Wij wandelen na deze Reynaertse mijmeringen het circa 7 ha grote stadspark in (Engelse en Franse tuin). Reynaert beweegt zich vervaarlijk dicht bij een koning (Koning Albertborstbeeld even verder). Je kan alle richtingen uit, maar wandel liefst naar de smeedijzeren kiosk die vroeger op de markt stond (en er in de toekomst misschien wel eens terug zou kunnen komen). Tussen kiosk en kasteelwal werd in 1985 het Reynaertspel van Jos Houben gespeeld en in 1992 een meer Europees getinte versie, met het kasteel Walburg als belangrijk decorstuk, op tekst van M. Ryssen, Y. de Maesschalck, F. Pouck en J. van der Helst.
Dit kasteel, de heerlijkheid van Walburg, ontstond in de 16de eeuw. Ridder Willem van Waelwijck noemde het naar zijn echtgenote Walburgis. Hij sloopte het in verval zijnde kasteel en liet er een nieuw optrekken in Vlaamse renaissance. Wat je vandaag ziet, is grotendeels het gevolg van een 19de-eeuwse verbouwing (senator Jozef van Namen-Boëyé). Een nieuwe restauratie wordt voltooid. Het kasteeldomein werd in 1949 door de stad aangekocht. Ooit stond hier de astronomische Heirmanklok (nu in het Brugse Boudewijnpark) opgesteld, nu worden er gelegenheidstentoonstellingen met educatieve strekking georganiseerd. Het park is sedert 1967 het toneel van triënnales voor beeldhouwkunst. Wie weet vliegt ergens tussen de bomen nog een raaf. Denk dan maar aan Jef Burms parafrase van de fabel van de vos en de raaf, je weet wel: de kaasgeschiedenis. En onthoud de zedeles!
Door de korfboogvormige ingangspoort (nu uitgang) naar de Walburgstraat en links terug richting Grote Markt. Eerste straat rechts en even verder links. Prachtige art decoen art nouveauwoningen leiden ons naar de Houtbriel. Wie de Sint-Niklase musea wil bezoeken en het Exlibriscentrum gaat rechts de Ankerstraat in en even verder links de Zamanstraat.
In de Zamanstraat 49 is er het Historisch Museum en de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas met een merkwaardige collectie heemkunde en folk-
lore, een rijke verzameling fossielen en schelpen, bodemvondsten uit het Waasland met o.a. de Romeinse muntschat uit Belsele (zie p. 100), Merovingische bekers en zwaarden en niet te vergeten een Mercatorafdeling met (ongeveer veertig) zeldzame atlassen en globes, waaronder eentje gemaakt voor de fameuze Granvelle.
Het gebouw, een oud herenhuis van de familie Janssens de Varebeke, is thans de zetel en het archief van de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas. Er vlak naast vinden net als in de Cipierage wisselende tentoonstellingen plaats. Net als alle Sint-Niklase musea geopend van dinsdag-zaterdag (14-17 uur) en op zondag van 10-17 uur (30 BF per museum of een museumkaart).
Even verder, rechts in de Regentiestraat 65 moet u het Internationaal Exlibriscentrum zoeken. Circa 100.000 ex-libris, waaronder heel wat Reynaert-ex-libris, aangevuld met drukpersen en een bibliotheek. Een ex-libris is een klein getekend vignet dat dient als eigendomsmerk in een boek.
Verder daar ter plaatse een kapperstentoonstelling: Barbierama, zeg maar voorwerpen die de geschiedenis van het kappersberoep illustreren, met als koninginnestuk vier salons van rond de eeuwwisseling. Ook nog de permanente tentoonstelling ‘Van muziekdoos tot grammofoon’ met inleidende diamontage en een verzameling mechanische muziekinstrumenten en tot slot de Belgische geschiedenis op zakuurwerken. Verder treffen we hier nog heel wat Boudeloherinneringen aan in de collectie die door archeoloog Alfons de Belie werd samengesteld (Boudelozaal).