terug  begin  verderprepost

Naar Absdale met Lamfreit of Hughelijn ‘metten crommen beene’

We verlaten de stad langs het Reynaertmonument aan de Gentse Poort. We rijden de Stationsweg in en volgen bij de eerste splitsing aan het Reynaertshof rechts de wegwijzers Sas van Gent (Absdaalseweg). Bij de verkeerslichten steken we het kruispunt over (richting Axel-Sas van Gent). We kunnen hier, afhankelijk van de drukte, kiezen: ofwel nemen we de grote weg rechtdoor ofwel nemen we de parallelweg en slaan, over het kruispunt onmiddellijk na de vluchtheuvel linksaf en dan weer rechts. De fietsers nemen best de tweede weg. We laten Hulst achter ons en volgen de rechte baan door een oud polderland tot in het kleine gehucht Absdale. Links achter ons bemerken we de kerktoren van Sint-Jansteen, links voor ons het kerkje van Heikant. Na een tweetal kilometer, bij het eerste gehucht linksaf, naar het piepkleine Absdale (Tolweg).

Absdale wordt in Van den vos Reynaerde met naam en toenaam genoemd in de scène waarin Bruun de beer te grazen wordt genomen door de dorpelingen. Reynaert had Bruun honing beloofd en door een meesterlijke list had hij de beer gevangen in een opengespleten eik. Bruun zocht honing maar moest in plaats daarvan vele slagen incasseren... Heel de boerengemeenschap klopt en slaat om het hardst:

[p. 49]


illustratie

 
Ludolf met de kromme vingren
 
Gaf de leus bij steek en worp:
 
('t Was de deftigste van 't dorp,
 
Zo er Lamfried niet mocht zijn.)
 
Kromgebeende Hughelijn
 
Was zijn vader, half een Waal,
 
Die geboren was t'Absdaal,
 
En zijn moeder hiet Ogeernen,
 
Fabrikante in houtlanteernen.

Een van de dorpers is dus afkomstig van Absdale - of het nu Lamfreit of Hughelijn was, is in de Middelnederlandse tekst niet uit te maken. We geven hier de voorkeur aan Hughelijn (net zoals J.F. Willems in zijn hertaling van 1834, hier geciteerd naar de Ooievaarreeks). De Reynaert-dichter lacht zich dan wel een kriek bij de gedachte dat die met de kromme benen de zoon is van die met de kromme vingers. De familieverwantschap zou hier dan uitgedrukt worden door een spottende fysieke vergelijking. In elk geval komt ook Absdale niet groots uit deze scène. Zoals in een hoofs gevecht uit de ridderroman, wordt hier (parodiërend) de afstamming van ‘ridder’ Ludolf besproken. De hele passage is een groteske beschrijving van de door Willem verfoeide dorpelingen.

Naar het waarom van Absdale moeten we raden. Het was alleszins een kleine, landelijke plaats met hoogstens enkele huizen. In de 13de eeuw was het eigendom van de abdij van Cambron (Henegouwen). Alleen de Absdalepolder lijkt geschiedenis te hebben gemaakt door de voortdurende indijkingen en overstromingen.

In het centrum aan de linkerzijde zien we een ommuurde hoeve, met een beetje verbeelding het geboortehuis van

[p. 50]



illustratie

Hughelijn. We slaan de eerste weg links in: de Oud Ferdinandusdijk (of woonde Hughelijn hier?). We houden de rechterkant van de dijk in een oud polderlandschap met vrij veel begroeiing. Na een tijdje duikt voor ons de poldergrens op en we rijden naar de boomgrens en het kerkje van Heikant toe. Na een kleine weel (wiel of waal), een residu van een vroegere dijkdoorbraak aan de rechterzijde, aan de

[p. 51]

driesprong de hoofdstraat (lichtjes naar rechts buigend) volgen: de Nieuwe Ellestraat. Naast ons het kleine kerkje van Heikant met zijn opvallende schuurstructuur (eigenaardige vorm zonder pilaren). We laten het vlasdorp Heikant rechts liggen. Op het eind draaien we linksaf op de met eiken (uit het zaad van Lamfreits eik ontsproten?) afgezoomde Vylainlaan en we volgen deze weg tot in het

[p. 52]



illustratie
Weel nabij Heikant

centrum van Sint-Jansteen, het oude Inghelosenberghe (de naam leeft nu nog voort in de plaatselijke dorpsschool, links: Wilhelminastraat 48). Langs de rechterkant ligt het uitgestrekte wandeldomein van het waterwingebied Pompstation Sint-Jansteen.

prepostterug  begin  verder