwevende schaakbord. Meestal gaat het om kleine, vooral stilistische, varianten. De ductus is gelijkmatig.21

B. voorpublikatie in de Haagsche post:

Tussen 27 oktober 1917 en 29 juni 1918 verscheen zonder onderbreking wekelijks een feuilleton:

‘Het zwevende schaakbord; Een woord vooraf’. Haagsche post 4 (1917), nr. 200 (27 oktober), p. 1141;

‘Het zwevende schaakbord, i-ix’. Haagsche post 4 (1917), nr. 201-209 (3 november-29 december), p. 1167, 1173; 1207-1208; 1230, 1227; 1256, 1253; 1284, 1281; 1312; 1340, 1337; 1370; 1400.

[p. 226]

‘Het zwevende schaakbord, x-xxxv’. Haagsche post 5 (1918) (5 januari-29 juni), nr. 210-235, p. 23-24; 50, 40; 78, 68; 108; 140; 172; 204; 236; 268; 300; 332; 364; 369; 428; 460; 492; 524; 556; 586; 614; 642; 670; 698; 726; 754; 782, 775.

De tijdschriftpublikaties zijn gezet naar het kopijhandschrift en naar het bewerkte gedeelte van Couperus' kladhandschrift. Couperus zond of bracht waarschijnlijk wekelijks een hoofdstuk van de kopij naar de redactie van de Haagsche post, waarvan hij ook wekelijks drukproeven ontving.

C. een uitgave in boekvorm: Louis Couperus: Het zwevende schaakbord. Amsterdam, Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur, 1922 [= maart 1923].22

Weliswaar is er geen correspondentie tussen Couperus en de Wereldbibliotheek over de produktie van Het zwevende schaakbord overgeleverd, maar het staat vast dat de tijdschriftpublikatie als kopij heeft gediend voor de boekuitgave. Een aantal zetfouten komt zowel in de Haagsche post als in de boekuitgave voor. Deze fouten moeten uit de Haagsche post zijn overgenomen en door Couperus over het hoofd zijn gezien. Bovendien had Couperus de gewoonte de gedrukte voorpublikaties als kopij naar de uitgever van de boekuitgave te sturen of de desbetreffende nummers van het tijdschrift door de uitgever te laten aanschaffen.23

De roman zou volgens het contract vóór 1 juli 1922 worden uitgegeven, indien de auteur zestig dagen voordien de gecorrigeerde drukproeven had ingeleverd. Dit is niet gebeurd: van oktober 1921 tot oktober 1922 verbleef Couperus voor de Haagsche post in Nederlands-Indië en Japan. In die periode heeft hij geen drukproeven gecorrigeerd. Ook na zijn thuiskomst zal hij dit niet direct hebben gedaan, aangezien hij ziek van zijn reis was teruggekeerd. Hij heeft de drukproeven uiteindelijk wel zelf gecorri-

[p. 227]

geerd, want verschillende wijzigingen in de tekst van de eerste druk ten opzichte van de tijdschriftversie kunnen onmogelijk aan de zetter of de corrector van de drukkerij (of van de uitgeverij) worden toegeschreven. Couperus stond er trouwens altijd op de proeven van de voorpublikatie en van de eerste druk van zijn boeken zelf te corrigeren.

In de kopij en in de voorpublikatie kwamen vanzelfsprekend veel Middelnederlandse woorden en uitdrukkingen voor. Om de lezers van de Haagsche post enigszins tegemoet te komen, voegde Couperus aan de meeste hoofdstukken een woordenlijstje toe met het opschrift: ‘Verklaring van Midden-Nederlandsche Woorden, in den Tekst van den Roman gebruikt’.24 In de boekuitgave is, ongetwijfeld uit commerciële overwegingen, een groot aantal van de Middelnederlandse woorden en uitdrukkingen ‘gemoderniseerd’.25 Couperus heeft de veranderingen waarschijnlijk in de drukproeven van de eerste druk aangebracht. De verklarende woordenlijstjes werden door de modernisering van de tekst overbodig geacht en zijn niet in de boekuitgave opgenomen. Maar de meeste woorden die op de lijstjes voorkomen, zijn in de tekst van

[p. 228]

de roman onveranderd gebleven. De woordverklaringen uit de Haagsche post en de handschriften volgen daarom hieronder.26

