terug  begin  verderprepost

Stadswandeling: Art Deco en Reynaert

Meer over die Cipierage zelf. Leenhof of rechtbank, bevoegd voor het leenrecht tijdens het Ancien Régime. Tevens Wase gevangenis (kelderruimte) sedert 1662, toen de burcht van Rupelmonde niet langer een gevangenis was voor grote misdadigers. De gevangenen werden hier in muiten opgesloten. In het Stedelijk Museum (p. 122) kan men nog een deur van een dergelijke muit bekijken. Jan Colaes ontwierp het gebouw (1662-63) met overwegend renaissancistische kenmerken. Mooie smeedijzeren rococoleuning (1763). Boven de toegangsdeur een kopie van het oorspronkelijke Mariabeeld dat gebeeldhouwd werd door Lucas Fayd'herbe. Wie het oorspronkelijke beeld wil zien,

illustratie

[p. 115]

kan dat doen in het museum (Zamanstraat). Het dakvenster is een barokke toevoeging van 1907.

Naast de Cipierage, het oud-Parochiehuis (1663-64) of, zo het in de volksmond luidt: het ‘oud stadhuis’. Inderdaad, tot 1844 vervulde dit ‘Prochiehuis’ deze functie. Dit mooie burgerlijke gebouw, dat met de Cipierage één architecturaal geheel vormt, ontsnapte (samen met de Cipierage) amper aan sloping in de voorgaande eeuw. In het begin van de 20ste eeuw waarheidsgetrouw gerestaureerd, deed het gebouw dienst als handelsrechtbank (ooit zetelde hier de vierschaar). Voor het ontwerp tekende Pieter van Beerleere; het Sint-Niklaasbeeld in de nis werd gemaakt door Van Havermaet. Smeedijzeren balustrade in rococostijl.

Ten slotte het Landhuis (nu een Chinees restaurant!), dat nogal ‘rodig’ werd gerestaureerd na reeds verschillende functies te hebben vervuld. Een vleugje geschiedenis ter verduidelijking. Het was Johanna van Constantinopel die in 1241 (sloop Reynaert al in deze contreien rond?) besliste dat de administratie van het ‘Soete Lant’ zou berusten bij een hoofdcollege, zegge een baljuw en zes hoofdschepenen. Zesmaal per jaar kwamen zij samen, verdeelden belastingen en oorlogsbijdragen, regelden ‘algemene zaken’ en spraken recht. Maar een onderdak hadden ze niet. Daarom kwamen de notabele heren bijeen onder een lindeboom op de Grote Markt. Het archief werd bewaard in de abdij van Boudelo (hoeveel Wase paden worden door deze abdij niet gekruist?). Vanaf 1518 bracht een houten gebouwtje enig soelaas, maar het zou duren tot 1637 vooraleer de bouw van een degelijke vergaderruimte werd aangevangen. Het geheel groeide uit tot een prachtig barok ‘landhuis’, dat tot aan de Franse Revolutie de administratieve zetel en het opperste gerechtshof van het hoofdcollege van het Waasland bleef. Maar wie er vandaag Chinees gaat eten, zal er wellicht nog weinig merken van de vroegere activiteiten die zich in dit merkwaardige gebouw afspeelden. De ‘kollegiale kamer’ uit 1672 en de monumentale schouw uit 1681 worden weggedrumd door de ‘mandarijnentafel met massiefgouden bestek’. Vroeger echter toefden hier westerse ‘mandarijnen’. Zo keizer Jozef II die er sliep. Naar aanleiding van zijn inspectiebezoek werden 's avonds de huisgevels rond de Grote Markt met brandende vetpotjes verlicht, wat grote indruk maakte op de keizer. Minder enthousiast zal het galgenaas zijn geweest, dat in de loop der eeuwen voor dit landhuis werd opgeknoopt.

Nog een bijzonderheid van literaire aard betreffende deze zijde van de Grote Markt. In café Hemelrijk komen nog steeds de leden van de in 1536 opgerichte rederijkerskamer

[p. 116]

De Goudbloem samen; in De Prater vindt men Reynaertmaskers en -beelden.

