En rijdt men dan het Waasland binnen, dan laat men zich niet misleiden door de administratieve vervorming. Het is spijtig dat de bestuurder geen onderscheid wil maken tussen grenzen van provincies en arrondissementen enerzijds en de gewoontegrenzen en erfelijke grenzen van een landstreek anderzijds. Hierdoor komt het dat langs de autoweg E 17 en de expresweg N 49, het bord met de pelgrimerende Reynaert, raap en bolle akkers u verwelkomt in het Waasland aan de grens van Oost-Vlaanderen en Antwerpen. Deze borden zouden moeten geplaatst worden aan de uitgang van de Antwerpse tunnels langs Wase zijde: daar begon het Waasland en daar begint het nog. Komt men van de kust langs de expresweg N 49, dan duikt het bord reeds op in Wachtebeke, waar het eigenlijk slechts aan de Moerbeekse grens mag staan.
Het authentieke Waasland werd in het noorden begrensd door de Axeler- en Hulster-Ambachten, in het oosten door de Schelde, in het zuiden door de Schelde en de Durmedorpen en in het westen door Moerbeke en Eksaarde. Deze omschrijving is gebaseerd op de keur van 1241, verleend door Johanna van Constantinopel en haar echtgenoot Thomas van Savoye, graven van Vlaanderen. Wanneer we nog dieper het verleden induiken, dan stellen we vast dat ook Hamme, Zele en Zeveneken tot het Waasland gerekend werden (in 868). Anderzijds moeten we ons realiseren dat oorspronkelijk Beveren en grote delen die ressorteerden onder Beveren, en die verspreid lagen over verschillende Wase parochies (Haasdonk, Sint-Niklaas, Lokeren, Waasmunster ...) niet tot de keur behoorden. We moeten ook weten dat niet alle huidige Wase dorpen in dezelfde mate gebonden werden door de keur van 1241. Alle dorpen, behalve Temse, Rupelmonde, Burcht en Eksaarde, waren keurdorpen, dit betekent dat ze vielen onder de rechten en plichten van de keur.
Van deze dorpen waren Kruibeke en Zwijndrecht de zogenoemde vazaldorpen, die meegenoten van alle rechten en plichten maar die onder een aparte jurisdictie vielen.
In die groep waren ook begrepen de drie polderdorpen Kallo, Kieldrecht en Verrebroek, die Vrijpolders genoemd werden omdat ze niet moesten bijdragen in de rechtstreekse belasting van de keur. Tenslotte waren er de vier eerder genoemde dorpen Temse, Rupelmonde, Burcht en Eksaarde, die men apanagedorpen noemde omdat ze sinds mensenheugenis gegeven werden als bron van inkomsten aan de bastaarden of gunstelingen van de graven.
In de loop van de geschiedenis zijn die verschillende gradaties verdwenen en maken deze dorpen, inclusief al wat viel onder de naam Land van Beveren, deel uit van het zoete Waasland in zijn volle betekenis.
Een anekdotische toevoeging is de volgende: sinds het begin van de Tachtigjarige Oorlog tot in de 19de eeuw leest men vaak dat verordeningen (militaire en financiële) golden voor het Waasland en voor ‘Winkel’ en ‘Wabeke’. Sint-Kruis-Winkel noch Wachtebeke zijn echter deel gaan uitmaken van het Waasland.
In de keur van 1241 werd bepaald dat vanaf dan Sint-Niklaas zou fungeren als plaats waar het leenhof zetelde, waar dus het hoofdcollege gevestigd was. Hierdoor werd Sint-Niklaas de hoofdparochie van het Waasland.