terug  begin  verderprepost

Een aureool van heiligheid

In de Hoveniersstraat gaan we linksaf en keren onmiddellijk terug in de Mgr. Stillemansstraat, een imposant geval met vele art decoparels. Links de Kokkelbeekstraat in en zo terug naar ‘Het Woord’ en de brede Parklaan inwandelen tot je het bomenrijke De Vidtspark - een beeldje van deze oudburgemeester (1890-1962) links vooraan in het park - bereikt. Negeer dit lokkend groen paradijs en stap door tot je links van je het prachtige Reynaertbeeld van Albert Poels ontwaart. Een robuuste bank omcirkelt ‘den boetveerdigen’ boeteling, die in roodstenen deemoed de boze wereld met al haar ‘pomperijen’ verzaakt. De oren weliswaar vitaal gespitst maar het hoofd met gesloten ogen onderworpen-gebogen. De pelgrimsstaf met pelzige pelgrimstas vrij losjes tegen het lijf, terwijl twee poten slap van verzaken hangen. De pelgrimshoed rondt als een aureool van heiligheid achter de rouwmoedige kop. Maar in de gladde lijnen spant reeds de volgende sprong. Waar je Reynaert zonder enig dralen onmiddellijk de absolutie zou geven zonder biecht - maar die heeft hij intussen al gesproken, crème van handige advocatentrucs -, ziet de met Reynaert vertrouwde in hem de binnenpretjes dartelen. Moet

[p. 118]



illustratie
Reynaert-pelgrim A. Poels 1958

[p. 119]

je die muil maar even bekijken. Straks doet het bedrogen hof vol sabelslepers en potjeslikkers hem uitgeleide voor zijn tocht naar Rome en overzee; daarna zullen ze met hazesnelheid naar Kriekeputte hollen om Ermenriks schat te verwerven. Maar deze vos weet ... Even op de bank, en een stukje hertaling van Ernst van Altena lezen.

 
Toen Belijn, hofkapelaan,
 
lang genoeg was voorgegaan
 
en 't getij ten einde las,

Nobel had Belijn, hofkapelaan, bevolen Reynaert met de gebruikelijke gebeden en zegens voor de nakende pelgrimstocht te begeleiden, wat Belijn node deed aangezien Reynaert in de ban van de kerk geslagen was. Maar de bange prelaat wijkt voor Nobels dreigementen...

 
hing hij rond Rein's hals de tas
 
uit de vacht van Bruin de beer.
 
Ook gaf hij de felle heer
 
in zijn poot de pelgrimsstaf
 
met zijn zegen. Nu was 't af
 
en kon Rein ter bêevaart gaan.
 
Reinaert keek de koning aan
 
en de krokodilletranen
 
wisten zich een weg te banen
 
langs zijn snor, alsof zijn hart
 
werd gespleten van de smart.
 
Maar het was, omdat hij niet
 
allen die hij achterliet
 
evenveel had laten lijden
 
als de wolf en Bruinbeer beiden
 
door hem hadden ondergaan!
 
Hij riep uit dat hij moest gaan
 
en hij vroeg om het gebed
 
van de dieren die hij met
 
't zijne ook graag zou bedenken.

Albert Poels wist in zijn beeld de geladenheid van dit moment schitterend weer te geven. Op 26 mei 1958, zegge tweede pinksterdag, werd het onthuld, een ingeloste belofte van toenmalige VTB-voorzitter Jozef van Overstraeten, die het bij het inrijden van de Reynaertroute drie jaar voordien de stad Sint-Niklaas beloofd had. Het beeld werd gemaakt in rode harde zandsteen uit Mainz. De bijbehorende ronde bank werd ontworpen door architect Jozef Willems. En weer op tweede pinksterdag, maar dertig jaar later, zegge 1988 kwamen hier enkele onblusbare Reynaertmin-

[p. 120]

naars, waaronder Jozef de Wilde, Theo Penneman, Staf van Daele, Albert de Smedt, Bert Peleman en de redactieleden van Tiecelijn, in aanwezigheid van de pers bijeen om een heuglijke happening te realiseren of om er getuige van te zijn. Daar waar de vroede stadsvaderen het jubileum blijkbaar vergeten waren (daarom werd Reynaert opnieuw een strop om de hals gedaan) kondigde Herman Heyse Tiecelijn aan, een ‘Nieuwsbrief voor Reynaerdofielen’. Het tijdschrift, dat uitsluitend Reynaertstof en -berichten brengt, is intussen aan zijn zesde jaargang toe. Heyse toen: ‘Het gevaar is reëel dat Reynaert gedegradeerd wordt tot een louter toeristisch fenomeen. Wij willen een getuigenis brengen van het doorleven van de vos in deze streek.’ Verdere objectieven: band zijn tussen alle Reynaerdofielen en hen op de hoogte houden van Reynaertmanifestaties en -publikaties, het onderzoek stimuleren, diverse initiatieven een hart onder de riem steken en het Reynaertpad herwaarderen.

Vóór je afscheid neemt van deze hoog-Reynaerdelijke plek misschien nog even met een tikkeltje weemoed de verzen van Anton van Wilderode, Wase dichter en Reynaerdofiel, herlezen terwijl het snelverkeer aan de pelgrim voorbijraast.

 
De wildernis rond Malpertuus is ver,
 
de dichte dennebossen van twaalfhonderd.
 
Ik word ononderbroken overdonderd
 
door de geruchten van het snelverkeer.
 
 
 
Waar is de blauwe wierook van weleer,
 
de morgenmist als veren op de vennen?
 
Ik sta hier zoveel jaar aan rook te wennen
 
en iets vertelt mij dat ik het nooit leer.
 
 
 
Weg zijn de eikebomen van Lamfreyt,
 
de heide met haar kleine paarse ruikers.
 
Ik zie geen mensen meer maar weggebruikers
 
gewikkeld in een onderlinge strijd.
 
 
 
Draai mij maar om naar het restant van groen,
 
het rozenpark, de waaiers van bruin lover,
 
want als die weg zijn blijft niets beters over
 
dan mijn twee vossenogen toe te doen.

prepostterug  begin  verder