amelaken tafellaken
amië vriendin, maîtresse
amijs amant (aimante h2); amië; maitresse; minnaar
anevaen aanvangen
arsoen zadelboog
asselgieren overvallen
bachten er achteren; er achter
bachten mi achter mij
barbekanen versterkte wallen; versterkte tinnen
baroen baron
bastaardië laagheid
battalgiën veldslagen
bekkine kom
bi caritate bij Gods liefde
bi den riken Gode bij den machtigen God27
bi mire wet bij mijn geloof
bliaut wambuis
brant zwaard
clareit wijn; roode wijn
clerk geestelijke en geleerde
closet slaapvertrek; slaapkamer
curliaen schurk
damosele demoiselle, jonkvrouw
dangier danger, gevaar
deduut vreugde
dicke dikwijls
die gone hij, die; de geene.
[p. 229]
doghede deugd
dorperlike boersch, minderwaardig
drossaet hofmeester dul dom
duwiere onderaardsch gewelf; verwulfsel, kerker
dwale handdoek
emmer immer
enghien machine
faelgieren faillir, ontbreken
feloen felon, schurk
feloenig slecht
foreest forêt, woud
frotsieren frôtter, wrijven
garsoen knecht; stalknecht
geluw geel
gepinghiert beschilderd
gevaen gevangen
ghewes zeker
ginghebare gember
glavië zwaard
goedman landeigenaar
gondere gindsche
goom nemen bespeuren
graden treden
hagedochte onderaardsch gewelf
halsberg ijzeren kring (kraag h2)
harde zeer, bizonder
harde te-broken zeer gebroken
harentare hier en daar
horeest orage, onweêr
huisman boer
ingelen engelen
jeeste geste, ridderroman
jochant een in Midden-Nederlandsche litteratuur vaak voorkomende edelsteen
[p. 230]
joeste ridderspel
jolijt vreugde; jolijselijk, vreugdevol
jonkver jonkvrouw
jonnen gunnen
josteeren ridderlijke oefeningen en spiegelgevecht uitvoeren
kemenade slaapvertrek
Kerstenhede Christenheid
keytief slechtaard, mindere man
keytivig slecht
krisp krullend
kwartieren stuk slaan
lachter smaad
lays wijze en melodie (wijze, melodie h2)
lezard hagedis
liebaert, lioen leeuw
lijkteeken litteeken
lieren wangen
maisniede huishouding
marberine marmer
meswende ongeval
misericorde dolk
moei(e) tante
mortorië slachting
neyede si in den pleine hinnikte zij in de vlakte
oir erfgenaam
ontmaelgieren maliën stuk slaan
ordineeren bevel voeren
orisone ende vigelië gebed voor de dooden
ors paard
paap geestelijke (geen scheldnaam)
palafroet palefroi, hakkenei, telganger
pautenier schurk
peizen in miken moed bedenken
pelline vacht
[p. 231]
pigmentwijn28 gekruide wijn
pine moeite
plieën betrachten
ponioenen wimpel; lanswimpels
porprijs appartement
priemtijd het uur van de vroegmis
prise waarde
prouaetse prouesse, dapperheid
pumeghernaten granaatappelen
queste onderzoekingstocht; ondernemingstocht; de tocht, die de ridder onderneemt om te zoeken Graal, Speer, Schaakbord of wat ook op geheimzinnige wijze zich voordeed
riese reus
riveel vermaak
rosside paard
rudderscepe ridderschap
saen spoedig
scaec schaakbord
schalken slechtaards
scherne, schere scherts
sconfilture nederlaag
seinde zich maakte het teeken des kruizes; kruiste zich
seneschalk hofmeester
serianten dienaren
serven lijfeigenen
siglatoene kostbare stof
sindaal een zijden stof
soccoers hulp
solaes ende melodië driven beminnen
solaes van mine vië troost van mijn leven
staline staal
stallichten hooge kaarsen; lange kaarsen
stappans dadelijk
[p. 232]
surcoet (wam)buis met overkleed (buis h2)
tam ende venizoen rundvleesch en wild (braad)
te pointe goed gemikt
te pointe koud juist koud genoeg (niet te koud h2)
toortijtse toorts29
toot punt
toren verdriet; verduer
trensoen speerpunt
trone hemel
twi waarom
vaer vrees
ventalië vizier
vergier verger, boomgaard
verledigen bevrijden
vernoye30 verveling; verdriet
vië vie, leven, bestaan
vigeliën gebeden voor de dooden
vilein mindere man
vileinig ribaud lelijke schelm
wacharme helaas
wees des gewes wees daar zeker van
wigant held, strijder (van wijch = oorlog)
wijle sluier
wonderwet geloof in wonder
wrene merrie
zonder meswende zonder twijfel, ongeval
zonder sparen zonder dralen

De uitgave van 1923 is de eerste en enige druk van Het zwevende schaakbord die tijdens Couperus' leven is verschenen. Zij kwam uit in twee uitgaven, die alleen verschillen in voorwerk en papier.

[p. 233]

Volgens het contract was de oplage 5500 exemplaren: 2500 exemplaren in de serie Nederlandsche Bibliotheek en 3000 exemplaren in de serie Nieuwe Romans. Vermoedelijk heeft de uitgever tevens gebruik gemaakt van het recht om afhankelijk van de vraag binnen vier weken na de verschijning van de eerste druk nog eens 1000 exemplaren bij te drukken.31

Tekstkeuze

Voor deze uitgave van Het zwevende schaakbord is de eerste en enige tijdens Couperus' leven verschenen druk als basistekst gekozen: hij vertegenwoordigt de laatste door de auteur actief geautoriseerde versie. Couperus heeft de kopij ervan geleverd en de proeven ervan zelf gecorrigeerd. Voor de tekstsamenstelling is gebruik gemaakt van het exemplaar van de eerste druk dat zich bevindt in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag.32

Correcties

Omdat het gedeelte van het kladhandschrift van Het zwevende schaakbord dat niet als kopij gebruikt is, inhoudelijk sterk afwijkt van de gepubliceerde tekst van de roman, is het niet betrokken in de tekstvergelijking voor de nieuwe editie. Dit gedeelte is alleen geraadpleegd bij tekstuele problemen in de basistekst die niet met behulp van het kopijhandschrift waren op te lossen.33

In de tekst van deze uitgave zijn, mede op grond van een woord-voor-woord vergelijking van het kopijhandschrift (h2) van Het zwevende schaakbord met de tijdschriftpublikatie (hp), en de tijdschriftpublikatie met de eerste druk van de roman, de hieronder volgende correcties aangebracht. Na het paginacijfer en het

[p. 234]

regelnummer wordt eerst de verbeterde lezing gegeven; na de ‘Duitse komma’ (/) volgt de oorspronkelijke, foutieve lezing van de eerste druk. De laatste is voorzien van een asterisk (*) als zij in alle overgeleverde versies voorkomt. Indien dit niet het geval is, wordt ook de lezing van de tijdschriftpublikatie, van het kopijhandschrift en in voorkomende gevallen van het kladhandschrift vermeld. Hierbij is de volgorde hp, h2, h1 aangehouden, omdat de tijdschriftpublikatie als kopij heeft gediend voor de eerste druk van de roman.

