56Arrius presbyter uit Libye, ca. 300 in Alexandriëe, loochende de goddelijkheid van Christus (Arianisme). ‘Arius' naam werd bij uitnemendheid het brandmerk voor elken ketter’ (J. de Zwaan)
57Manicheus gelatiniseerde Griekse vorm van Manes († 276), de Perzische stichter van een gnostisch-christelijke secte
58Novatianus presbyter, ca. 250 tegenbisschop in Rome, stichter van een streng ascetische secte, die o.a. zondaars ook na volbrachte boete niet meer in de kerk wilde opnemen roemt de uitgave 1601 heeft comt
69Dit vers zou een steun kunnen zijn voor de opvatting van Dr W.A.P. Smit dat Crul tot de Anabaptisten behoorde: zij verwachtten nl. spoedig de laatste dag
171Swaluwen symbool van de lichtvaardige prater die alles uitdraagt
173de krekel eveneens zinnebeeld van de lichtvaardige prater
179roetaerts Vlaamse gaaien int cleyre in 't klaar, in het openbaar
183-4zij zijn dubbelhartig, spelen een dubbele rol
188-9De zin loopt niet, maar de bedoeling is duidelijk: het lichtvaardige spreken kan aan sommigen gelegenheid geven tot een aanslag op uw beurs
191scherpe staken scherp voor inhalig was eert. zeer gewoon (WNT XIV, 506) staak voor vrek is niet opgetekend, alleen voor mager mens, waarmee het begrip van karigheid licht geassocieerd kan worden
196ontwegen, ontmeten te kort doen, afnemen door vals wegen en meten ontsweyren afnemen of onthouden door een valse eed
229practijcken in ongunstige betekenis, als in kwade practijken
230Crijgers zij die op de ‘krijg’, op het bijeenschrapen van goed uit zijn
232een hebbens tachtere een keer hebben (krijgen) ten achter, dus: zij zijn er op uit om meer te krijgen
233Crassus het bekende lid van het eerste triumviraat, bijgenaamd Dives, de rijke Pigmalion hier blijkbaar slechts uit misverstand genoemd
235Polimnester Polymnestor, de Thracische koning die Polydorus, zoon van Priamus, doodde om zich diens schatten toe te eigenen Ruffus wie hier bedoeld wordt is bezwaarlijk uit te maken, misschien Q. Pompeius Rufus Meester een envoi met deze titel is mij van elders niet bekend.