Een korte stadswandeling starten we het best op het stemmige marktplein. Het 16de-eeuwse stadhuis werd in 1844 helemaal verbouwd. Aan de buitenzijde vallen de wapenschilden van Vlaanderen en van Hulst op, beide gesierd met de Vlaamse Leeuw. We zoeken het VVV-kantoor (tijdelijk Houtmarkt 6A, vanaf oktober 1993 in de nieuwe stadsgebouwen). Je vindt er informatie over de stadswallen, de monumenten en de geschiedenis van Hulst en over Saeftinghe. Wandelaars vergeten vooral niet de brochures Wandelen in de WMZ-bossen te Clinge en Het zandgelaag op de kauter (Nieuw-Namen) te vragen en ‘autowandelaars’ de Fortenroute.
Links achter de stadsgebouwen zien we het oude refugium van de abdij van Boudelo, met in de hoek van het hoofdgebouw en de zijvleugel een achtkantige traptoren. Vanaf de 13de eeuw werd dit gebouw door de monniken gebruikt als een veilige verblijfplaats binnen de stad. Ook vele vorsten verkozen hier te verblijven: Lodewijk van Male, Philips de Schone, Karel V en Philips II.
We steken de Grote Markt over en we hopen dat de basi-
liek open is. Want, naast de oude 13de-eeuwse sporen, vinden we er 16de- en 17de-eeuwse grafzerken en een interessant Frans-Vlaams orgel (17de eeuw).
Verder in de bijzonder fraaie Steenstraat, waar elk huis een aparte geschiedenis verbergt. Drie huizen vragen hier speciale aandacht. Het eerste is nr. 14, de oude refuge van Cambron, versierd met metselaarstekens. In nr. 28 was ooit een Gravensteen, een gevangenis van de vertegenwoordiger van de Vlaamse graaf, gevestigd. Nadien werd het huis bewoond door bankiers en geldwisselaars en daarna werd het gekocht door de cisterciënzers van Ten (Ter) Duinen in Koksijde. Na de vernietiging van hun uithof in Zande (het huidige Kloosterzande) in 1547 zochten de monniken hun toevlucht in dit veilige refugium. Momenteel is in dit gebouw het streekmuseum De Vier Ambachten gevestigd met in de tuin een klein maar boeiend vlasmuseum in een zwingelstal. Verder vindt men er typische streekwetenswaardigheden met betrekking tot de ontwikkeling van De Vier Ambachten, de forten, oude ambachten en molens. Op de benedenverdieping worden de Hulster en Axeler klederdrachten uitgestald. Ga niet buiten vooraleer je de 19de-eeuwse ‘kinderkakstoel’ gevonden hebt en zonder dat je de twee kasten met Reynaertmateriaal hebt bekeken. De moedigen krijgen de raad de achtenvijftig treden van het ranke 15de-eeuwse torentje te bestijgen, om dan door de kleine venstertjes een mooi panorama te zien van de stad en zijn polderlijke omgeving. Het museum is geopend in de periode mei-augustus, van maandag tot en met zaterdag van 14-17 uur. In de zomermaanden kan je er ook op zondag binnen. Tegenover het refugium van Ten Duinen vraagt ook 's Landshuys (nr. 37) onze aandacht: gebouwd in het midden van de 17de eeuw als zetel van het Hulster-Ambacht.
We vervolgen onze wandeling langs de oude Vismarkt en de Overdamstraat tot aan de stadswallen, een door het Spaans bestuur aangelegd verdedigingswerk met slechts drie doorgangen: de Gentse Poort, de Graauwse of Bagijnepoort en de Dobbele poort.
We bevinden ons nu aan de Dobbele Poort, een dubbele land- en waterpoort die diende als waterverbinding tussen Hulst en de Honte én als poort voor de landwegen uit het Axeler- en het Hulster-Ambacht. Dit is duidelijk te zien als we rond de poort wandelen. We kunnen nog zien dat deze poort werd afgesloten door ophaalbruggen. Ze werd in 1506 op bijzonder vernuftige wijze gebouwd door Dominicus de Waghemakere en ze moest dienen als sluitstuk van de volledige verdedigingsgordel. Bovendien was de scheepvaart binnen de muren mogelijk én kon het landver-
keer langs twee kanten door de poort. In 1596 werd de poort echter vernietigd en vervolgens bij de bouw van een nieuw verdedigingswerk, een aarden wal, volledig bedekt. De vernieling was zo groot dat men niet meer de moeite nam om het bouwwerk te herstellen. Pas in 1957 kwam deze Dobbele Poort weer aan de oppervlakte.