6,11 gecompliceerd/gecombineerd (gecombineerd hp, gecompliceerd h2)
7,30 Karel-romans/Karelromans (Karel-romans hp, h2)
8,5 werktuigkundigen-toovenaars/werktuigkundigen, toovenaars (werktuigkundigen, toovenaars hp, werktuigkundigen-toovenaars h2)
10,33 oogenblik spreken/oogenblik (oogenblik spreken hp, h2)
13,8 reclame-plaat/reclameplaat (reclame-plaat hp, h2)
13,12 achterhalen/achterlaten (achterhalen hp, h2)
14,3/4 dapperste/dappersten (dapperste hp, h2)
20,23 teederlijk/teerderlijk (teederlijk hp, h2)
20,26 schuin,/schuin (schuin, hp, h2)
21,3 familië!-/familie! (familië, hp, h2)
22,6 toch/tòch (tòch hp, toch h2)
22,19 vlam ende/vlamende (vlam ende hp, h2)
23,7 Didoneel/Dioneel (Dioneel hp, Didoneel h2)
23,21 meenden/meende*
26,18 steeds,/steeds (steeds hp, steeds, h2)
26,23 geheimzinniger/geheimzinner*
27,25/26 Guenever... Maar Merlijn fluisterde, glimlachende, aan zijn oor:/Guenever... (Guenever... hp, Guenever... [alinea] Maar Merlijn fluisterde, glimlachende, aan zijn oor: h2)
27,34 ik,/ik (ik hp, h2, ik, h1)
32,8 Mordret/Mordet (Mordret hp, h2)

[p. 235]

32,29 slot./slot (slot. hp, slot h2)
33,21/22 vertrouwen/verrtouwen (vertrouwen hp, h2)
37,11/12 maniere/manieren (maniere hp, h2)
38,2 na de/na den (na de hp, h2)
39,32 gesloten/gesloten, (gesloten hp, h2)
42,21 pelegrinage/pelegrimage (pelegrinage hp, h2)
42,22 onverbiddelijk/onverbiddellijk (onverbiddellijk hp, onverbiddelijk h2)
43,5 dapperen,/dapperen (dapperen hp, dapperen, h2)
44,14 hechtedet/hechttedet (hechttedet hp, hechtedet h2)
45,7/8 en de ridders en de vrouwen der Koninginne schreden/schreden (schreden hp, en de ridders en de vrouwen der Koninginne schreden h2)
45,22 meldde!/meldde, (meldde, hp, meldde! h2)
45,24 zitten/zittend (zitten hp, h2)
47,3 's Konings/s' Konings ('s Konings hp, h2)
49,16 Sagremort/Sagremart (Sagremort hp, h2)
49,16 brauwen/brauw (brauw hp, brauwen h2)
50,15 hadden/haddden (hadden hp, h2)
50,21 zijns/zijn (zijn hp, zijns h2)
52,33-35 en alle Guenevers edelvrouwen en kamenieren, en trawanten en garsoenen en de kapelaan/en de kapelaan (en de kapelaan hp, en alle Guenevers edelvrouwen en kamenieren, en trawanten en garsoenen en de kapelaan h2)
55,15 Destijds/destijds (Destijds hp, h2)
55,22 hun de scherp puntige vlerken afhakkende, hun het/ hun het (hun het hp, hun de scherp puntige vlerken afhakkende, hun het h2)
56,11/12 niet plotseling gaan vlammen van sulfur, niet/ niet (niet hp, niet plotseling gaan vlammen van sulfur, niet h2)
58,16 Destijds!,/Destijds! (Destijds! hp, Destijds!, h2)
58,16 daar/daat (daar hp, h2)
59,16 daar/daat (daar hp, h2)

[p. 236]

60,27 blatende/blakende (blatende hp, h2)
65,5 langzamerhand/lanzamerhand (langzamerhand hp, h2)
65,8 Toen/Toen,*
65,25 doelloos,/doelloos (doelloos hp, doelloos, h2)
66,12 tref ik u/tref u ik*34
67,19 glans ende/glanzende (glanzende hp, glans ende h2)
68,1 vogel.../vogel.. (vogel... hp, ontbreekt h2)
69,6 vroeg,/vroeg*
71,17 Tafel-Ronde/Tafel Ronde*
72,16 anderszins/anderzins (anderzins hp, anderszins h2)
78,7 wigant!/wigant (wigant hp, wigant! h2)
78,24 Destijds/destijds (destijds hp, Destijds h2)
79,34/35 roode-rozenheggen/roode rozenheggen (roode rozenheggen hp, roode-rozenheggen h2)
80,3 poorte/poorten (poorten hp, poorte h2)
80,34 toovervallei/toover- -vallei (toover- -vallei hp, toovervallei h2)
82,22 betoovering,/betoovering*
82,23 velerlei/verlerlei (velerlei hp, h2)
84,12 Aventuur:/Aventuur; (Aventuur: hp, h2)
85,23 Scaec.../Scaec.. (Scaec... hp, h2)
88,7 dat,/dat (dat hp, dat, h2)
92,17/18 bladeren; nu en dan/bladeren en dan (bladeren; en dan hp, bladeren; nu en dan h2)
92,20 nu/nù (nu hp, h2)
93,23 misse/missen (misse hp, h2)
94,19 welk,/welk (welk hp, welk, h2)
95,18 vertrek,/vertrek (vertrek hp, vertrek, h2)
96,8 Mordret/Morgret (Mordret hp, h2)
97,31 Gawein,/Gawein (Gawein, hp, h2)
98,8/9 Wonder, dacht Gawein: Wonderland/Wonder (Wonder, dacht Gawein in Wonderland hp, Wonder, dacht Gawein: Wonderland h2)

