terug  begin  verderprepost

Garnaalvissers

Kieldrecht, een typisch straatdorp, ontstond ook op de zandrug Klinge-Kieldrecht. Het grootste deel van het grondgebied werd systematisch op het water veroverd (de Sint-Annapolder in 1649, de Kieldrechtpolder in 1653, de Arenbergpolder in 1653 en de Prosperpolder in 1857). Vooral de adellijke families van Arenberg en de Merode hebben hier een belangrijke rol gespeeld. In de 13de eeuw lag het dorp meer oostwaarts, richting Doel en Kallo. Na de stormvloed van 1334 vestigden de inwoners zich op de huidige plaats. De haven moet vroeger aan de Kouter gelegen hebben. De Kieldrechtse haven werd via de Geul van Kieldrecht met Saeftinghe verbonden. Kieldrecht is steeds een vissersdorp geweest. In 1910 telde de vissersvloot tachtig vaartuigen. Samen met hun buren werden de Kieldrechtenaren vroeger wel eens de Koutermollen genoemd. Vanop een afstand gezien, vertoont de plaats waar Kieldrecht ligt - een zandophoping in de polder - inderdaad gelijkenis met een molshoop. De kouter-vissers leefden er als mollen in de dijk. Tot voor de Tweede Wereldoorlog was Kieldrecht een bekend centrum van de garnaalvangst. De ‘gernaart’ werd dan per fiets of hondekar doorheen heel

[p. 63]

Vlaanderen aan de man gebracht en verkocht (garnaalleuren) per ‘kappertje’ (een kwartliter). Nu is alleen nog de folklore aanwezig in het pellen van de garnaal. De garnalen worden hier tegenwoordig machinaal gepeld.

 
Gernaart, gernaart,
 
kleine biestjes mee ne langen baard.
 
Ze leven nog, ze beven nog,
 
ze roeren ulder steirtjen nog. (leurdersroep)

In het dorpscentrum staat de neogotische Sint-Michielskerk. Tot 1859 was Kieldrecht verbonden met Nieuw-Namen, en ook nu lijkt de landsgrens van weinig invloed op deze Siamese tweeling. Sinds 1977 behoort het dorp tot het grondgebied van Groot-Beveren, een gemeente die dank zij de belastinginkomsten van de kerncentrale en andere bedrijven op de Linkeroever in de volksmond nu reeds het ‘Wase belastingparadijs’ wordt genoemd.

Eens voorbij de kerk, richting Antwerpen, nemen we de ‘Kreek’ op de dijk. De aanwezigheid van de grootstad en zijn haven is merkbaar aan de linkerzijde van de weg. In de gouden jaren zestig werd luidop gedroomd van een wereldhaven op de Linkeroever en het Waasland werd in ruil 20.000 jobs beloofd. De haven kwam er, de jobs niet allemaal (eind 1979 waren het er nog geen 5.000; zie Vloebergh. Waas en waarachtig, 1986). Rechts ontdekken we de mooie Grote Geule. Het landschap veranderde in de voorbije eeuwen meermaals en werd verjongd door inpolderingen, dijkdoorbraken en overstromingen. De Grote Geule ontstond in zijn huidige vorm na een overstroming in 1846. Momenteel is het een beschermd natuurgebied waar botanisten, ornitologen en andere natuurliefhebbers het voor het zeggen hebben. Wie even tijd heeft, moet hier in het weidse polderland de benen strekken.

Het was met de Grote Geule, dat de grote Reynaerttoponymist Isidoor Teirlinck, auteur van de Toponymie van den Reinaert (Gent, 1910-12), meende het Kriekeputte uit de Reynaert te hebben gevonden.

prepostterug  begin  verder