terug  begin  verderprepost

Int soete lant (a 2257)

Sinds de eerste vermelding in Van den vos Reynaerde (± 1250) heeft het Waasland de koosnaam het ‘soete lant’ meegedragen. Wetenschappers en ... boze tongen beweren dat Willem hier weinig origineel is geweest, hij zou dood-

[p. 30]

gewoon een Frans voorbeeld hebben gevolgd en ‘la doulce France’ uit het Oudfranse Chanson de Roland hebben vertaald als ‘Waes, int soete lant.’ Het is mogelijk, alhoewel geen enkele bewijsgrond aanwezig is. Een paar argumenten tegen deze bewering zijn er wel.

Het staat vast dat Willem hier ‘Waes, int soete lant’ (A 2257) zet tegenover ‘Arttinen, dat wilde lant’ (A 2249). Wild, woest, onherbergzaam tegenover gecultiveerd, vriendelijk, gastvrij. Daarbij weze ook vermeld dat ‘soet’ in de Wase toponymie tot in de 18de eeuw doorleeft als ‘vruchtbaar’, zoals in Soetenhoeck, Soetemeersch, Zoetenaard, Zoetegers. Ook de vertaling ‘soet’ is niet het equivalent van ‘doulce’. Dan had er gestaan ‘lief, zacht, dierbaar’ van het Latijnse ‘dulcis’. Willem gebruikte opzettelijk het Germaanse ‘zoet’, wat terugvalt op het Latijnse ‘suavis’: zoet van smaak, heerlijk, geurig, harmonieus, geliefd, goedgezind, vruchtbaar, vol vriendschap, uitstekend. En zo voelt ook de Wazenaar dit aan.



illustratie
Jozef van Overstraeten tijdens de academische zitting bij de opening van de Reynaertroute in 1955 te Sint-Niklaas. Op de eerste rij o.a. v.l.n.r. broeder Aloïs, W. Gs Hellinga en Stijn Streuvels.

prepostterug  begin  verder