[p. 237]

98,27 hoorden/hoorde (hoorde hp, h2)
98,31 en dat gij/en gij (en dat gij hp, h2)
98,35 wat/was (wat hp, h2)
99,12 bet/best (best hp, bet h2)
99,24 na/en (na hp, h2)
101,32/33 noemen,/noemen (noemen, hp, noemen h2)
110,12 tusschen de/tusschen (tusschen hp, tusschen de h2)
110,24 alleen,/alleen (alleen, hp, h2)
111,7 somberste/somberste, (somberste, hp, somberste h2)
113,13 enkele/enkelen (enkele hp, h2)
113,24 heere/here*
115,20 zale/zalen (zalen hp, zale h2)
115,25 jonstiglike/jongstiglijk (jonstiglike hp, h2)
119,35 kind/kind, (kind, hp, kind h1)
120,3/4 geboet ende haar eigen jeugdig leven; de straf is voltrokken/geboet (geboet hp, geboet ende haar eigen jeugdig leven; de straf is voltrokken h2)
122,2 zeide/zeide; (zeide hp, h2)
122,5 ende/en de (ende hp, h2)
124,1/2 alleen dit gevoel en alleen dit geluk en alleen/alleen (alleen dit gevoel en alleen dit geluk en alleen hp, h2)
124,34 had,/gad, (had, hp, h2)
125,32 verlossen/verlossen- (verlossen- hp, verlossen h2)
126,21 was:/was (was: hp, h2)
129,11/12 Venus wil/Venus'wll (Venus wil hp, h2)
132,13 haars/haar (haar hp, haars h2)
134,9 jonstige/jongstige (jonstige hp, h2)
135,34 zeide:/zeide. (zeide: hp, h2)
136,8/9 koninginne/koniginne (koninginne hp, h2)
136,22 wapenen/wapenene (wapenen hp, h2)
137,10 [alinea] De/De (De hp, [alinea] De h2)
138,23 schande- ende tooverkar/schandelijke tooverkar (schande- ende tooverkar hp, h2)
139,24 vriends/vriend (vriend hp, vriends h2)
140,20/21 ridder, die zijn leven voor haar op zoû offeren maar

[p. 238]

  die/ridder, die (ridder, die hp, ridder, die zijn leven voor haar op zoû offeren maar die h2)
140,29 water, om /water (water hp, water, om h2)
140,34 eindelijk,/eindelijk (eindelijk, hp, h2)
142,5 ‘hoofsche’ ridders/‘hoofsche ridders’ (‘hoofsche’ ridders hp, h2)
142,21 haastten/haasten (haastten hp, h2)
142,29 verre,/verre (verre, hp, h2)
143,28 edelvrouwen,/edelvrouwen (edelvrouwen, hp, h2)
147,4 bij/mij (bi hp, h2)
148,2 de/der (de hp, h2)
148,3 jonge/jongen (jonge hp, h2)
148,25 horengeschal/torengeschal (torengeschal hp, horengeschal h2)
150,34 mugge/muggen (mugge hp, h2)
151,1 oogen en,/oogen, en (oogen ende, hp, h2)
153,28 dringende,/dringende (dringende, hp, h2)
154,4 kroop,/kroop (kroop, hp, h2)
154,11 asch/assch (assche hp, h2)
155,29 elkaâr/elkaar (elkaâr hp, h2)
160,30 zijne/zijn zijne (sine hp, ontbreekt h2, h1)
162,2 luide:/luide; (luide: hp, h2)
167,10 water, weemoed, stilte/water weemoed-stilte (water, weemoed, stilte hp, h2)
168,7 Tot/Toen (Tot hp, h2)
169,20 Het Scaec,/Het Scaec; (Het Scaec; hp, Het Scaec, h2)
170,27 zelfs/zelf (zelf hp, zelfs h2)
171,34 voerde/voer (voerde hp, h2)
173,30 ijverzuchtig/ijzerzuchtig (ijverzuchtig hp, h2)
178,30 dat,/dat (dat, hp, dat h2)
179,19 ende/en de (ende hp, h2)
180,11 speer/speren (speren hp, h2, speer h1)
183,9 watten-witten/watten, witten (watten-witten hp, watten-witte h2)
183,19 kuste/kustte (kuste hp, h2)

[p. 239]

