Aan het einde van het vijfde deel der Wandelingen door Nederland gekomen, zou den schrijver niets anders te doen staan, dan
Immers, volgens prospectus houdt de verbindtenis tusschen uitgever en inteekenaars bij het verschijnen van het vijfde deel op.
Den uitgever ontbreekt het intusschen nog niet aan moed en opgewektheid, den schrijver aan lust noch aan stof. Ook lieten zich stemmen hooren, die met vriendelijken aandrang verzochten, de wandelingen nog niet voor goed te staken. Dientengevolge meenden wij de regten der inteekenaars in het oog te houden, door de serie met het vijfde deel te sluiten en het Register der behandelde plaatsen, personen en zaken hierbij te voegen, terwijl nog een of hoogstens twee deelen als ‘supplement’ zullen worden bewerkt ten behoeve dergenen, wier belangstelling in ons werk nog niet is verflaauwd. De opgave van veranderingen in den loop der laatste jaren, de noodzakelijke aanvullingen en verbeteringen, het woord van dank en van afscheid, dat den schrijver op het hart ligt, meent hij het best aan het slot van het geheele werk te zullen plaatsen.
Zonder zich bepaald te willen binden, acht hij zich verpligt eenige rekenschap te geven van wat hij zich voorstelt in de tweede serie te behandelen, ook ten gevolge van enkele uitnoodigingen en aanwijzingen, die hij ontving. De omtrek van Leiden, de streek tusschen Zeist, Driebergen en Doorn en Wijk bij Duurstede, eenige belangrijke punten in Limburg, de omstreken van Arnhem en Nijmegen, Tiel of Bommel,
het oude Staats-Vlaanderen, gedeelten van Friesland, als Gaasterland en het Bildt, de koloniën van Weldadigheid, de eilanden, als Texel, Ameland e.a., komen voor een bezoek nog zeer in aanmerking; kasteelen als Nederhemert, Ammerzoden, Maurik, Heeswijk, Waardenburg, ruïnen als Ravestein, Schonauwen, Brakel, om slechts enkelen te noemen, zouden nog een beschrijving verdienen, ten einde den cyclus onzer wandelingen te voltooien en aan ons werk zoodanige afronding en volledigheid te geven als uit den aard der zaak mag worden verwacht.
Bij gebleken belangstelling hopen wij dus het boven aangeduide plan zooveel mogelijk ten uitvoer te brengen. Aan hen, die zich verder niet wenschen te verbinden, brengen wij onzen hartelijken afscheidsgroet, met onzen dank voor het tot hiertoe geschonken geleide op onze omzwervingen. En hun, die nog verder met ons willen wandelen, roepen wij een vriendelijk tot weerzien toe.