Hulst telt ongeveer 18.500 inwoners. Ruim de helft ervan woont in de stad, de anderen wonen verspreid over de dorpen Clinge, Graauw, Nieuw-Namen, Sint-Jansteen en Heikant. De naam ‘Hulst’ is volgens toponymisten ontleend aan de ‘Ilex’, de hulststruik, een plant die in het Hulster-Ambacht en het Waasland vroeger veel voorkwam. Na het uiteenvallen van het rijk van Karel de Grote werd de Scheldedelta, een gebied van bossen, kreken en zandplaten, bij het Duitse Rijk gevoegd. In 1012 werd de Vlaamse graaf met het gebied beleend. Op hun beurt beleenden de Vlaamse graven het aan vier leenmannen, die elk een heerlijkheid of ambacht bestuurden. Deze vier lenen werden daarom later De Vier Ambachten genoemd. Ze bestonden uit het Hulster-, het Assenedener-, het Axeler- en het Boechoutener-Ambacht. Zowel op geografisch, juridisch (ze bezaten een aparte keur) als kerkelijk gebied (een apart decanaat van het bisdom Utrecht) had dit gebied een zekere autonomie. De wapenschilden van deze ambachten sieren nu het heemkundig museum in de Steenstraat. Hun geschiedenis wordt eveneens in dat museum in beeld gebracht.
Hulst bestond als nederzetting in elk geval reeds rond het jaar 1000. In 1180 schonk de Vlaamse graaf, Filips van den Elzas, aan Hulst stadsrechten, handelsprivileges en tolvrijheden in bijna heel Vlaanderen, wat de latere bloei van de stad heeft bevorderd. De middeleeuwse Hulstenaren mochten ook stadsmuren bouwen. Ze leefden vooral van

zoutwinning en lakennijverheid en stonden verder bekend als ervaren
koop- en ambachtslieden. Daarnaast zorgden de landbouw en de visvangst voor
belangrijke inkomsten. Dank zij een verbinding met de Honte, de huidige
Westerschelde, kende de stad gouden tijden. Er werden markten gehouden en op
cultureel gebied vinden we er een rederijkerskamer, toernooien van
schuttersgilden en ommegangen.
Rond 1200 werd de Sint-Willibrorduskerk gebouwd. Overblijfselen die nog van deze periode getuigen, zijn de vier zware torenpilaren en fragmenten van het transept. Onder leiding van de beroemde Vlaamse architectenfamilies Keldermans en De Waghemakere werd deze kleine kerk tussen 1460 en 1533 verbouwd tot een stijlvol monument in Brabantse gotiek. Vanaf 1645 (inname van de stad door Frederik Hendrik) kregen de protestanten de kerk in handen. De katholieken moesten via een ‘Paepenwegh’ en tegen betaling in het Spaanse Clinge ter kerke gaan. Bij de Franse overheersing werd de ‘égalité’ wel zeer extreem benadrukt en werd aan beide erediensten, de katholieke en de protestantse, een deel van de kerk gegeven. In deze simultaankerk behielden de protestanten het schip, de katholieken kregen de andere ruimten en tussen beide werd een muur gebouwd. In 1929 kwam de kerk terug in handen van de katholieken. In ruil hiervoor kregen de protestanten een eigen kerk. De huidige spits dateert van 1958. De vorige torenspits werd in de Tweede Wereldoorlog (1944) door Pools granaatvuur vernietigd. Hoe de kerk er voordien uitzag, is nog te bekijken op het Reynaertmonument, waar de beeldhouwer kerk en stadhuis van Hulst als achtergrond van de hofscène heeft gebruikt.
Niet alleen de basiliek heeft een bewogen geschiedenis
achter de rug. Hulst zelf is eeuwen lang het schietkraam geweest van vijandelijke troepen. De wapens hebben hier nooit gezwegen. Pest, hongersnood en oorlog zijn de kernwoorden van de Hulsterse geschiedenis. We gaan er even dieper op in, want gedurende het eerste deel van onze tocht zullen we voortdurend stoten op forten en verdedigingswerken, die gebouwd werden tijdens de bloedige tijden voor, na en tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Hulst heeft altijd nadelen ondervonden van zijn centrale ligging. Het lag in het Scheldeland en wie Hulst in handen had, controleerde De Vier Ambachten, grote delen van het Waasland en vooral de Schelde en had meteen een goede uitgangspositie voor een aanval op of de controle over Antwerpen.
De eerste versterking van de stad bestond uit een lage wal en niet zo brede grachten. In 1470 voltooiden de Hulstenaars de stadsmuren (de huidige omwalling is pas later tot stand gekomen). In de strijd tussen de Vlaamse steden en de graaf koos de stad de zijde van de graaf, wat herhaaldelijk leidde tot bezettingen door de Gentenaars. Zo in 1485, toen Engelse huurlingen in dienst van de stad Gent in het nauw gedreven, het schepenhuis binnenvluchtten. De Hulstenaars hebben niets anders kunnen doen dan het gebouw in brand te steken. Het werd vervangen door het huidige stadhuis (1525-47).
Ondertussen werd Hulst meer en meer een vestingstad. De stadsmuren bleken niet meer bestand tegen kanonvuur. In 1591 veroverde prins Maurits de stad op de Spanjaarden, zonder veel moeite omdat ze hun Hulsters garnizoen elders hadden laten vechten. Maurits bouwde onmiddellijk na de inname een fortenlinie met Hulst als centrum. Toch hield ook hij geen stand. In 1596 gaven de Aartshertogen Albrecht en Isabella van Oostenrijk de opdracht om Hulst te heroveren en zo Antwerpen te vrijwaren. De streek ten zuiden van Hulst werd onder water gezet. De stad werd heroverd en vervolgens geplunderd. Er heerste pest. Tijdens het Twaalfjarig Bestand in de Tachtigjarige Oorlog werd de stad versterkt en werden zeer hoge wallen, negen bolwerken opgeworpen en grachten gegraven (1615-21). Toch bleek ook deze verdediging niet voldoende, want in 1645 heroverde Frederik Hendrik, zij het na zes vergeefse aanvallen, de stad na een beleg van een maand. Hulst werd definitief bij Noord-Nederland gevoegd. De handel op de Schelde werd verboden en er braken donkere tijden aan.
Toch bleven de belegeringen doorgaan. In 1702 is Hulst het decor van de Spaanse Successieoorlog en in 1747 van de Oostenrijkse Successieoorlog. Ondertussen verzandde

‘Dobbele’ land- en waterpoort
de verbinding tussen Hulst en de Westerschelde en Hulst verloor in
1795 definitief zijn (ver-)binding met de zee.
Momenteel is Hulst weer een bloeiend stadje. Vooral de lokale middenstand is zeer actief. Hulst is een koopstad geworden en lonkt ook naar de vele Wazenaars en Antwerpenaars, die er probleemloos in Belgische franken betalen. De winkels zijn hier op zondag open en dat betekent dat de Gentsestraat, de Steenstraat, de Vismarkt en de Bierkaaistraat steeds zwart zien van het volk.