We zijn nu in Kemzeke. Samen met Stekene en Klein-Sinaai vormt het de fusiegemeente Stekene. Na Waasmunster is Kemzeke blijkbaar de oudste Wase parochie. In 1117 werd de kerk losgekoppeld van Waasmunster. De parochie bestond uit vier delen: de ‘villa’ Kemzeke en de ‘villula's’ Klapdorp, Lijkveld en Voorhout. De ‘villa’, het dorp, zou zijn naam geven aan de zelfstandige parochie. Fantastische afleidingen hebben de naam in verband gebracht met de ‘kemel’ uit het Kemzeekse wapenschild of met de vorm van de gemeente. Dr. M. Gysseling meent, en wij met hem, dat Kemzeke of Kemeseca, zoals men in 1117 schreef, afgeleid is van ‘Camasiacum’: wat toebehoort aan Camasius of Camisius. Camisius, een Gallo-Romeinse Kelt, zou zijn villa gehad hebben in de buurt van de huidige kerk van Kemzeke. Het deel dat we nu berijden is de villula Klapdorp. Dit Klapdorp valt in grote lijnen samen met het beschermd gebied van de Stropers, een natuurpark van ongeveer 400 ha. Oorspronkelijk een moerassig bosgebied, werd het gedurende de middeleeuwen praktisch volledig gerooid. De laatste loofbomen vielen op het einde van de 16de eeuw bij het beleg van Antwerpen. Einde 18de eeuw kwam de herbebossing op gang, spijtig genoeg met overwegend naaldbomen. Dit natuurgebied is als het ware het laatste restant van het Koningswoud, het Woud zonder Genade, dat het noorden van zandig Vlaanderen bedekte.
Het was ooit het privé-jachtgebied van de graven van Vlaanderen die hier, als toezichters op hun eigendommen, de heren van Voorhout installeerden. De ‘forestiers’ van Voorhout hadden in dit Klapdorp een eigen leen. Een aantal toponiemen verwijst nog naar de heerlijkheid van Voorhout. Ter hoogte van camping Voorhout zitten de ruïnes van het 13de-eeuwse kasteel van Voorhout nog onder de grond en in de Burchtakker ligt nog steeds de mote (burgheuvel) van de Alvinusberg als residu van de oorspronkelijke vestiging van de ‘forestiers’.
Ondertussen hebben we de grenspost bereikt. Hier staat een merkwaardige grenspaal. We slaan linksaf. Dit deel van de weg heet de Stropersstraat. Wie een wandeling wil maken in dit gebied - wat we ten zeerste aanbevelen - kan best vertrekken aan de derde Reynaertbank op onze tocht. Ze bevindt zich aan de linkerkant van de weg enkele honderden meter voorbij de grens.
De wandeling ‘de Stropersroute’ is aangeduid met een groene S op bruine palen. Op het gemeentehuis te Stekene zijn de beschrijvingen te verkrijgen van een zevental wandel- en fietsroutes, waaronder de Stropersroute.
Eigenaardig genoeg, ontleent het natuurgebied zijn naam niet aan stropers, die men hier zeker kan verwachten, maar aan de familie Stroopers of De Strooper die in de 17de en 18de eeuw eigendommen had liggen in dit gebied. Waarom de bank hier werd geïnstalleerd, vergt enige verklaring. In handschrift F van Van den vos Reynaerde, ook genoemd het Dyckse handschrift, komt een tamelijk duistere passage voor. Wanneer in dit handschrift gesproken wordt over Kriekeputte schrijft de kopiist het volgende:
Het is duidelijk dat de middeleeuwse afschrijver hier bij zijn werk de pedalen is kwijtgeraakt en een aantal dingen heeft geschreven dat met het origineel nog weinig te maken had. Toch kan men niet ontkennen wat er staat. Een aantal vossejagers heeft gemeend ‘een tromp boem’ als echt te moeten aanvaarden en heeft er dan ook een verklaring voor gezocht. Onder hen bevond zich Willem Melis, een fervente heemkundige en fanatieke Kemzekenaar. Ook broeder Aloïs was te vinden voor de volgende
verklaring. De wijk die gelegen is tussen dit punt en de expresweg heet reeds eeuwen de ‘Trompe’, een naam die hij ontleent aan het huis of herberg De Trompe. Deze ‘Trompe’ was een 500 m verder gelegen aan de vaart Stekene-Hulst, bij de Voorthoekstraat. De associatie was vlug gemaakt. Op de rugleuning van de bank prijkt trots:
Si non e vero, e bene trovato. In de context van de andere Reynaertsporen in de buurt moet men zich toch vragen blijven stellen over deze toevallige ‘Trompe’.