terug  begin  verderprepost

Ende quam in Waes, int soete lant

Terug in Nieuw-Namen rijden we voorbij de kerk rechtdoor en steken dan rechts de grens over (Kieldrecht-

illustratie
Kieldrechtse Kriekeput

[p. 61]

Antwerpen volgen). Hier links de Kouter(straat) in:

 
Ende quam in Waes, int soete lant. (A 2257)

We rijden nu het Waasland binnen. Het zoete land dat we in al zijn schoonheid vlug zullen ontdekken en waarvan Wouter Vloebergh ooit schreef dat het ‘een tuin van tederheid en tumult’ is, zoet en zout, een streek van grote contrasten, van grootindustrie en stille geschiedenis. Deze ‘tuin van Vlaanderen’ voert de raap in het schild. Even iets over het toeristische Waasland. Een typische Wase manifestatie is telkenjare het Ambachtelijk Weekend, dat georganiseerd wordt door de VVV van het Land van Waas. Eind augustus, meestal tijdens het laatste weekend, stellen een aantal ambachtslui en kunstenaars hun atelier open voor het publiek. Fietsers en automobilisten stippelen zelf een route uit langsheen de ateliers (vlasbewerking in Stekene, garnaalpellen in Kieldrecht, mosterdbereiding in Haasdonk...), en verder treft men kantklossters, mandenvlechters, hoefsmeden, jeneverstokers, boekbinders, imkers, terwijl ook de molenaar, de klompenmaker en de schaapherder op post zijn. Men kan ook een van de uitgestippelde tochten volgen, het Klaaskenspad (stadswandeling in Sint-Niklaas), de Trappersroute (fietsroute), de Aardbeienroute, de Klompenroute, de Schelderoute, de Vlasroute en de Durmeroute. Wie van de streek niet genoeg kan krijgen, kan op de VVV te Sint-Niklaas van deze routes beschrijvingen vinden. Tijdens dit weekend worden ook de diverse streekgerechten aangeboden: Lokerse paardeworst, Beverse puitebilletjes, raapjes gevuld met gehakt, allerhande palingbereidingen. De streekbieren (Cuvée de

illustratie

[p. 62]

Briqville uit Steendorp, Dobbelken uit Lokeren, de Eksaardse Blauwbuik, Sinaaise Bok, Sublim uit Temse en Kerel uit Tielrode) en streekzoetigheden (Reynaertgebak, Boudelogebak in Kemzeke en Stekene en de lokale vlaaien en ‘pompkoek’) zijn dan op hun best. Meer lekkers vinden we beschreven in De Wase keuken. Vroeger en nu van André Vanderveken (Sint-Niklaas, VVV Land van Waas, 1989). Laten we echter onze tocht voortzetten en het Waasland binnenrijden. De ‘entree’ is weinig esthetisch. Het gevoel bekruipt ons dat we hier een gebied betreden dat in de greep zit van de industrie en de atoomkracht. We merken rechts het bordje dat ons naar het sportcentrum Kriekeputte wil voeren, maar we bedanken voor de uitnodiging. We blijven de weg volgen (tenzij je even een uitstapje wil maken en van de Schelde wil ‘genieten’ in de buurt van Doel) en draaien rechts mee, richting ‘Centrum’. Tot aan de kerk, waar we, tegen de wijzers van het uurwerk in, ronddraaien.

 
Heet bloed van Kieldrecht, van Spaanse sinjeuren,
 
met meiden als rozen, op jacht naar een zoen:
 
hun schaapkens op 't droge, hun vis om te leuren,
 
en heimwee naar zee, niet te koop voor een miljoen.
 
(H. Heyse)

prepostterug  begin  verder