Maar nog belangrijker: in Sint-Niklaas leefden en werkten broeder Aloïs, befaamd vossejager (ontwerper van de oude Reynaertroute), Marcellijn Dewulf, heemkundige en Reynaerdist, en Jozef de Wilde. Deze merkwaardige man werd in 1906 te Sint-Amandsberg geboren, in de omgeving van het Reynaertdorp Destelbergen. Priester gewijd in 1929, werd hij onderpastoor in Doel en daar gleden de eerste archiefstukken door zijn handen. Sedert 1930 bezocht hij wekelijks het Rijksarchief in Gent en van in den beginne stond zijn aandacht voor de Reynaertfiguur op scherp. Na Vrasene (1931) werd hij in 1935 overgeplaatst naar Sint-Niklaas en meteen werd hij eminent lid van de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas, secretaris en ‘opsteller’ van de Annalen. Hij was betrokken bij de oprichting van de Bibliotheca Wasiana te Sint-Niklaas. Zijn opzoekingen betroffen het hele Waasland. Dorpen en hun omgeving werden opgesplitst tot de geschiedenis van elke woning of elk stuk grond: de kavelgeschiedenis, de grote specialiteit en verdienste van Jozef de Wilde. Zo kwam ook Malpertuus (Maperteeus) op de proppen. Als pastoor van Semmerzake kruiste hij de degens met Dr. J. Goossenaerts en uit hun samenspel ontsproot de idee van een Reynaert-pad (zie inleidend hoofdstuk). De plannen werden beraamd in Notax. Later voerde het lot (en de beslissing van de bisschop) hem naar Lembeke in de streek van Elmare. Sedert 1976 is hij rustend priester en nog onverdroten werkzaam op Reynaerts geheime paden.