terug  begin  verderprepost
[p. 47]

Reynaert, Reynaert, Reynaert

Sinds in 1928 te Hulst een Oudheidkundige Kring werd opgericht, wordt de relatie van Hulst met het Reynaertverhaal er druk besproken en bestudeerd. Vanaf 1937-38 werpt Hulst zich op als Reynaertstad. Een van de grote bezielers was Dr. J.J. Gielen, bestuurder van de handelsschool te Hulst. Steunend op uitlatingen van pater Stracke en andere onderzoekers werden Reynaertinitiatieven genomen en een Reinaertkomitee opgericht. In 1937 werd een toneelvoorstelling van J.A. Everaard en L. Lockefeer opgevoerd. Dit resulteerde op 12 september 1938 in de onthulling van een Reynaertstandbeeld van de Antwerpse Nederlander Anton Damen. Het werd in aanwezigheid van de Reynaerdisten Leonard Willems, Stijn Streuvels en van professor De Vooys, de zoon van professor J.W. Muller en Emmanuel de Bom plechtig ingehuldigd. Nadien werden in Hulst heel wat Reynaertstudies ondernomen, academische zittingen gehouden, Reynaertboeken voorgesteld en manifestaties ingericht. Vooral na het speurwerk van Dr. Maurits Gysseling kreeg Hulst een centrale rol in de Reynaertgeografie toegewezen.

De band tussen de inwoners van de stad en het vosseverhaal uitte zich in de naamgeving van horecazaken (naast de reeds vermelde ook het Reynaertshof), verenigingen (ralleyclub De vosserijders, jeugdcircus Reinardi, majorettenpeloton De Vossen, de karnavalsstichtingen De Kriekeputters en De Vossen en een Reynaertstichting), openbare gebouwen (Reynaert-school en gemeenschapscentrum Malpertuus) en straatnamen (zie Nieuw-Namen (p. 57) en Clinge, waar men naast de Malpertuuslaan ook een kinderboerderij De Cantecleerhoeve aantreft), en verder in een aantal toneeluitvoeringen, de Hulsterse Reynaert-Ommeganck en een wagenspel (1992). In de jaren vijftig en zestig trok regelmatig een Reynaertstoet door de straten van dit Zeeuws-Vlaamse stadje. In deze stoeten werden taferelen uit het verhaal uitgebeeld. Na een lange onderbreking werd de Ommeganck in 1980 en 1984 weer georganiseerd. Bij de opening van de oude Reynaertroute waren er te Hulst grootse Reynaertfeesten en spraken D.A. Stracke en W. Gs Hellinga de vossejagers toe, waarna een opvoering volgde van de bewerking van Paul de Mont. Een aantal Hulstenaren verenigde zich in het Reinaertkomitee onder leiding van J.H. Stolte. Sinds enkele jaren wordt eind augustus ook het Hulsterse Reynaertjazzfestival gehouden.

Hulst verdient het predikaat ‘Reynaert-’ vanwege de vermelding van Hulsterlo (nu Nieuw-Namen) en Absdale in het Reynaertverhaal. Deze beide plaatsen liggen wel een

[p. 48]

eindje van het eigenlijke centrum. Sinds de fusie van gemeenten in 1970 behoren deze beide plaatsjes echter tot Groot-Hulst. Een aantal wetenschappers meende ook te mogen stellen dat ‘Willam die Madocke makede’ een Hulstenaar was. Hij zou alleszins zijn jeugd te Hulst hebben doorgebracht. Nadien zou hij in een Gentse abdij opgeleid zijn tot scribent (schrijver). Gysseling meent in de Reynaerthandschriften typisch Hulsterse spellingseigenaardigheden te ontdekken. De hachelijke avonturen die Bruun de beer en Tibeert de kater bij de indaging van Reynaert beleven, spelen zich in zijn zienswijze in of nabij Hulst af. De Hulstenaren zijn er heilig van overtuigd dat dit de waarheid is en niets dan de waarheid. De Zeeuwse Courant verwoordde het op 31 mei 1955 als volgt: ‘Hulst maakte zich onmiskenbaar tot de “Reinaertstad”.’

prepostterug  begin  verder