paleografische / codicologische opmerkingen Het opschrift werd naast de aanduiding Refereyn bijgeschreven. Rood zijn: het opschrift, de stockregels, de aanduidingen Vraghe, Antwoorde, Prince en Explicit, de woorden Jaet en Neent bij het begin der strofen; verder nog een aantal blijkbaar willekeurig gekozen woorden in de prince-strofen.
16Ghebraker yewaerts wijsheyt: Moest er ergens wijsheid te kort zijn; hoort toch dees geste: luister toch naar deze geschiedenis.
17wert: wordt; in deerste en in dleste: in 't begin en op het einde, op de belangrijke ogenblikken.
18Midts zijnen conqueste: Door zijn bezittingen, rijkdommen? Zie vs. 177.
19wetenheyt: weten, wetenschap, kennis; al lieghet aen de reste: al hangt het van het overige, het andere af? Vss. 18-19 kunnen als volgt geïnterpreteerd worden: Doordat hij rijk is, schijnt het dat niemand (buiten hem) kennis bezit, al hangt kennis juist van wat anders (dan van rijkdom) af. Al lieghet aen de reste kan ook begrepen worden als: Al ontbreekt de rest, kennis namelijk.
20wat hij misclapt: wat hij verkeerds zegt; zulcx van monde ghesleghen es: dat wordt als niet uitgesproken beschouwd; daarmede wordt geen rekening gehouden.
emendaties Em. 39. Hs. Vraagteken na braet, evenals na uutstorten in vs. 40.
36se: de armen, nu elk afzonderlijk beschouwd, terwijl in vs. 35 het enk. des aermen stond voor de groep; schatten: belastingen opleggen, afpersen; stroopen, schatten en scheeren: drie synoniemen voor afpersen.
49voer zijn ghebreken: ter verontschuldiging van zijn tekortkomingen.
51En wie voor het gerecht zich tegen de rijke wil verzetten.
52met ijdelder hant: met ledige hand; zijn goe cause hecht: zijn rechtvaardige zaak aanhangig maakt.
53Men salt hem houden slepende: Men zal zijn zaak op de lange baan schuiven.
54En noch daernaer verliesen: En daarna zal hij het geding nog verliezen; hoe hij daer jeghen vecht: hoe hij er zich ook voor inspant om het tegendeel te bereiken.
emendaties Em. 72. laes staat in het Hs. tussen haakjes.
56sueren en lueren: bedriegen (Kiliaen heeft Loren ende soren: fraudare aliquem).
57Maar hij zou doorgaan voor een valse booswicht, ging het om een arme drommel.
58zijn sijn woorden blau van colueren: spreekt hij leugentaal (cfr. iemand blauwbloemkens op de mouw spelden).
70rapen: bijeenschrapen, afpersen; scrapen: synoniem van rapen; caken: schelden; men versta de zinswending in vss. 69 en 70 als volgt: In het afpersen enz. geeft zij uiting aan haar haat tegen God.
72laes: helaas; overloopen: onder de voeten lopen.
85cabas: mand; al voert den rijcke tcabas in zijn wapen: al is de rijke op winst uit (vgl. sijn cabas maken: winst maken).
86caecharinc: van de kaken en het grom ontdane en vervolgens gezouten en ingelegde haring, hier misschien gebruikt als uitdrukking van weelde, waardoor de uitdrukking tcabas in zijn wapen voeren een versterkte betekenis krijgt: op grote winst uit zijn; of wijst de uitdrukking caecharinc, zoals Prof. Rombauts suggereerde, op het bedrijf waardoor de rijke zijn bezittingen verkregen heeft, aldus een zinspeling op zijn onedele afkomst? siemen: sietmen: ziet men.
86-87schat rapen met wouckere: door woeker rijkdom vergaren.
132Versta: Hij, wiens kerfstok van ijzer is (dus niet bruikbaar) waarom niemand hem nog crediet geeft. Stoett (nr. 1127) verklaart de uitdrukking zijn kerfstok is van ijzer: hij kan geen kwaad doen. Deze betekenis heeft echter in het hier bedoelde vers geen zin.
133leech: werkeloos; moy: sierlijk uitgedost; om slusts ghenesen: om zo zijn genoegen te hebben.
paleografische / codicologische opmerkingen 150. paulus is onderstreept.
134Als dien oft desen: als deze of gene, als iemand anders.
136Cristoffels: ter aanduiding van een beschermer? Stoett, (Ned. Spreekw. nr. 1297) noteert deze betekenis van Cristoffel in een uitdrukking uit de achttiende eeuw.
172Met smallen caken: met magere wangen (als beeld van de honger).
173al wraest hij: al wroet hij? Staat wrasen, dat niet in het Mnl. Wdb. voorkomt, in verband met wrase: graszode of met wrasselen: worstelen?
177Den rijcken conquest: De bezittingen van de rijke? Het woord conquest, dat in de Costuymen van Veurne voorkomt, betekent volgens De Bo, Westvl. Idiot., aangewonnen huwelijksbezit.
209Symons saet: Nakomelingen van Simon de Tovenaar, die handel dreef in geestelijke goederen. Vgl. Hand. 8:9-24.
paleografische / codicologische opmerkingen De aanduiding EXPLICIT is rood. De beginletters van het naschrift zijn ook rode Gothische hoofdletters en vormen de naam CRULS. Alle verzen zijn rood onderlijnd.
+Naschrift: Explicit: Slotformule in oude boeken en handschriften. Eigenlijk: explicitum est volumen: de schriftrol is afgewikkeld.