terug  begin  verderprepost

Een toren met een heksenhoed

De blikvanger op de Markt is uiteraard de zeer gave H. Kruiskerk in Scheldegotiek, met de kloeke vieringtoren onder een ‘heksenhoed’. De eerste tekenen van de kerk dateren van rond 1200. Ze moet toegewijd geweest zijn aan Alle Heiligen, zoals de archieven ons vertellen. Ze werd verschillende malen vergroot en verbouwd. Een eerste keer rond 1250, waarbij ze waarschijnlijk van naam veranderde en H. Kruiskerk werd, en een laatste keer in 1897-98 onder leiding van Julius Goethals uit Aalst, waarbij de storende classicistische verminkingen werden weggewerkt, zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde. De rijkdom van de kerk zit in de vorm en de gave architectuur. Binnen vindt men de klassieke ingrediënten van Wase kerken (zie kerk van Belsele). In het koor van O.-L.-Vrouw bevindt zich een merkwaardige steen (1407) die een fundatie bevat ten voordele van de armen der parochie door pastoor Dierick Wilssone.

Wie zich de moeite getroost om even rond de kerk te lopen, kan op een zonnige dag de stand van de zonnewijzer op de zuidgevel vergelijken met de tijd op de toren, om te constateren dat er in de zomer een verschil is van twee uur en in de winter een uur. De zonnewijzer is van de hand van landmeter Joannes de Bruyn (1773). Een aandachtige waarnemer ontwaart in de oostgevel, bij de deur van de sacristie, en in de noordgevel van de kerk ook metselaarstekens in kelk- en runevorm waarvan de betekenis niet helemaal duidelijk is. Wie in de noordoosthoek van het parkje achter de kerk eens rondneust, vindt er de reeds vermelde Reynaertbeelden.

Terug op het marktplein ziet men pas duidelijk de enorme schade die het gat rechtover de kerk heeft veroorzaakt. Links op de hoek brengt de eeuwenoude herberg A la belle vue soelaas aan de dorstigen en rechts doet de nog oudere herberg Het Anker hetzelfde. Op dit plein wordt elke zaterdag de wekelijkse markt gehouden. Het vernieuwde octrooi van 1513 bevestigt geschriften die het ontstaan van

[p. 80]

deze wekelijkse markt terugvoeren naar 1300, met een bevestiging in 1460 en 1490. Archeologische vondsten uit de bronstijd bewijzen de eeuwenoude bewoning van deze plek. (Een gevonden asurne uit de bronstijd is te zien in de raadszaal van het gemeentehuis.)

Op dit plein werd in 1637 de heks of tovenaar Jan van Steene verbrand nadat men hem eerst ‘gewoelt’ (gewurgd) had. In de fantasie van de mensen zou dit gebeurd zijn aan de schandpaal op de hoek van dit mooie plein. Deze schandpaal dateert echter van 1774 en werd op bestelling van de parochie van Stekene gehouwen door J.E. de Lateur uit Sint-Niklaas. Na een verblijf van veertig jaar in de tuin van het museum aan de Zamanstraat te Sint-Niklaas, kwam hij in 1975 terug naar Stekene als symbool van bescheidenheid en onafhankelijkheid.

Aan dergelijke palen werden mensen omwille van kleine misdrijven te schande gezet, aan de kaak gesteld, te pronk gezet voor een aantal uren. De Stekense paal is een van de vierendertig resterende in Oost-Vlaanderen.

 
Waarom ben je onder de mokers
 
van mens en tijd
 
niet verpulverd, dwaze steen?
 
Struikelblok
 
to skandalon, steen des aanstoots
 
splinter in het oog
 
splinter in mijn vel
 
mijn oude zeer
 
gevoelloze herinneraar
 
arduinen vloek!
 
Waarom verga je niet?
 
Waarom vergeet je niet?
 
Waarom terug naar Stekene,
 
stom stuk steen? (H.H.)

Je kan het marktplein niet verlaten zonder een blik te werpen op de gietijzeren neogotische parochiepomp. Zij dateert van 1873 en herinnert aan de openstelling van de Kerkstraat die de verbinding met Koewacht mogelijk maakte.

Wie ondertussen even wil verpozen in de Gelaagputten, die kan dit kleine natuurreservaat (30 ha) bereiken langs de Nieuwstraat of de Stadionstraat. Hier in de Openbare Bibliotheek wordt de verzameling-Nonneman bewaard, een omvangrijke verzameling Reynaertboeken (meer dan 200). Aan het einde van de Stadionstraat rijdt men recht op het oude spoorwegstation, sinds eind 1992 mini-cultureel centrum, heemkundig museum, centrum voor natuurinfor-

[p. 81]

matie en toegang tot het natuurreservaat van de Gelaagputten. Wellicht prijkt hier ooit op een of andere muur de boutade: ‘Nu staan Stekenaars bekend als messevechters, eertijds als “tichelbakkers”.’ Langs dezelfde weg komt men ook bij Het Zomerhuis, een openluchtzwembad en tennis-centrum.

We vervolgen onze weg en verlaten de markt richting Moerbeke langs de Dorpsstraat en komen voorbij het huis nr. 21, de bakermat van de Gazet van Stekene, het ooit beruchte ‘Boerkensblad’, een weekkrant in rijmen, gedrukt door Pieter de Windt. Dank zij de steun van dit krantje werd in 1898, Frans ‘Boerke’ van Brussel verkozen op een onafhankelijke lijst. Hij was parlementslid tot 1921. In 1963 verscheen de Gazet van Stekene voor het laatst.

prepostterug  begin  verder