186,2 nieuwsgierig/nieuwgierig (nieuwsgierig hp, h2)
187,18 hem zich/hem (hem zich hp, h2)
187,28 bet/best (best hp, bet h2)
190,21 Arture/Assentijn (Arture hp, h2)
190,24 vespermaal/vesper (vespermale hp, h2)
192,25 noen-/noen (noen hp, noen- h2)
196,24 prouaetse/prouaeste (prouaetse hp, h2)
198,25 ...met/[alinea] ...Met ([alinea] ...Met hp, ...met h2)
199,21 ontstelde/onstelde (ontstelde hp, h2)
204,9 Kerstenhede/Kestenhede (Kerstenhede hp, h2)
204,13 Zwevende/zwevende (zwevende hp, Zwevende h2)
206,25 malkanderen;/malkanderen: (malkanderen; hp, h2)
208,4 bleek,/bleek (bleek, hp, h2)
209,6 burchtplein/buchtplein (burchtplein hp, h2)
211,8 biechte/biechten (biechte hp, h2)
211,16/17 wind-verflakkerende/wind verflakkerende (wind verflakkerende hp, wind-verflakkerende h2)
211,18 beêvaart/beêvaaart (beêvaart hp, h2)
213,9 Brittannië/Brittanië (Brittanië hp, Brittannië h2)
215,16 duwiere/duiwere (duwiere hp, h2)

Varianten

De eerste druk van Het zwevende schaakbord vertoont ten opzichte van de tijdschriftpublikatie (hp) en het kopijhandschrift (h2) de hieronder volgende woordvarianten. Na het paginacijfer en het regelnummer wordt eerst de lezing van de eerste druk gegeven; na het ‘ontstaan-uit-teken’ (<) volgen de vroegere versies.

5,11 het < het wel h2
5,26 Oosterschen < Oriëntalischen hp, h2
6,20 dit < dat h2
6,24 treden < rijden h2
6,26 en < en de h2
6,30 kiezen < kiezen: ‘courtoisië’ ende ‘hoveschhede’, dat is al eenderlike hp, h2
7,14 die < de h2

[p. 240]

7,33 op ons < ons h2
8,6 eenvoudige < eenvoudiger h2
8,21/22 den ridderburcht [...] verduidelijkt < de ridderburchten [...] verduidelijken h2
8,28 van een < van den h2
8,34/35 Elfde Eeuw en dan nog in de regionen der fantazie en niet der werkelijkheid... < Twaalfde Eeuw. h2
9,34/35 bare, en dat < bare, vooral niet omdat achter elk der feuilletons, waarin Het Zwevende Schaakbord geschreven werd, een deugdelijk woordenlijstje zal worden toegevoegd, dat hp, h235
10,1/2 spoedig [...] wel [...] komen < wederom [...] zoo [...] brengen hp, h2
10,21 soms < soms, zoo als op deze teekening, hp, h236
10,22 dubbele < de dubbele hp, h2
10,23 en een ontzettend lange speer. < de ontzettend lange speer, die steekt buiten de omlijsting der teekening... hp, h2
11,1 Wallische en < Wallische, half h2
13,2 van Riddereeuw de nevels < de nevels van Riddereeuwen langzamerhand hp < de nevels van Riddereeuw langzamerhand h2
13,13 aan te bieden < te bieden h2
14,10 zware < twaalf h2
14,13 trans < krans h2
14,18 zich duidelijker < duidelijker zich h2
19,3 zoete < van prise volle hp, h2
19,16 vlechten < vlechten valt hp, h2
19,31 de < die hp, h2
20,7 doch < toch h2
20,17 andere < oude h2

[p. 241]

21,13 rekkende < zich rekkende h2
21,16 één < eén bal hp, h2
21,23 bank < bank van marberine hp, h2
21,25 allen ter neêr < alle tien neêr h2
23,18 Bohort < Bohort, de reus, hp, h2
23,25 den < het h2
24,6 Een naderend < Maar een naderend h2
24,19 pluimen < pluim h2
24,21 oogen < diamanten oogen h2
25,17 te zamen < te zamen verloren hp, h2
26,19/20 herhalen zich < zich herhalen h2
27,1 zoû bereiden < bereidde h2
27,13 naar < van h2
28,10 getogen < getogen, als die gone, die van nie en iet weet hp, h2
28,15 sliep < sliep nog hp, h2
29,6 hoofddeur < hofdeur h2
29,10 naar < of hp < had of h2
29,11 brug er over, die opgehaald was, < brug over die gesloten was, h2
29,17 zij wel < zij, wel hp < zij, de ridders, wel h2
29,30 in < met h2
30,7 Acglovael de lachebek < Acglovael h2
30,23 rustig < rustig en hp, h1
30,26 doorzichtige < doorzichtigere h2
30,28 zwarten inkt < zware inkt hp < felle inkt h1
31,2 Oostersch < orientaliesch hp < Orientaliesch h2
31,4 ongemeen nog deze < ongekend nog der h2
31,12 hunne < zijne h2
31,16 licht < lichten h2
31,16/17 starrenschijn < starrengloed hp < starrenglans h2
31,17 grootste < groote h2
31,23 de rozen < sine rozen hp
31,32 vol < vol van hp, h2
32,13/14 ontfronsende. < ontfronsende. [alinea] Galehot had

