Wij rijden dwars door het fort en draaien scherp de eerste straat rechts in, de Sint-Jansteenstraat; zoals de naam zegt, loopt ze naar Sint-Jansteen, of beter, liep ze erheen. Rechts bemerk je nog resten van de grachten en de wallen van het fort. In de haakse bocht staat het Vossenhol, het heem van volkskunstgroep Reintje Vos. Reintje Vos volksdanst en zwaait het vendel maar houdt zich evenzeer bezig met het in stand houden van oude ambachten. Men kan er terecht voor een cursus mandenvlechten, bezembinden, boekbinden, pottendraaien, glasslijpen, volksmuziek... Wie daarnet de wandeling liet voorbijgaan, kan van hieruit een even schitterende voettocht maken. De auto laat je achter bij gastheer Reintje Vos. Langs de zandweg, de echte Sint-Jansteenstraat, beland je op Nederlandse bodem in het waterwingebied van de Watermaatschappij Zuid-West-Nederland. Dit gebied is bewandelbaar tussen zonsopgang en zonsondergang. Ook in de winter is deze wandeling niet te versmaden (beschrijving, zie VVV-kantoor te Hulst).
Aan het Vossenhol wordt de Sint-Jansteenstraat Breedstraat. Ze brengt ons naar de Hellestraat. Let op: bij het gevaarlijke kruispunt linksaf. De polder van Absdale ligt hier (rechts) op een steenworp afstand. De Hellestraat is een afzonderlijke Stekense parochie. Het bescheiden kerkje aan onze linkerkant is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand. Uiterlijk niets bijzonders. Binnen een complete verrassing. Louis van Overloop, kunstenaar en vroegere pastoor in de Hellestraat, decoreerde het kerkje met 1500 figuurtjes, zoveel als er parochianen zijn. In halfverheven boetseerwerk in papier-maché heeft hij de bijbel zichtbaar gemaakt. Hij werd hierin bijgestaan door kinderen. Het kleurrijke en zeer expressieve karakter van zijn kunst bezorgde zijn kerkje de naam van Bijbelkerk. Duw gerust de deur eens open (of bel bij de pastoor!).
De Hellestraat is een zeer lange straat, die ook op Nederlandse bodem haar naam behoudt, zij het evenwel zonder ‘h’. We belanden aan de expresweg, die we oversteken. Even verder links en we rijden in een van de oudste straten van Stekene: de Kiekenhaag. Ze loopt langsheen de vallei der Stekense Gavers en biedt meer dan één romantisch zicht. De naam is onmiddellijk in verband te brengen met Reynaert. Ze kronkelt op het hoogste punt van het landschap. We kijken zorgvuldig of we Canteclaers nazaten
nergens bespeuren. De straat kruist de reeds genoemde Stekense (Hulsterse, Gentse) Vaart. Langs hier geschiedde de bevoorrading bij het beleg van Antwerpen in 1585. Even over de vaart staat de oude afspanning ‘de Bijle’ (tweede helft 18de eeuw). Het huis is beter bekend onder de naam ‘de Cramme’. De eigenaar is reeds jaren bezig aan de restauratie. Op de hoek van de Kiekenhaag en de Ketelaarsgrasstraat staat nu een moderne woning. Van 1634 tot 1637 woonde hier Jan van Steene, een mannelijke heks, die op de markt van Stekene werd verbrand in januari van het jaar 1637. Hij werd ervan beschuldigd mensen en vee te hebben betoverd. Een van zijn slachtoffers, Mathijs Borm, stierf na een kuur van Jan. Hij vierde sabbat met vooraanstaande Stekense vrouwen op Vierbergen in de Wildernis te Stekene. Voor al die misdaden werd hij te Rupelmonde veroordeeld en te Stekene geëxecuteerd. Zijn as werd uitgestrooid op het Galgenveld dat tot de eeuwwisseling nog Hansken van Steenekerkhof werd genoemd. In 1981 werd op de markt te Stekene een massaspel opgevoerd dat de geschiedenis van Jan van Steene uitbeeldde.
We blijven de Kiekenhaag volgen. Langsheen dit pad kan ook Reynaert gekomen zijn
toen hij zich naar de hofdag van de koning begaf. Waar de Kiekenhaag de
Hulsterstraat aansnijdt, sla je rechtsaf. Toch loont een stop hier de moeite.
Loop 150 m de Hulsterstraat (de oude weg naar Hulst) links in. Aan je
rechterzijde ligt de Burchtakker en in die Burchtakker, herkenbaar als een
kleine heuvel met bomen begroeid, ligt de Alvinusberg. Het is de oude mote van
de primitieve burcht waaraan het akkercomplex zijn naam ontleent. Hier stond de
versterking van de heren van Voorhout, ‘foresriers’ van de
graaf van Vlaanderen. Het moet een versterkte hoeve geweest zijn (Normandische
type). In 1187 ondertekende graaf Filips van de Elzas hier nog een

oorkonde ten gunste van de kerk van Kemzeke. Rond 1200 moet de burcht reeds vervallen zijn. Men begon toen de bouw van een stenen burcht, 800 m meer noordwaarts, ter hoogte van camping Voorhout. In 1248 schonk Margaretha van Constantinopel, gravin van Vlaanderen, in het bijzijn van haar zoon Willem, deze mote met wallen en singels aan de abdij van Boudelo als landbouwgrond. Heeft ‘Willam die Madocke makede’ deze mote, deze resten van de burcht, gezien als dingplaats van het proces tegen Reynaert? Vertrokken hier de boden van de koning om Reynaert te gaan dagen in de abdij van Boudelo, waaraan Willem verbonden was?