terug  begin  verderprepost
[p. 94]

Van Meiers die misschien van Willem wisten

Een paar tientallen meters voorbij de Luitentuit, links de Hellestraat inrijden en bij de kapel onmiddellijk rechts de Zakstraat nemen. Je mondt dan uit in Sinaaidorp, waar links de Sint-Rochuskapel staat met binnen een aardig schilderijtje waarop de beschermheilige tegen de pest (die het Waasland herhaaldelijk teisterde) zich ontfermt over zieke kinderen, terwijl de ouders bezorgd toekijken. Rechts indraaien. We rijden voorbij wat rest van het klooster van de zusters van Maria Reparatrix of ‘Maria Eerherstel’ (dit zou de geschikte plaats geweest zijn voor de zondige Reynaert om er zich te laten ‘repareren’). De kerk links voorlopig negeren en tot ongeveer midden de opmerkelijke en statige Frankische dries rijden, waar we de auto parkeren. Zoek het huis nr. 37, een knusse antiekzaak die de naam De vos Reynaerde voert. Boven ons speurend oog een volks geschilderd uithangbord, waarop in frisse kleuren een zelfverzekerde vos, de wandelstok stevig in de poot. Het landschap rondom is typisch Waas. Nog andere neringdoeners in Sinaai lieten zich door de vos inspireren, ook al omdat hun familienaam op een directe familierelatie met Reynaert duidt; als je even van de kerk weg de Vleeshouwersstraat links inwandelt, zie je nog een ander uithangbord met een sierlijke vos als blikvanger. Maar richt liever je schreden naar de stoere eik midden de dries: de vrijheidsboom. Van hieruit heb je een mooie kijk op het indrukwekkend groene marktplein van Sinaai. Met de kerk in het vizier merk je onmiddellijk een neoclassicistisch aandoende huizenrij, zeer homogeen van karakter: posten politiegebouw en gemeentehuis (om ons heen merken we heel wat interessante gevels op: art deco, neoclassicistisch, neovlaamse renaissance en zelfs rococo, dus vrij heterogeen). Eigenlijk is dit nog een echt ouderwets dorp: de uitgestrekte dries met linden en platanen, een dorpspomp, de kerk met rondom het kerkhof, het klassieke monument van de gesneuvelden en goed vertegenwoordigd, de oorden van lafenis. Sinaai, een ongewoon toponiem wel. De traditie wil dat Sinaai zou afgeleid zijn van de bijbelse berg Sinaï, waar een relikwie van de H. Catharina van Alexandrië (patrones van het dorp) zou gevonden zijn. Toponymist Jan Lindemans verwijst naar het Friese ‘swin’, kreek dus, verbonden dan met ‘ahwjô’, wat vochtige weide betekent. Verlaat de vrijheidsboom richting gemeentehuis naar de fraaie, zogezegd nog te gebruiken dorpspomp (langzaam pompen). Had de toenmalige gemeente een kleine honderd jaar geleden niet in geldnood gezeten, dan zou vandaag nog aan deze pomp het borstbeeld van ‘de heldin

[p. 95]

van Sinaai’ kunnen bewonderd worden, ‘ene voortreffelijke ende schone maagd’ die tijdens de Boerenkrijg Sinaai behoedde voor algehele verwoesting door haar ontroerend gesmeek bij de Franse kapitein (zie p. 79).

Het gemeentehuis dateert uit de 19de eeuw en op de gevel vinden we gedenkstenen met de namen van de bouwmeesters, een voormalige burgemeester en van hen ‘die hier gedood werden.’ Boven de poort het wapen van Sinaai: catharinawiel met Wase raap. Blijf links van de kerk en loop rechts het met fraaie beuken omringde kerkhof op naar het indrukwekkende, maar toch vrij pompeuze praalgraf van de Vlaamse toondichter Edgar Tinel tegen de kerkmuur. Een borstbeeld, musicerende engelen en een

illustratie
Vrijheidsboom op de Sinaaise dries

[p. 96]

zingende Franciscus sieren het graf. Tinel werd in 1854 in Sinaai geboren en stierf in Brussel in 1912. Als pianovirtuoos begonnen, trad hij op in heel wat Europese steden. Vooral beroemd door zijn oratorium ‘Franciscus’, op tekst van Lodewijk de Koninck.

Terug straatwaarts tot voorbij het monument voor de gesneuvelden en daar rechts Edgar Tinelstraat inwandelen, meteen het begin van het Ettingpad (brochure in VVV-kantoor Sint-Niklaas). De wandeling is trouwens erg lonend, maar ook wij zullen dit pad gedeeltelijk volgen met de auto.

Door de toegangspoort naar de kerk die toegewijd is aan de H. Catharina. Buiten valt vooral de opmerkelijke gevel op. Het interieur is rijk aan houtsnijwerk: medaillons die het leven van de H. Catharina vertellen, een sprekend Paulusbeeld van de Temsenaar De Cauwer, fraaie biechtstoelen en preekstoel. En verder: Rubensiaanse schilderijen en doopvont met kunstig afsluithek.

Opnieuw rechts de Edgar Tinelstraat volgen tot de knap gerestaureerde hoeve Bal (17de eeuw), nr. 4. Erg mooi is de portiek, rustiek de witsteen rond de ramen, die in kleine vierkanten of ruiten verdeeld zijn. Let op de figuren in de bakstenen muren en in de zomermaanden op het oogstrelend kleurenspel van rode en witte bloemen overal. Hier werd een stukje geschiedenis van Sinaai geschreven, want sedert de 13de eeuw (vervaarlijk dicht bij Reynaert) woonde op deze plaats de familie Zaman, erfmeiers van Sinaai. Dit is dus de meiershoeve, wat ons even in het verleden laat duikelen. Sedert 1241 maakte Sinaai deel uit van de kasselrij van Waas, administratief overkoepeld door de Burggravie van Gent en het graafschap Vlaanderen. In de vroegste tijden werd Sinaai vooral bekend door de abdij van Boudelo op Klein-Sinaai (p. 83). Tijdens het Ancien Régime vormde Sinaai een bestuurlijke eenheid met Belsele, onderdanig aan de Keur van het Waasland. Schepenen en baljuw werden aangesteld door het hoofdcollege van Waas. Het ambt van meier werd ettelijke eeuwen door de Zamans uitgeoefend. Ook aan het gewestelijk bestuur leverde deze familie heel wat ambtenaren. Heeft Willem deze meiers gekend en de herenhoeve waar zij verbleven? Sinds de laatste fusie van gemeenten werd Klein-Sinaai bij Stekene gevoegd, Sinaai zelf werd Sint-Niklaas.

prepostterug  begin  verder