[p. 242]

  niets gezegd maar hij glimlachte fijntjes: even weinig als hij geloofde aan zijn eigen draken, die hij verslagen zoû hebben, geloofde hij aan tooverië maar wat hij wel geloofde, wist hij niet: daarom zweeg hij liever over Merlijn en was even gelukkig al zweeg hij. En glimlachte maar. h2
32,30 om de < om zoo h2
33,7 burchtzaal, < burchtzaal was h2
33,27/28 udat < dat u hp < het u h2
34,3 onzichtbaars < onzichtbaars in den achterwand hp, h2
34,22 op het triltafereel over den wand < door de opene Romaansche boog, h2
34,25 zeer vaak < iederendag hp
35,2 In < En in hp, h2
35,10 zich < hèn h2
35,14 oud < oud was hp, h2
35,16/17 met tooverië < o tooverië h2
35,19 zijn < haar hp
36,17 heb < tref h2
37,27 om < door hp, h2
38,1 afgegaan < afgedaald h2
38,22 zoo krachtige < krachtige h2
38,24 Endi < Clarioen h2
38,26 dan die aan de < dan van die hp, h2
38,27 heeft < doet hp, h2
39,7 aan < van hp
39,10 Endi < Clarioen h2
39,13 kinderbedde < kraambedde hp, h2
39,14 haar, < haar harde, hp, h2
39,18 Endi < Clarioen h2
39,21 Merlijn < o Merlijn hp
40,9 beneden < die beneden was: een stille zee, hp, h2
40,30 het < den hp, h2
41,4 vlies: < vlies en wazige gaas... verduidelijkten de duizende sylfen, h2

[p. 243]

41,6 daarna < dadelijk h2
41,7 in stralender lijnen, < en strálender lijne h2
41,9 schoone jongelingvorm < schoone, stralende vorm h2
41,10 hare < hunne hp, h2
41,29 over de deken heen < lag over de coverture h2
42,2/3 openden zich < openden h2
42,9 Een < De hp, h2
42,14 Aventuren < Aventurenromans hp < Aventurenboeken h2
42,19 Koning < oude Koning h2
43,7 recht < recht haar hoofdeke h2
43,10 als bewaarengelen < bewaarengelen h2
43,26 nu < toen h2
43,35 den < zijn h2
44,14 het < den hp, h2
44,20-22 dorst [...] haar niet zeggen < dorst niet [...] haar zeggen h2
45,6 Den < Dien h2
45,6 Pinksteren; < Pinksteren. En h2
46,8 zelden < nimmer hp, h2
46,23 malkander < malkanderen alleen h2
46,30 eigene droomen < eigenen droomkus h2
46,33 op < om hp, h2
47,11 aan! < ane! hp < ane! Aventuur zal zich melden! h2
47,16 met zijn < met het hp < het met h2
47,28 komt weêr < herhaalt zich hp, h2
47,30 Komt weêr < Herhaalt zich hp, h2
47,31 Komt weêr < Herhaalt zich hp, h2
47,32 Komt weêr < Herhaalt zich hp, h2
47,33 Komt weêr < Herhaalt zich hp, h2
48,3 agaath < opaal h2
49,6 doen zweven < aan doen zweven h2
49,26 schaakgenialiteit < zet van schaakgenialiteit h2
50,10/11 uitgeroepen < zoo uitgeroepen h2
51,7 zware < breede hp, h2

[p. 244]

51,7 Maar < Ook h2
51,27 gaan. < gaan; ik blijf die gone, die vol van vertrouwen is, in den Aventure, die zich kondt. hp < gaan; ik blijf die gone, die vol van vertrouwen is, in den Aventure, die ik volbrengen ga. h2
52,1 Gawein! spotte Keye. < Gawein! h2
52,10/11 genoot het zijn rust want < stond het op stal en h2
53,24 onder < met h2
54,7 ether < lucht h2
54,29 met < meteen hp, h2
55,12 ingesloten < opgesloten h2
55,16 de < die hp
55,19 geflapperd < gefladderd h2
56,23 de bekkeneelen < het bekkeneel h2
57,4 rechts: < rechts en h2
57,6 een < als een h2
58,18/19 palmen < handen h2
58,33 van < om h2
59,16 jonge knape < ghi jonge knape hp < knape h2
60,20 moeten doen uw goede ors < moeten uw goede ors doen h2
60,26 op < aan h2
60,32 over te vliegen < te verslinden h2
61,13 gij zult stijgen < ghi zijt die gone, die up zal stijgen hp, h2
62,7 de ruiter < zijn ruiter hp, h2
62,33/34 zijn mond < den mond h2
63,2 dezelfde < die vroegere hp, h2
63,3 sprong < diepen sprong h2
63,12 haar dan < het daar h2
63,25 deze < de hp, h2
64,9 en < neêr en h2
64,13 betreurde < betreurde het h2
64,33 zijn < zijn ros h2
65,18 eindeloos < eindeloos hooge, h2

[p. 245]

65,29 raderende < naderende hp
66,29 valiante < mine valiante hp, h2
66,33 het < dat h2
67,12 voor < om h2
68,12 zomerluchten < zomerlucht h2
69,35 Min noch meere < Niet meere ende niet mindere hp, h2
71,4 Neen, dat niet vragen! < Neen, niet verlossen...! hp, h2
71,25 toer < ritje hp, h2
72,8 van < voor h2
72,30 van den < van hp, h2
72,34/35 in de nacht niet en verdwalen < niet in de nacht hier verdwalen h2
73,15 zoo < er h2
74,13 de droppen < droppen h2
74,26 begeleid < geleid h2
75,3 Gwinebant; < Gwinebant; ane Ysabele h2
75,4 lange < lange, lange h2
75,13 aan < door h2
75,31 deden < aten hp, h2
80,1 aan < voor h2
81,12 weêr < nu h2
81,27 wapenen! < wapinen weêr! h2
82,17 die < hen h2
82,29 dichten < dichteren h2
83,1 eens < hun h2
83,18 en metalen < metalen h2
84,11 zich < hem hp, h2
84,35 voor < nu h2
85,9 En < Toen hp, h2
86,5 ènkele < ènkel hp < ènkel edel h2
87,10 te paard op den weg staan < op den weg te paard h2
87,14 wapenrusting < wapenrok h2
87,21 zich < hem hp, h2
87,29 over < door h2
87,32 van < om h2

