Bij het binnenrijden van Nieuw-Namen zien we links een eerste Reynaertbank (Hulsterloostraat) met een kleurig Reynaerttafereeltje. De tekst erop luidt:
De voormelde groene streep ligt hier voor ons in mootjes gehakt. Wie goed kijkt vindt op het straatoppervlak duidelijk te volgen gezandstraalde sporen, die zich in een bocht naar de Reynaertbank krommen.
Nabij dit Hulsterlo lag Kriekeputte, de plaats waar Reynaert de schat van koning Ermenrik had verstopt. In het kleine dorp ontlenen vele straten en pleinen hun naam aan het Reynaertverhaal (Arnoutstraat, Cantecleerplein, Cuwaertstraat, Hermelijnstraat, Nobelplein, Nobelstraat, Reijnaertstraat, Tybaertstraat, Vosstraat en Willemstraat). Wie er een kleine verkenning voor over heeft en enkele zijstraatjes inrijdt, vindt ze vast allemaal en ook het aardige mollebeeldje op het Nobelplein, dat refereert aan de spotnaam van de Nieuw-Namenaars. Op menige plaats heeft een inwoner van dit Reynaertdorp aan zijn huis of inrijpoort een verwijzing naar het Reynaertverhaal aangebracht. Ook de lokale radio heette hier Radio Reijnaert, maar zendt nu uit in De Klinge.
Te Nieuw-Namen lag vroeger de priorij van Hulsterlo. We vinden de eerste verwijzing naar dit oord al in een schenkingsbrief van Iwein van Aalst uit 1136. Hij schonk toen de gronden in de buurt aan de abdij van Saleghem. De norbertijnen begonnen er een kleine stichting, maar vlug groeide het oord uit tot een voorname bedevaartplaats. Het oude klooster stond op de huidige Kapelleberg (nabij de Tybaertstraat en de Grensstraat). Toch mogen we ons het klooster niet te groots voorstellen. Wellicht bleef het beperkt tot een kapel, stallen en de behuizing voor reizende monniken. In de middeleeuwen was Hulsterlo een strafbedevaartplaats. Heel wat Vlaamse steden stuurden veroordeelden naar deze plek om er kwijtschelding van straf te verkrijgen.
Hulsterlo werd vooral bekend door een legende met een
miraculeus Mariabeeldje, dat thans bewaard wordt in de parochiekerk van Drongen, terwijl men er een kopie van kan bespeuren in het piepkleine kapelletje aan de Veerstraat.
De plaats werd verlaten na grote overstromingen in 1578 en in 1580, toen de dijken werden doorgestoken tijdens de oorlog met de Spanjaarden. De Gentse hervormers namen de plaats in. De meeste inwoners, ook de norbertijnen, verlieten Hulsterlo, dat temidden van de overstroomde gebieden lag.
Pas veel later ontstond een nederzetting van landarbeiders en vissers. Van 1815 tot 1970 maakte het dorp deel uit van Clinge, waarna het bij Hulst kwam. In 1881 werd op verzoek van de inwoners de naam van de nederzetting, Kouter, veranderd in Nieuw-Namen, zoals ook de plek vanaf 1859 heette. De naam werd naar analogie met het vroeger verdronken Namen gegeven. Thans heeft dit dorp ongeveer duizend inwoners.
Geologen en bewonderaars van fossielen diepen hier de folder Het
zandgelaag op de kauter op en maken de kleine wandeling die in de
brochure staat. In dit gehucht komt een grondlaag van 2.500.000 jaar oud aan de
oppervlakte (Boven-Plioceen), uniek in Nederland. We lopen hier op een vroegere
zeebodem. Wat ooit dieper lag dan het omringende land, is in de loop der tijden
door de werking van het water en later door inklinking van de klei eromheen als
het ware een heuvel in het landschap geworden. Die heuvel werd voortdurend
uitgegraven, waardoor men de inwoners de naam van Koutermollen gaf. De groeven
werden in de 19de eeuw bestudeerd, maar nadien verwaarloosd en met afval
gedempt. In 1955 kon het Nederlandse Staatsbosbeheer een stukje Kouter
verwerven. In 1983 werd de groevewand tot op grondwaterniveau blootgelegd en
werd de oude profielkuil hersteld. Wie de groeve wil bekijken, vertrekt aan de
achterkant van het kerkhof aan een smal bospaadje. Wie het reservaat wil
betreden, heeft

wel de toestemming en de begeleiding nodig van de conservator, R. Bleijenberg, Kerkpad 15 te Nieuw-Namen.
De Kouter is het oudste landschap van Zeeuws-Vlaanderen. Een landschap van enkele miljoenen jaren jonger ligt als bij toeval op een boogscheut ervandaan, het Verdronken Land van Saeftinghe. Wie nog even van het weidse polderland wil genieten, geven we de raad om de Veerstraat in te rijden en een bezoek te brengen aan Emmahaven en het Verdronken Land van Saeftinghe. Daar lagen ooit dorpen en een sterke vesting. Nu lijkt het of de schepping hier nog niet begonnen is. Of heeft ze hier, in deze stilte, haar uiterste perfectie bereikt? In deze streek liggen nog enkele visrijke kreken (Vlaamsche Kreek, Zestigvoetkreek, Graauwsche Kreek).