De reeds bekende Edgar Tinelstraat inrijden. Vrij vlug ademen we weer de landelijke sfeer, alhoewel... We passeren rechts een knus en mooi hoevetje: De Wapenaere, nr. 34. Tussen twee haakjes: je kan zelf even nagaan in hoeverre de geciteerde hoeven nog beantwoorden aan het klassieke model uit de eerste helft van de 17de eeuw (Vlaamse renaissance). Door de toegangspoort betrad je het erf met links de schuur (tas, dorsvloer, paardestal en ruimte voor de kalveren) en rechts de koestal. Recht voor de toegangspoort stond het woonhuis en tussen het woonhuis en koestal de notelaar. Her en der waren nog andere fruitbomen verspreid en aan weerszijden van het mooi gesmede hekken de haag die de hoeve afsloot van de straat (P. Diriken, Geogids Sint-Niklaas). Rij verder voorbij de Klokke Roelandlaan (Tinel).
Bij de goed onderhouden kapel van O.-L.-Vrouw van Salette links houden en de Hondsneststraat volgen. Een wegwijzer verwijst naar het voetbalveld... jawel: ‘V.O.S. (Vereniging Oud-Scouts) Reinaert’. Eenmaal de kapel voorbij beweeg je door een heerlijk landschap: velden alom, boomgordijnen, weidsheid tot aan de horizon. Je bereikt de Hondsnesthoeve en verwacht wellicht een nazaat van Courtois te horen blaffen. Indien wel, wees dan niet beducht voor die eventuele worst in je knapzak, hedendaagse honden degusteren ‘tinfood’. Vervolg dus onvervaard je weg, genietend van de rustieke sfeer. Rechts de Cadzandstraat indraaien en over de nukkige kasseitjes hobbelen tot je het zoveelste bewijs van volksdevotie ontmoet: een eenzaam kruis onder groene lindebomen. Hier links de Waterstraat volgen waar het landschap als het ware nog mooier wordt: een authentiek stukje Waasland uit de oude doos, nog puur en onverstoord, de keien incluis. Over wateringen heen rechts de Palingsgatstraat inslaan (je zou het doen omwille van de naam alleen) en deze volgen tot waar ze uitloopt in de Kemzekestraat bij alweer een kapel, ditmaal van de H. Maria, Moeder van Smarten (het krioelt hier van de kapellen, weshalve heremiet Reynaert er urenlang metten of zo had kunnen zingen).
Rechts tot aan de parochiekerk van Puivelde (Punvelde in 1295, een van de vele ‘velden’ ofte heiden, zeg maar ‘woestinen’ in deze streek - Wijnveld, Lijkveld -, waar Gysseling Bruun en andere boden laat doortrekken). Intus-
sen blijft de neogotische kerk (1904) van toeristische merkwaardigheden gespeend, alhoewel hier jaarlijks enkele folkloristische evenementen heel wat volk lokken. Hier worden immers Sint-Antonius met zijn ‘verken’ en Sint-Job vereerd. Op 17 januari heeft telkens een vleeszegening plaats. (Reynaert zou hier wel voor beperkte invoer hebben gezorgd.) Deze zegening gaat gepaard met oude volksspelen. En de eerste zondag na 10 mei loopt het anders zo rustige Puivelde vol voor de Sint-Jobsbegankenis tegen huidziekten.
We verwijzen hier naar het langeafstandspad en suggereren een wandeling (langs de ‘Weduwe Voswegel’ p. 177). Aan de kerk rijden we links en onmiddellijk weer rechts, de residentiële Bosstraat in, die deel uitmaakt van het boscomplex De Gouden Leeuw.