Loop niet door de Apostelstraat maar ga naar de hoofdingang van de Sint-Nikolaaskerk. Je fantasie moet even de tijdsmolen laten terugwieken: een 13de-eeuws klein kapelletje wordt romaans. Een vieringtoren in de 15de eeuw zorgt voor het gotische accent. Er volgt een reeks verbouwingen naar Scheldegotiek toe, met centrale vieringtoren en later een neogotische westgevel, die duidelijk de vijfbeukige structuur laat vermoeden. Het rijke meubilair, schilderijen en beelden dateren hoofdzakelijk uit de 17de, 18de en 19de eeuw. Wij beperken ons tot de meest waardevolle stukken: uit de 17de eeuw stammen het albasten madonnabeeld van het O.-L.-Vrouwe-altaar, het schilderij ‘Kruisafneming’ (P. Thys, een leerling van P.P. Rubens) en de barokke heiligen Petrus en Paulus (Fayd'herbe) van het hoofdaltaar, het barokke H. Nikolaasaltaar (van de Antwerpenaars H. en N. van Eynden) en het oudste beeld dat de kerk rijk is: een ecce homo uit 1630. Uit de 18de eeuw vier biechtstoelen (laat-barok snijwerk), lambrizeringen, de gedenksteen van ridder Jan van Landeghem, hoofdschepen van het Waasland en vooral het allermooiste meubel van de kerk: de laat-barokke preekstoel (Lodewijk XIV). Het houtsnijwerk is Antwerps, maar naar alle waarschijnlijkheid was het de Sint-Niklazenaar M. Verbanck, die de preekstoel ontwierp. Ten slotte de 19de eeuw: een houten hek dat het koor afsluit, het marmeren hoofdaltaar, het koorgestoelte en de witmarmeren communiebank.

Maar al te lang ligt de vos reeds op ons te wachten. We stellen een korte stadswandeling voor en kunnen Reynaert met een vleugje architectuur opsnuiven. Daarom stevenen wij gezwind richting ‘Het Woord’ naar het Hendrik Heymanplein (minister en burgemeester van de stad vóór 1940, 1879-1958). Het moderne gebouw rechts (let op de twee beeldjes van Werner Heyndrickx uit Sint-Niklaas die een wever en weefster voorstellen) is de stadsbibliotheek met Reinaertzaal en een bijzonder rijke collectie Reynaertboeken. Deze laatste dankt haar ontstaan aan erebibliothecaris André Stoop. Ze ontstond naar aanleiding van twee Reynaerttentoonstellingen: ‘Reynaert de vos in het boek en de beeldende kunst’ van 1955 en 1971. Na een eventueel bezoek aan de bibliotheek nog even verder doorlopen tot je rechts het Exaerdekenshof of Castrohof ontmoet, midden auto's, beton en glas, een prachtig gebouw in Vlaamse renaissance. Jan van Exaerde liet het in 1626 bouwen. Vijftig jaar later liet de Spaanse edelman en hoofdschepen van het Waasland het verbouwen. Zijn naam: Don Francisco Christobal Sanchez de Castro y Toledo de

[p. 117]

Hertoghe!!! Moderne stadsuitbreiding laat dit juweeltje van 17de-eeuwse bouwkunst als een verbaasd anachronisme tussen blokkige kantoren en andere consumptietempels als het ware verdwijnen.

Wie van architectuur houdt, loopt nog even verder tot in de Hoveniersstraat en ziet rechts de imposante art decogevel uit 1932 van de Broederschool (binnenin een schitterend interieur) van de architecten A. en L. Waterschoot. Broeder Aloïs (1881-1973) gaf er les. Een bekende oudleerling van hem was de Kempische streekschrijver Emiel van Hemeldonck. Aloïs (Jaak Vandervee) was trouwens zelf een rasechte Kempenaar. Ook Jef Burm en Marc Sleen liepen hier school, net als de dichters Herwig Waterschoot en Piet Brak, terwijl René van Daele er leraar was. Ook pastoor De Wilde woonde hier niet ver vandaan (Broederstraat). Als je even zou doorlopen tot de Broederschool, en verder links de Nieuwstraat en rechts de Kroonmolenstraat neemt (vroeger Molendreef) kom je bij een janusbeeld van H. Minnebo dat het vreselijke bombardement herdenkt op deze straat in mei 1940, toen te Sint-Niklaas zestig doden vielen. De molen is nu verdwenen. Er waren vroeger in Sint-Niklaas heel wat olieslagers, wat de Sint-Niklazenaars de spotnaam ‘oliezekers’ bezorgde, toch nog altijd iets milder dan de ‘azijnzekers’ van Temse.

prepostterug  begin  verder