[p. 246]

88,7 merkte < achtte h2
89,4 groote < grootste hp, h2
89,27 te biechten < te jou te biechte gaan hp, h2
90,33 hem gebeurd < het gebeurd h2
91,19 eigen < eigen ros h2
91,25/26 Gawein geleidde het ros van Didoneel en de jonkvrouw geleidde < Gawein geleidde het ros, waarover lag Didoneel, de jonkvrouw geleidde h2
91,28 wendde < wond h2
92,8 diens < zijn hp, h2
92,24 zullen spelen < willen spelen h2
92,33 mompelende < roepende h2
92,33 Zij trokken < Zij kropen reeds tusschen de beenen van het steigerend ros; zij trokken h2
93,8 zich < het h2
93,18 eer < nu h2
93,35 gezongen < gevierd h2
94,24 aan < toe h2
94,30 overwulfde < laag overwulfde h2
95,4 wilden schaken < hadden geschaakt hp, h2
95,6 dat het koud was. < dat het geheel koud was. hp < dat hij geheel koud was... h2
95,9-12 zij. God was zijn ziele genadig hem te laten sterven in zijn noode.
- Dood is hij? vroeg Gawein.
- Hij is dood, zeide zij. < zij.
- Dood is hi? vroeg Gawein.
- Hi is dood, herhaalde zij. God was sine ziele genadig hem te laten sterven in sine noode. h2
99,26 den lindeboom < een lindenboom hp, h2
101,3 om < aan h2
101,12/13 en dat < en h2
102,3 het geluchte of verlicht < geluchte ofte over gladde wegen, dat verlicht h2
102,15 vermocht < deed h2

[p. 247]

102,15 lieve < mine h2
103,5 liever < nog liever hp, h2
103,34 Bet is het < Het is het h2
104,15 in < met h2
104,25 dan < dan die van h2
104,34 zoû zich zetten < zette zich hp, h2
105,1 elken < welken hp, h2
105,3 niet < nu niet hp, h2
107,12 geworden was < was geworden hp, h2
108,15 met < van h2
109,11 over < om h2
110,7 gevoerd < gebracht hp, h2
110,29 toen < toch hp, h2
110,31 weêr < toch h2
110,32 riddertaak. < ridderdaad: h2
111,8 der < aller h2
113,33 te < in h2
114,21 over kwaamt < aan kwaamt h2
115,5 zich < hem h2
115,13 vele < wel h2
115,32 armen < handen h2
116,20 ridderkop < ridderhoofd hp, h2
118,5 winterlandouw < wintergezicht h2
118,14 alleen < allen h2
119,8 uitgespreid < uitgebreid hp, h2
119,24 jeeste < rike jeeste hp, h2
121,7 van < voor h2
121,14 zoo < zoet h2
121,30 aan den < aan zijn h2
121,31 den Koning < een Koning h2
122,8/9 Gawein, maar hij zweeg bescheidenlijk van het bloedbad, en Gawein was er hem dankbaar voor. < Gawein. hp, h2
123,28 op < in h2
124,15 zich < hem h2

[p. 248]

128,6/7 glimlachende, hield hem tegen.
- Blijf... herhaalde < glimlachende, zei:
- Blijf...
De schildknaap gehoorzaamde.
- Blijf, herhaalde h2
129,30 hoe < waar hp, h2
129,35 een jacht er op < er jacht op h2
130,14 zoete < de zoete h2
130,31 en Ysabele < en naar Ysabele h2
132,6 den < van den hp, h2
132,23 als < zoo h2
133,12/13 zoû ontroeren < ontroerde hp, h2
133,16 schaduw < schaduwen hp, h2
134,19 zijn < de hp, h2
135,2 neen < weet h2
135,30 de < jou hp, h2
137,12 ridders < ridders gehad: draken noch ontvoerde jonkvrouwen, reuzen noch feloenige ridders h2
137,31 kreunde < die kreunde h2
138,13 erfgenamen < erfgenaam h2
138,14 huwen. < trouwen... h2
139,32 een mantel < ook een mantel h2
140,7 want < wat h2
140,16 de linde < een linde hp, h2
141,14 geschonken had < had geschonken hp, h2
141,18 met < naast h2
142,20 bogen < staarden hp, h2
143,35 zich < haar h2
144,10 ontmoetten < wi ontmoetten h2
144,26 bestijgen zoû < zoû bestijgen hp, h2
144,29 vóór, < voór, afgestegen h2
145,26 zij niet < zij niet wist h2
145,32 Lionel. < Lionel... [alinea] De dwerg, onzinnig, grinnikte... [alinea] Gawein, op de kar, schreeuwde van plotsen tooverkoorts... h2

[p. 249]

