terug  begin  verderprepost

Kreken en vissers in 't groen

We volgen de Turfbankenstraat en belanden na een elegante bocht in de Lange Meersstraat, nogmaals een naam die verwijst naar water en drassige bodem. De bocht die we daarnet namen, is nog een herinnering aan een vroegere dijkdoorbraak. Bij zo een doorbraak ontstond door uitspoeling een diepe put, een weel of wiel. Bij herstelling van de dijk werd die rond de weel geleid. Een aandachtige Reynaertzoeker zal er nog ontmoeten. Links, aan de voet van de dijk die de Turfbanken afsluit, ligt de Pannekeet, een herinnering aan het zoutzieden. Aan het eind van de Lange Meersstraat klimmen we de dijk op. Voor ons, links, ligt het Sint-Jacobsgat, een kreek van 2,5 ha die samen met de Grote Geule (5 ha), rechts, geklasseerd natuurgebied is. Deze kreken staan in verbinding met elkaar en ook met de Geule te Kieldrecht. Het zijn de resten van een waterloop die door herhaalde overstromingen is uitgeschuurd, nadat reeds grote delen van dit gebied waren bedijkt. De huidige vorm dateert van 1846. We rijden scherp rechts en volgen de Krekeldijk, de scheiding tussen de Turfbanken en het krekengebied. Met zijn rietkragen vraagt het niet veel moeite om je de vroegere woestheid en onherbergzaam-

[p. 67]

heid van de streek voor de geest te brengen. Is deze Krekeldijk, die kronkelend omheen de Panneweel loopt, een oude verwijzing naar de Krekelput of Kriekeput uit het Reynaertverhaal? Het is in ieder geval een zeer oude plaatsnaam. In 1590 stond er een fort, opgeworpen ter verdediging van het Parmakanaal dat hier links doorheen de kreken liep. Het fort Crekeldijck ontleende zijn naam ongetwijfeld aan de toen reeds eeuwenoude Krekeldijk. Deze dijk loopt omheen de Grote Geule en wordt daar de Groenendijkstraat. Wellicht zijn al die vissershutjes langsheen de waterkant niet het mooiste wat hier te zien is, maar het palet van al de groentinten geeft ze een eigen charme, die het uitzicht zeker niet verarmt. Op de kop van de kreek rijden we over een sluisje. Hier stond in 1634 nog de Zoutkeet. In de bocht voor je ligt het Rode Moer en links de Eeckberg. Bij winterweer ziet men van hier de kerktorens van Vrasene, Sint-Gillis, Stekene, het Kalf, De Klinge, Hulst en Verrebroek.

 
Ik zocht de zeven berken die de vos
 
toen hij de doodskou van zijn ribben keerde
 
destijds aan koning Nobel signaleerde,
 
de Kriekepit in het verwilderde bos.
 
 
 
De poel ligt loodzwaar in een schrijn van riet
 
en wolken groen ontzaglijk neergezonken,
 
verlevendigd door weerlichten en vonken
 
wanneer een glimp van zon te voorschijn schiet.
 
(A. van Wilderode)

prepostterug  begin  verder