terug  begin  verderprepost
[p. 135]

Het Fort van Steendorp

Terug naar de auto. Waar de eerste huizen van Steendorp opduiken, moeten we het huisnummer 58 in het oog houden (in de gevel een mooi basreliëf). Hier moeten wandelaars uitstappen. Links is er de mogelijkheid om te parkeren. Zoek het smalle pad op rechtover nr. 52, een steile klim tussen wild en dicht struikgewas, misschien ooit een privé-tuin want er staan heel wat fruitbomen. Dit paadje moeten we op om één van de mooiste stukjes Waasland te zien die vandaag nog kunnen worden ontdekt. De beginmeters schrikken wellicht wat af (het is er smal, soms veel insekten) maar eenmaal boven op de cuesta ontplooit zich een bijzonder mooi panorama (maar dan moeten wij niet teveel opzij kijken waar de gelaagputten liggen van de nabije steenbakkerij). Rechtdoor blijven gaan tot aan een tweesprong, het pad wordt intussen breder en de wilde warreling is er niet meer. Een diepe gracht en een stenen muur aan de overkant: het Fort van Steendorp dat tot de tweede verdedigingsgordel van Antwerpen behoorde en dat gebouwd werd in 1872 (samen met dat van Walem en Lier: de Rupel-Netelijn). De architect ervan was luitenant-generaal Brialmont. Vandaag een echte en verlaten ‘wildernisse’ waar de ‘schuivuit’ aan zijn trekken zou komen. Men kan rond het fort wandelen, maar dan liefst het pad links nemen. Een bijzonder lonende tocht, eenzaam, woest, panoramarijk, met links golvende velden en weiden. Er moet wel bij gezegd worden dat de tocht iets avontuurlijks inhoudt. Het militair domein Fort van Steendorp mag in theorie niet betreden worden. De praktijk leert echter anders.

Wanneer we na deze verkwikkende tocht weer verder rijden, letten we even op het huis nr. 26 juist vóór de steenbakkerij, waar een gedrocht de toegang bewaakt en meteen rijden we het nogal eigenaardige Steendorp binnen. Een echt Scheldedorp: lage huisjes, klimmend en dalend, de dijk van waarop we over de Schelde heen de broeken aan de overkant kunnen zien. Sedert het bakken van stenen (al in de Gallo-Romeinse tijd) nu tot één bedrijf beperkt werd, pendelt de bevolking hoofdzakelijk naar het nabije Antwerpen. Tegenover De Reyen, de Gelaagstraat en even verder de eigenaardige kerk; de toren mist een spits en doet ‘kastelig’ aan. Een aanrader voor de wandelaar: rijd verder de Gelaagstraat in tot rechts de Oeverdam bereikt wordt: het ‘Vuurkouterpad’ (folder in de Watermolen te Temse). Je loopt op de rand van de vroegere gelaagputten en komt even later in het Koningsbos terecht (Rupelmonde) met mooie platanendreef en Reynaertmonu-

[p. 136]

ment (langeafstandspad p. 184). Een flinke wandeling van een uur.

Scouselestraat werd in Steendorp Warandestraat die op haar beurt Lepelstraat wordt. Rechts van ons de Scheldedijk, die goed berijdbaar is per fiets, vóór ons het minder aantrekkelijk silhouet van een reusachtige fabriek aan de overkant van de Schelde nabij de Rupelmonding. Om de hoek zal Reynaert ons weer opwachten.

prepostterug  begin  verder