146,11 dwerg! < dwerg! Wi zijn die gonen, die zullen behoeden Gawein! h2
147,7 borgen < borgen ze hp < borgen zij h2
149,13 naar < van h2
150,3 gesloten < geloken h2
150,21 nu < mi h2
151,14 om < voor hp
152,14 valiante < een valiante h2
152,21 zwarte < zware hp, h2
154,7 vreugdestem < maagdestem h2
154,31 Endi < den Rike van Endi hp, h2
155,4 lonkten en lokten < lokten ende lonkten hp, h2
155,22 zij < deze h2
155,35 daar dwaalden < dwaalden hp, h2
157,8 worden < wezen hp, h2
159,8 wat [...] van < waar [...] van, h2
159,32 gaan beminnen < beminnen h2
161,13 doen hooren? < hooren doen?! hp < kunnen hooren doen? h2
162,6/7 jochanten, robijnen, < jochanten en robijnen en hp, h2
162,22 naar < op h2
162,30 zamen < samen uit h2
165,14 zoû zij < zij zoû hp, h2
165,29 door dien < van die h2
165,30 verdrijven < verdragen h2
166,10 heugde < wel heugde hp, h2
167,3 was < geweest was hp, h2
167,11 achter zich < neven hem h2
169,34 aangeschoten < aan schieten gekund hp, h2
171,29 vermoeden < bevroeden h2
172,14 verward < verwaaid h2
173,1 andere < vijf h2
174,17 hen < hen wel hp, h2
175,5 hem < hen h2
175,17 hun < hun allen hp, h2

[p. 250]

175,27 weg, en < weg en hp < weg: h2
176,30 blauwe, < blauwe, geluwe hp, h2
177,21 even < wel even hp, h2
178,31 booze < boozer h2
179,14 de bedrongene < de tien bedrongene h2
179,17 van < aan h2
179,25 stottert meer < meer stottert hp, h2
180,31 Sint Jan < Sente Michiele en Sente jan h2
183,7 huwen < nu huwen hp, h2
183,15 ruste < tijdelike ruste hp, h2
185,26 zoû < zoû hij niet behoeven te schaken, dit maal zoû h2
186,11 zocht < nam h2
186,32 koos < nam h2
187,25 lieve, lieve < lieve hp, h2
188,16 Die < Hij h2
188,27 op het ronde en open plein < in het ronde en op het plein h2
189,20 mij < eens mi hp, h2
192,25 zoo vaak < iederen dag hp, h2
192,33 blijkt en < blijkt, en hp < blijkt, dat h2
193,23 en dat < en hp, h2
196,27 of < als hp, h2
197,26 zich hier < hier zich hp, h2
198,23 ook het < het ook hp, h2
198,25 over < van h2
199,15 [streepjeslijn] < xxxiii hp, h237
199,17 geketend < getroffen h2
199,19 Gwinebant < Gwinebant toe h2
200,1 een hevige < den hevigen h2
200,15/16 wie hem de princes toe zoû voeren, < hem de princes toe te voeren h2
201,25 lag bij < lag h2
203,27 als < al h2

[p. 251]

203,34 zeer < toen hp, h2
204,8 keeren < komen hp, h2
204,18 Gawein < En Gawein hp, h2
204,21 geloofde... < geloofde... [alinea] En aan Aventuur, dat zij niet allen zoo krachtig meer geloofden... hp, h2
205,4 wij < wi si hp, h2
206,1 riepen allen < riepen zij allen hp, h2
207,6 laat! < laat! Lace, voor het wonderbedde is het te laat! h2
207,10 den < mijn h2
207,13 lang < lang, diep hp, h2
208,2 hoofd < voorhoofd hp, h2
208,31 van de < sine h2
209,9 [streepjeslijn] < xxxv hp, h2
209,23 van geen belang meer was < was van geen belang meer h2
210,31 bijna! < iederen dàg! hp, h2
214,9 duurden < duurden Destijds hp, h2
214,29 gemaakt < geraakt hp, h2
215,14 des langen beidens < des beidens lang hp, h2
216,11 ontbreekt < Finis hp, h2

Afbrekingstekens

In deze uitgave van Het zwevende schaakbord moeten de volgende afbrekingstekens als een koppelteken gelezen worden:

5,12 Tafel-
9,6 Midden-
11,1 Angel-
28,24 maan-
34,11 Tafel-
36,9 toover-
44,26 Tafel-
63,33 starre-
75,13 van-
79,34 roode-
80,21 Ontrouw-
80,29 honderd-
88,26 Tafel-
97,21 aan-
100,11 van-
102,9 met-
105,15 wetenschap-
114,22 wapenen-

[p. 252]

116,29 Ronde-
116,31 Tafel-
118,33 fayten-
155,9 Tafel-
162,12 Ronde-
172,25 Tafel-
180,13 Tafel-
192,18 Ronde-
192,25 noen-
204,6 Tafel-
205,31 artsenij-

* Voor de bibliografische gegevens werd onder meer gebruik gemaakt van het Bibliografisch Repertorium Louis Couperus, een door zwo gesubsidieerd project, onder redactie van G. Borgers, E. Braches, K. Reijnders, uitgevoerd door Marijke Stapert-Eggen.

Zie voor de editieprincipes van de Volledige Werken Louis Couperus: Algemene verantwoording van de Volledige Werken Louis Couperus. Utrecht/Antwerpen, 1987. De editieprincipes zijn vastgesteld door Ernst Braches, Jan Fontijn, Karel Reijnders, Marijke Stapert-Eggen en H.T.M. van Vliet.