We verlaten Sint-Niklaas langs de Parklaan. Wie het Reynaertbeeld in het Reinaertpark wil zien, rijdt de tunnel in, neemt even verder rechts de afrit naar het Koopcentrum. Na het verplichte rondpunt komt men zo in de Kapelstraat. Rechts, in een bescheiden parkje en vóór de flatgebouwen van het Reinaertpark (eigenlijk geen ‘park’ maar een aantal woonblokken) het beeld van De Smedt waarover we het al eerder hadden. En dat de vos in het Waasland zo wat voor alle mogelijke bedrijvigheden zijn naam leent, bewijst Frituur Reinaert aan de overzijde. Terug naar het rondpunt, tunnel in en de verkeersborden die naar het centrum verwijzen volgen.
Naast de tunnel blijven en bij de verkeerslichten richting Antwerpen kiezen (Koningin Astridlaan). Over het viaduct tot we rechts de Lange Rekstraat bereiken. Op de hoek het witte restaurant Reinaert. Boven de toegangsdeur noodt een Reynaertbeeldje met dartele pelgrimshoed naar binnen voor een frisse dronk of hartige hap. En dat loont de moeite want we kunnen een immens glasraam bewonderen van Frans van Immerseel, waarop een aantal scènes uit het verhaal met het Waasland verbonden worden. Nagenoeg alle hoogtepunten van het dierenepos worden erin uitgebeeld en met de streek verbonden in een weelde van zachte kleuren. En ook nog andere glasramen verwijzen naar het vosseverhaal.
We rijden de Lange Rekstraat in, die aanvankelijk de allure heeft van een lommerrijke eikedreef. Links de toegang tot het recreatieoord De Ster (ca. 100 ha), een heerlijk domein dat in 1973 werd opengesteld. Je kunt er rond de twee vijvers wandelen (ontstaan bij de aanleg van de E 17), op terrasjes zitten in de Brokkelinck (ook restaurant), de Meerpaal (mosselen!) of het Schuurken, terwijl ook nog een Houtmuis soelaas biedt aan de dorstigen. Verder een goed onderhouden speeltuin, een minigolf, een trampoline voor onverwacht hoge luchtsprongetjes, watergeneugten allerlei ... Ook nog herten en hoenders van different pluimage
die Reynaert ten zeerste zouden hebben geïnspireerd. Reynaert zelf staat bij de ingang, in gezelschap van Cantecleer, op veilige afstand van het hof, waar bij door Grimbeert verdedigd wordt. Een paradijs voor schooluitstappen. Begeleidende folders en tekstfragmenten op cassette zijn verkrijgbaar. Genoeg dus om er een hele dag in door te brengen, wat velen dan ook doen. De benaming De Ster vindt haar oorsprong in de topografische kaart van 1702: een kruispunt met vijf wegen dat een stervorm vertoonde.
We draaien mee met de Lange Rekstraat tussen rustige weiden tot een kruispunt met middenin een boom met volks kapelletje. Hier links de bosrijke Beeldstraat inrijden. Wij zijn in de zogenaamde Sint-Niklase heide. We passeren het gasthof Malpertuus (terras en ook restaurant), de zoveelste gelegenheid die zijn naam en faam van de vos moet hebben. Even verder het in de streek nog druk bezochte bedevaartoord Heikapel. Een niet onaardige laat-barokke kapel uit 1779 en waarrond uiteraard een vrome legende waart die aanleiding werd tot pelgrimeren. Een mirakel zorgde destijds voor de nodige ruchtbaarheid. De legende kun je lezen links achter het houten hek. De zoldering van het kapelletje is zwartgeblakerd van het kaarsvet. Achter de kapel kan de vrome pelgrim - waarom moeten we dan weer aan de vos denken? - nog een zestal kapelletjes met halfverheven beeldhouwwerk met enig gebed vereren (de droeve mysteries).
Uiteraard noodt een dergelijke boomrijke streek tot een kort wandeltochtje. Erg gemakkelijk is dit niet meer sedert links het recreatieoord De Ster een flink stuk van dit gebied weghapte. Misschien toch een kleine suggestie voor wie even de benen strekken wil na een Malpertuuspint voor een ‘Heikapelpelgrimage’. Je vertrekt aan de Heikapel en blijft de Beeldstraat volgen tot het einde, de ietwat drukkere weg (Vossekotstraat!) oversteken en de Sint-Jakobsdreef ingaan. Juist vóór die Sint-Jakobsdreef trof men vroeger rechts de taverne Bruin de Beer aan, wat de wandelaar toen ook al overtuigde dat hij ‘vossig’ aan het wandelen was. De Sint-Jakobsdreef loopt uit op de drukke Tassijnslaan, die je oversteekt. De Stuurstraat inwandelen tot je na 200 meter links een pad aantreft tussen bos en veld. Dit volgen en steeds links meedraaien tot een bredere bosweg wordt bereikt: de Jagersdreef (vroeger Weynstraat). Links houden tot de Tassijnslaan. Even weer naar links tot je aan de rand van de weg het Tassijnskruis ontwaart. Griffier Jan Baptist Tassijns werd op 5 maart 1799 - wij zitten volop in de Boerenkrijg - door toedoen van zijn aartsvijand Benedikt de Kever verraderlijk vermoord in de bossen van Haasdonk. Hij is één van de acht slachtoffers die in het
toenmalige Haasdonk tijdens de Boerenkrijg het leven lieten. Vanaf het kruis wandel je links richting Haasdonk tot je even verder de reeds bewandelde Sint-Jakobsdreef bereikt. Deze inslaan en naast de voormalige ‘beer’ de Beeldstraat in tot Heikapel.